Olievlek in Kaukasus

De zelfmoordaanslagen op de metro in Moskou zijn niet de eerste terreurdaden in de hoofdstad van Rusland. Het is wel de eerste keer dat president Medvedev zo direct wordt geconfronteerd met terrorisme in de buurt van het Kremlin. Sinds hij in 2008 als opvolger van huidige premier Poetin aan de macht kwam, is het geweld in de Noordelijke Kaukasus verder uitgedijd en geëscaleerd. Maar het centrum van Rusland bleef afgelopen twee jaar ongemoeid.

Met een bomaanslag in november vorig jaar op de Nevski-Expres, een hogesnelheidstrein tussen Sint-Petersburg en Moskou, kwam al eerder een einde aan de relatieve rust. Maar sinds gisteren kan president Medvedev niet meer ontkennen dat hij een groot politiek probleem heeft.

Want het was Medvedev die in april 2009 per decreet de vrede afkondigde in Tsjetsjenië, de heftigste brandhaard van de Kaukasus. Dankzij de zogeheten ‘Tsjetsjenisatie’ hoefden de Russen er niet meer het vuile werk op te knappen. Onder auspiciën van Moskou voert de regionale clanleider Kadyrov vanuit Grozny een islamitisch schrikbewind. En het was Medvedev die in januari de econoom Chloponin benoemde tot zijn gevolmachtigd vertegenwoordiger in de Kaukasus. Dat leek een aanwijzing dat hij, na vijftien jaar oorlog, de tijd rijp achtte voor meer economische wederopbouw.

De zelfmoordaanslagen hebben het Kremlin terug in de tijd gezet. Premier Poetin zette de toon met zijn belofte de terroristen te „vernietigen”. Medvedev nam dat daarna over en noemde de daders „beesten”.

Begin deze maand klonk de president nog veel ingetogener. In Naltsjik, de hoofdstad van de deelstaat Kabardino-Balkarië die ook instabieler wordt, riep Medvedev toen juist op extremisme in de Kaukasus „rustig en zonder hysterie” te lijf te gaan.

Die harde woorden zijn op zich niet ongepast. Zoals het ook logisch is dat de buitenwereld zich heeft gesolidariseerd met de Russische regering. Maar er is meer nodig.

De Kaukasus is een bron van geweld. Oorzaak en gevolg zijn een kwestie van kip of ei. Maar sinds de Tsjetsjeense Oorlogen, na de smadelijke aftocht van het Russische leger in 1996, in 1999 werden hervat en militair gezien gewonnen werden, is de regio geradicaliseerd en geïnternationaliseerd.

Ooit begonnen in Tsjetsjenië is het uitgewaaierd over een groot deel van het gebied tussen de Kaspische Zee en de Zwarte Zee. De islam speelt er nu in het publieke domein een grotere rol dan ooit. Wat in 1994 begon als klassiek 19de- eeuws separatisme is nu modern 21ste-eeuws jihadisme.

Rusland zelf heeft ook de hand gehad in de destabilisatie. De oorlog tegen Georgië in augustus 2008 mag het dan in vijf dagen hebben gewonnen, het conflict heeft wel de rest van de Kaukasus op scherp gezet. Net zo kunnen de aanslagen op de metro de politieke verhoudingen in Moskou gaan beïnvloeden. Afgelopen tien jaar is dat steeds gebeurd. Elke terreurdaad leidde tot een straffer centraal bewind. Poetin was de personificatie van die zogeheten ‘verticale macht’. Of Medvedev die rol ook met verve kan spelen, is de grote vraag.