Van boekwinsten naar boekhandels

Doorwerken tot je 67ste? Dat is voor hardwerkende zakenbankiers geen issue.

Vrijdag kondigde een van de meest gehaaide investment bankers uit de Londense City het einde van zijn loopbaan aan: Matthew Greenburgh van Merrill Lynch. Begin deze maand werd hij 49 jaar. Na bijna drie decennia bankieren, legde hij zijn collega’s in een memootje uit, „ben ik nu klaar om te genieten van mijn oude dag.” Zijn baas Andrea Orcel riep zijn mensen op om Greenburgh „een long and happy retirement te wensen.”

Zou zo’n gedreven zakenbankier na 28 jaar bikkelen inderdaad opgebrand en uitgeblust zijn? Of zou hij een ander motief hebben om nog voor zijn vijftigste zijn Bloomberg-schermen definitief uit te zetten?

Hoogstwaarschijnlijk wel, want Greenburgh hoeft niet meer te werken. In zijn carrière, die begon bij de onfortuinlijke Britse Barings Bank, tuigde Greenburgh voor meer dan 400 miljard dollar aan fusies, overnames, emissies en beursgangen op. Daarvan blijft altijd een substantieel deel aan het stokje van de dirigenten hangen.

Greenburgh moet in zijn leven vele tientallen miljoenen hebben verdiend. Meest omstreden prestatiebonus was de 25 miljoen dollar die hij in 2008 ontving voor zijn leidende rol bij de overname van ABN Amro door het trio Royal Bank of Scotland, Santander en Fortis ter waarde van 71 miljard euro. Sinds hij in 1999 het vijandige bod van RBS op NatWest wist door te drukken, was hij de vaste strategisch adviseur van RBS-topman Fred Goodwin.

De aankoop van ABN Amro trok zowel Fortis als RBS omver en stond daardoor model voor de gekte en hebzucht van de financiële wereld vóór de kredietcrisis. Ook Merrill Lynch ging onderuit. Kort voor de bank werd opgeveegd door Bank of America (met steunfinanciering van de Amerikaanse overheid) keerde men nog snel wat bonussen uit, waaronder die aan de adviseurs uit het team-ABN Amro.

Greenburgh is toe aan een nieuw intellectueel tijdverdrijf. Hij gaat zich toeleggen op een studie Engelstalige literatuur. Dat genre biedt voldoende materiaal voor reflectie en contemplatie. De klassiekers The Bonfire of the Vanities van Tom Wolfe en Brightness Falls van Jay McInerney of de recente ontboezemingen in Cityboy van Geraint Anderson stammen uit zijn eigen tijd. Maar Greenburgh kan evengoed wat oudere werken afstoffen: The House of Mirth (Edith Wharton, 1905) over geld en geldgebrek in het 19de-eeuws Manhattan of Room at the Top van John Braine (1957) over een jongen die zijn liefde verloochent... voor het grote geld.

Philip de Witt Wijnen