Oneindig overstappen voor 65 cent

Driehonderd kilometer spoor met bijna tweehonderd stations: de metro in Moskou is groot en fabelachtig.

Het getroffen station Park Koeltoery is bijna 75 jaar oud.

Aanslagen of niet, de metro in Moskou is voor de meeste Moskovieten zo onmisbaar als de fiets voor de meeste Amsterdammers. Het is een goedkope en snelle vorm van vervoer in de Russische hoofdstad. Op de perrons diep onder de grond is het bijna altijd druk, maar in tegenstelling tot de autowegen boven ook bijna altijd vrij van vertragingen.

Maar de metro is in Moskou veel meer dan alleen een transportsysteem. Het metroperron, dat is de plek waar Moskovieten in de winter afspreken omdat het buiten te koud is en bij de bovengrondse in- en uitgangen te winderig. Het is de plek waar invaliden zonder armen of benen bedelend hun uitkering bijspekken. Waar de politie steekproefsgewijs paspoortcontroles uitvoert: reizigers met Kaukasisch uiterlijk worden er beduidend vaker uitgepikt.

Gemiddeld vervoert de Moskouse metro dagelijks zo’n zeven miljoen passagiers (de stad telt ruim tien miljoen inwoners). Met één metrokaartje à 26 roebel (65 cent) kunnen die de hele dag in het onderaardse gangenstelsel blijven en oneindig vaak overstappen op de twaalf verschillende lijnen. In en rondom de stations is er veel kleine economische bedrijvigheid, met 24-uurswinkels, pannekoek- of gepofte aardappelkraampjes en kiosken die sigaretten, tijdschriften, cd’s en nagelvijltjes verkopen.

Lange, houten, naar Nederlandse begrippen zeer snelle roltrappen verschaffen toegang tot de bij elkaar driehonderd kilometer aan metrospoor. Vanuit een glazen hokje onderaan houdt een vrouwtje de trappen in de gaten. De blauwe metrowagons (‘Niet tegen de deuren leunen’) vertrekken tijdens de spits meerdere keren per minuut vanaf de stations.

De metro is ook een levend ondergronds museum. De eerste lijn opende 75 jaar geleden voor publiek. Leden van de Komsomol (de jeugdorganisatie van de communistische partij) hielpen mee aan de bouw. Park Koeltoery (‘Cultuurpark’), waar gisteren een van de aanslagen plaatsvond, is een van de oudste van de nu bijna tweehonderd stations. In de Tweede Wereldoorlog fungeerde station Majakovskaja als schuilkelder. Veel perrons zijn rijk versierd met marmer, mozaïek en brons: ronkende sovjetglamour uit het Stalintijdperk. Favoriet onder toeristen is de halte ‘Plein van de Revolutie’ (1938), vol reusachtige bronzen beelden van sovjetburgers.

Aan de fabelachtigheid van de metro draagt Metro-2 bij: een verondersteld geheim netwerk van tunnels die onder meer Kremlin, vliegveld, gebouwen van de geheime dienst (boven het door de aanslag getroffen station Ljoebanka) en, destijds, de datsja van Stalin, met elkaar zouden verbinden of hebben verbonden.

Het bestaan van dit stelsel, volgens de overlevering gebouwd om hoge sovjetofficieren te kunnen evacueren in geval van oorlog of burgeropstand, is nooit door officiële instanties bevestigd. Wel werd in 2006 het Museum van de Koude Oorlog geopend in een voormalige ondergrondse bunker van Defensie, die verbonden is met metrostation Taganskaja. Een amateurclub van avontuurlijke ‘diggers’ zoekt met spaden en zaklampen naar meer bewijs.