'Servië moet genocide moslims Srebrenica erkennen'

Servië staat op het punt excuses aan te bieden voor de moslimslachtoffers van Srebrenica, maar genocide bekennen blijft voor veel politici moeilijk.

In de Servische politiek wordt al maanden fel gediscussieerd over de massamoord op 8.000 moslims bij de val van Srebrenica in Bosnië. President Boris Tadic dringt aan op een declaratie met excuses aan de slachtoffers. Maar gebruik van de term ‘genocide’ ligt gevoelig. De meeste partijen eisen ook aandacht voor Servische slachtoffers.

Deze week stemt het parlement over de uiteindelijke compromistekst. Daarin worden de misdaad en alle politieke en maatschappelijke processen die daartoe hebben geleid, veroordeeld en nabestaanden excuses en medeleven aangeboden. Het woord genocide komt er alleen indirect in voor, door te verwijzen naar een uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Een afzonderlijke declaratie over Servische slachtoffers is in de maak.

Het is een stap naar het onder ogen zien van het verleden, zegt staatssecretaris voor mensen- en minderhedenrechten Marko Karadzic (33).

Dit initiatief komt pas na jarenlange druk van het Europarlement en activisten. Zijn de excuses gemeend?

„Ik kan niet namens anderen spreken, maar veel mensen betreuren oprecht wat is gebeurd. Tegelijk zijn mensen bang voor het stempel ‘genocidevolk’, alsof ze hiermee collectief gestraft worden. Het is aan ons politici om uit te leggen dat er een verschil bestaat tussen het onderkennen van de verantwoordelijkheid van een regime en individuele verantwoordelijkheid voor misdaden. Dat je juist door dat te benoemen laat zien dat je je losmaakt van het verleden. Dat is een moeilijke boodschap. Serviërs hebben geleerd dat de halve wereld tegen hen is en dat het Joegoslavië-tribunaal anti-Servisch is.”

Uit het debat blijkt dat veel Serviërs vinden dat in Srebrenica geen genocide is gepleegd.

„In de jaren negentig kregen mensen de propaganda van Slobodan Milosevic gevoerd. De stemmen van slachtoffers waren bijna niet hoorbaar. Nationalistische partijen die daarbij betrokken waren proberen hun verantwoordelijkheid of die van hun voorgangers te verbergen. Binnen de politiek heeft nooit een echte zuivering plaatsgevonden.”

Grofweg zijn er drie groepen Serviërs, schetst Karadzic: mensen die de genocide ontkennen, zij die vinden dat aan beide zijden in het conflict net zoveel slachtoffers zijn en schuld is en de groep waartoe hij zelf behoort, die vindt dat je ronduit moet benoemen dat in Srebrenica genocide is gepleegd. „Langzaam krimpt die eerste en groeit die laatste groep. Een paar jaar geleden zou deze declaratie niet mogelijk zijn geweest.”

U en uw partij (LSV) vertegenwoordigen nog altijd een kleine minderheid.

„Ik vind het hoopvol dat er weinig echte oppositie in het land is tegen deze Srebrenica-resolutie. Langzaam raken mensen beter geïnformeerd en durven meer afwijkende meningen te hebben. Voor mij is het heel belangrijk dat de verantwoordelijkheid wordt benoemd van het regime van Slobodan Milosevic. Ik was kind en zag hoe Milosevic ons behandelde. Veel mensen hier zijn ook zijn slachtoffers. Maar stil zijn over misdaden maakt je medeverantwoordelijk. Als staat moeten we eerlijkheid betrachten.”

In de resolutie staat ook een oproep aan andere ex-Joegoslavische republieken om excuses te maken voor Servische slachtoffers. En er komt een tweede declaratie van het parlement over het oorlogsleed dat Serviërs is aangedaan. Welk signaal gaat daarvan uit?

„Wat voorligt is een compromis van het parlement. De bewoordingen hadden wat mij betreft anders gemoeten. Je moet iets doen omdat je het meent. Dit is niet de plaats om in ruil daarvoor ook weer een ‘gunst’ van anderen te vragen. Toch zal mijn partij voor stemmen, want uiteindelijk is de declaratie een betekenisvolle stap vooruit.”