Over het nut van de late Citotoets valt te twisten

Ongeveer 1.500 scholieren maken, bij wijze van proef, pas deze week de Citotoets. Ze hebben extra reken- en taalles gehad. Maar: „Wie op vmbo-niveau zit, gaat niet opeens naar het vwo.”

De meeste leerlingen van groep acht kennen de uitslag van hun Citotoets al. Zij maakten die toets begin februari. Een relatief kleine groep van ongeveer 1.500 scholieren in Assen, Elburg, Roermond en Wijchen is nog in het ongewisse; zij zijn gisteren begonnen aan hun driedaagse Eindtoets Basisonderwijs en sluiten die morgen af. Het idee achter deze proef is dat een late toets de aansluiting tussen de basisschool en de middelbare school vergemakkelijkt.

De vraag is of uitstel helpt. Onderwijssocioloog Paul Jungbluth van de Universiteit Maastricht denkt van niet. „Uitstel heeft alleen zin als je denkt dat er nog winst te halen valt bij een leerling en eerder gaat opletten. Dan weet je wat je zou moeten repareren. En als dat zo is, waarom ziet een leraar dat dan niet eerder?”

De initiatiefnemers van de proef met de verlate Citotoets zijn de vereniging van basisschoolbesturen PO-Raad, de verenigde schoolbesturen in voortgezet onderwijs VO-raad, de vereniging van schoolleiders AVS en toetsinstituut Cito. De leden van de PO-Raad opperden in 2008 het idee van een late toets in antwoord op de vraag hoe zij het taal- en rekenniveau konden verbeteren. En hoe de overgang te versoepelen tussen basis- en middelbare school.

De proef wordt gezamenlijk gehouden met middelbare scholen in dezelfde vier regio’s. De leerlingen zullen, als onderdeel van het experiment, nog twee keer worden getest, eenmaal vlak voor en eenmaal na de zomervakantie. „Dat is geen volledige Citotoets, maar wel zodanig dat je het kennisniveau kunt meten”, zegt een woordvoerder van de PO-Raad.

Onderwijssocioloog Jungbluth kan zich de redenering van de schoolbestuurders wel voorstellen. „Er gaat lestijd verloren in het lesjaar van groep 8. De leraar zit na de Citotoets niet langer op de prestatietoer, terwijl ouders zich thuis zitten te verbijten over het – in hun ogen – te lage schooladvies van hun kind. ‘Had ze in die tijd dan niet beter les kunnen krijgen’, denken zij.”

Het punt is, zegt Jungbluth, dat er in korte tijd niet zo gek veel meer valt te doen aan de uitslag van zo’n test. „Wie eenmaal op vmbo-niveau zit, zal niet opeens naar vwo springen door een paar weken extra les.” „Het is in principe zelfs zo”, voegt hij toe, „en dat klinkt misschien onsympathiek, dat je al een heel eind komt met een advies voor de middelbare school als je een kind doormeet aan het eind van groep 2.” Hij beargumenteert: „Als dat niet zou kloppen, dan zou alles wat we de laatste tijd hebben onderzocht en gevonden op het gebied van ongelijkheid en achterstanden niet waar zijn. Waar je als kind later naartoe gaat op school, heeft te maken met het onderwijs dat je krijgt, een beetje met intelligentie – die factor is onveranderlijk – en een beetje met de omgeving waarin het kind opgroeit. Ook dat verander je niet.” In essentie, zegt hij, is het op elk moment mogelijk een voorspellende test af te nemen. „Het zal niet dramatisch grote verschillen opleveren.”

„En als je de Citotoets dan toch opschuift”, stelt hij, „dan zou je die ook werkelijk later kunnen afnemen, in mei.” Aanvankelijk wilde de PO-Raad de verlate Citotoets in juni. Maar dat paste niet bij de personeelsplanning in het voortgezet onderwijs. Middelbare scholen willen bijtijds weten hoeveel kinderen ze na de zomer kunnen verwachten. Een beetje overtrokken, vindt Jungbluth. „Het aantal leerlingen dat op het laatste moment naar een ander type school gaat, is zeer beperkt. Dat gaat dan om kinderen met een dubbeladvies, iemand die bijvoorbeeld zowel naar de havo als het vwo kan.”