Verjaring van zonden

Is ‘kwestie verjaard’ ook ‘kwestie gesloten’ voor wat betreft de verantwoordelijkheid van de overheid? Of moet het seksueel misbruik door priesters in katholieke internaten van de afgelopen decennia alsnog leiden tot vergelding en genoegdoening?

Onder de indruk van de omvang en het leed van de slachtoffers groeit de vraag naar de aansprakelijkheid van de Staat. En ook het ongemak over de commissie-Deetman, die door de kerk zelf is aangezocht. Is dat voldoende, zo’n ‘eigen’ commissie, ook als die onafhankelijk opereert?

Ook de Kinderbescherming, die soms kinderen in die internaten plaatste, staat ter discussie. Dat de kerk het naar een fameus woord van kardinaal Simonis „nicht gewusst” heeft, is al niet geloofwaardig. Maar hebben parket en jeugdzorg het misschien wel geweten of hadden ze het moeten weten? Is er eerder opgetreden of juist niet? Ook een demissionair kabinet moet op zulke vragen alert reageren en het niet laten bij de mededeling het werk van Deetman af te wachten.

De weg die wel wordt gekozen, is nogal gemakkelijk en niet zonder bezwaren. Het Kamerlid Arib (PvdA) bepleitte afschaffing van de verjaring voor seksueel misbruik en werd dit weekend op haar wenken bediend. Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) gaat erin mee. En zo hebben alweer incidenten nieuw beleid opgeleverd, zij het van een demissionair minister in verkiezingstijd. In de toekomst wordt bij seksueel misbruik aangifte altijd mogelijk, ongeacht de termijn, aldus het voorstel van Hirsch Ballin.

Maar strafrecht is geen pleister op alle wonden. De bewijsproblemen in actuele zaken zijn nu al niet gering, zo merkt strafrechthoogleraar Ybo Buruma op zijn weblog op. Slachtoffers lopen grote risico’s dat vervolgingen mislukken als niet precies kan worden bewezen wat er precies door wie jegens wie is gedaan en wanneer. Dat wordt nog moeilijker als er straks ook priesters, dominees of zwemleraren op hoge leeftijd, wie weet zelfs per rolstoel, in de rechtszaal verschijnen.

Mocht deze verjaring inderdaad worden afgeschaft, dan hangt het hele stelsel uit het lood. Waarom geen verjaring meer voor ontucht maar nog wel voor doodslag, zwaar geweld, ontvoering? Wat maakt dat bij het ene delict door het pure tijdsverloop de vervolging onredelijk is en strafbehoefte geringer? En bij het andere niet? Toen de Kamer in 2007 de verjaring van moord afschafte, waren die bezwaren er ook al.

Zeker, door de opkomst van DNA-bewijs en de emancipatie van het slachtoffer is het draagvlak voor verjaring afgenomen. Maar tegenover slachtoffers die verklaren ‘levenslang’ te hebben, staat het strafrechtelijke beginsel ‘streep eronder’. Nu moet opnieuw worden gedefinieerd wat billijk is.

Het strafrecht hoeft de behoefte om af te rekenen niet te vervullen: ook het civiele recht kent compensatiemogelijkheden. Net als staatsrecht: waarheid- en verzoeningscommissies bieden publieke erkenning en kunnen normen opnieuw aanscherpen. Strafrecht is niet oneindig rekbaar.

Ybo Buruma blogt op blogs.jur.ru.nl/yboburuma/