SP zegt vaker 'ja' tegen EU

De Socialistische Partij zei vaak ‘nee’ tegen Europa.

Die tijd is voorbij. De partij ziet ook positieve punten in het Verdrag van Lissabon en stelt zich constructief op.

De SP en Europa: dat was altijd nee. Nee tegen de Europese Grondwet. Nee tegen de opvolger daarvan, het Verdrag van Lissabon. Maar de Socialistische Partij heeft besloten tot een „koerswijziging”, zegt Europarlementariër Dennis de Jong. Hij mag in de toekomst ook wel eens ja gaan zeggen. En daar is hij blij mee.

Wat is er veranderd?

„In de campagne voor de Europese verkiezingen legden we vorig voorjaar de nadruk op de bemoeizucht van Brussel, op de verspilling van geld, en op het neoliberale karakter van de EU. Bij veel mensen kwam dat nogal negatief over. Dat is begrijpelijk, eerder trokken we ook al de nee-campagne tegen de Europese Grondwet. Maar nu is er een nieuwe situatie ontstaan. Het Verdrag van Lissabon is in werking getreden.”

Volgens de voorstanders van het nieuwe verdrag, dat geldt sinds eind vorig jaar, wordt de Europese Unie er democratischer en daadkrachtiger door. Het Europees Parlement heeft bijvoorbeeld meer macht gekregen. Volgens de tegenstanders – waaronder de SP – verschilt ‘Lissabon’ nauwelijks van de Europese Grondwet die een meerderheid van de Nederlanders afwees. „Maar er staan óók best aardige dingen in”, zegt Dennis de Jong. Daar wil hij nu wat mee gaan doen.

Zoals?

„Europa kan nu makkelijker iets doen aan de sociale rechten van werknemers. Als er voorstellen komen voor een Europees minimumloon – een percentage van het bruto nationaal inkomen dat overal een bodem in de salarissen legt – dan zou ik dat een goede zaak vinden.”

Klinkt eerlijk gezegd nogal logisch.

„Ja, maar ik heb het wel moeten uitleggen binnen de partij. Na twintig jaar neoliberaal beleid zijn we er niet meer aan gewend dat er ook wel eens wat leuks uit Europa komt. Er is veel wantrouwen in Nederland tegen Brussel. Laten we eerlijk zijn: de PVV heeft hier niet voor niets vijf zetels gehaald.”

Maar de PVV’ers in het Europees Parlement zijn „een beetje zielig”, zegt De Jong. Zij moeten maar nee blijven zeggen. En daarom zijn ze geen serieuze gesprekspartner, denkt hij, voor andere partijen. „Met mij valt wel te praten”, zegt hij. De Jong wil ‘rapporteur’ worden over de plannen voor een Europees wetboek voor strafrecht. Dat betekent dat hij een meerderheid moet zien te vinden in het Europees Parlement.

Vroeger was de SP tegen vrijwel alle Europese samenwerking op het terrein van politie en justitie – iets wat ook makkelijker wordt gemaakt door het Verdrag van Lissabon. „Een Nederlandse politieman mocht een collega in een ander land opbellen, en daar hield het wat ons betreft wel op”, zegt De Jong. Een Europees wetboek voor strafrecht gaat hem nog steeds veel te ver. Maar de SP wil voortaan pragmatisch zijn, en niet principieel overal tegen. „We kunnen best werken aan gemeenschappelijke omschrijvingen van grensoverschrijdende delicten. Veel daarvan is toch al vastgelegd in internationale verdragen.” En samenwerking bij het bestrijden van grensoverschrijdende misdaad juicht hij zelfs zeer toe. „Ik denk aan mensenhandel, mensensmokkel, illegale tewerkstelling.”

Er komen dus goede én slechte dingen uit Brussel. Dat klinkt als de PvdA.

„We kunnen ook prima samenwerken met de PvdA.”

Tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen stond u vaak lijnrecht tegenover Thijs Berman van de PvdA met zijn genuanceerde enerzijds-anderzijds-verhaal.

„Ja, maar Thijs Berman had ook een vreemd verhaal: iedereen was volgens hem welkom in de PvdA, of je nou voor of tegen Brussel was. Ik kan heel goed uitleggen waarom we nu zeggen wat we zeggen. Tijdens de campagne was er nog een kans dat het Verdrag van Lissabon er niet zou komen. Maar dat verdrag is er nu en het gaat niet meer weg. We kunnen moeilijk een referendum vragen om het af te schaffen. En dus gaan we proberen er het beste van te maken.”

De volgende keer zal het voor u wel lastiger worden om campagne te voeren.

„Zeker, daar ben ik me van bewust. Maar we hebben nog vier jaar te gaan tot de volgende Europese verkiezingen. Als er de komende jaren werk wordt gemaakt van sociale rechten voor werknemers dan is dat mooi, dan kan ik daar mee naar buiten komen. Het kan ook zijn dat we alleen maar meer marktwerking krijgen. Dan heb ik niks leuks te vertellen. Maar ik hoop dat ik wél iets positiefs te vertellen heb.”