'Mijn muziek moet gaan over eerlijke emoties'

Folkzangeres Laura Marling (20) is al jarenlang actief op het podium. Haar muziek past in de traditie van Nick Drake en Sandy Denny. Maandag treedt ze op in de Amsterdamse Melkweg.

Nog maar zeventien was ze, toen ze moederziel alleen met een akoestische gitaar in het tv-programma Later with Jools Holland stond. „Ik was doodsbang,” zegt Laura Marling, „en blij dat ik mijn liedje tot een goed einde kon brengen.”

Alas I Cannot Swim doopte ze haar debuutalbum, verwijzend naar het feit dat ze het artiestenvak nog aan het leren was. Inmiddels is ze een veteraan van twintig, die op haar nieuwe cd I speak because I can opvallend volwassen klinkt. Haar liedjes zijn persoonlijk en doorleefd; haar muziek past in de tijdloze Britse folktraditie van Nick Drake en Sandy Denny.

Het is allemaal de schuld van haar ouders, zegt ze laconiek. Haar vader runde een opnamestudio waar ze als kind graag rondhing. Thuis in het Engelse Reading groeide ze als jongste van drie zussen op met Britse folkmuziek, maar werd ze ook gevormd door muziek die ze zelf als ‘Laurel Canyon’ omschrijft: de zwoele sound van Amerikaanse singer/songwriters als Joni Mitchell en Jackson Browne. „Die Californische sound intrigeerde me. Het klonk heel relaxt, maar tegelijk kon de zanger zijn diepste gevoelens blootgeven. Zo wilde ik ook muziek maken.”

Haar eerste stappen op het podium zette ze in de Londense indie-folkscene. Ze deelde het podium met Noah & The Whales en Jamie T en zong op platen van The Rakes en Mystery Jets. Charlie Fink van Noah & The Whales werd haar vriendje en produceerde haar eerste album; Marcus Mumford van Mumford & Sons speelde gitaar in haar band. Als het fragiele meisje in een bus vol Britfolkmuzikanten vertrok ze op tournee naar Amerika, waar ze een tijdlang als nomaden leefden. Nu het uit is met Charlie Fink, die zo kapot was van de breuk dat bijna alle liedjes op het laatste Noah & The Whale-album over haar gaan, maakt Laura zich los uit de Londense scene. Haar producer Ethan Johns, zoon van Glyn Johns die ooit The Who en de Rolling Stones produceerde, komt uit Los Angeles en gaf haar muziek een Californische glans.

„Folk is voor mij geen genre maar een manier van leven”, zegt Laura Marling over de laatste vier jaar die ze muziekmakend doorbracht. Opgroeien deed ze op het podium, stelt ze achteraf vast. „Op je zestiende kun je met de grootste stelligheid een levensvisie verdedigen die achteraf niet zo realistisch blijkt. Ik ga door de grond als ik denk aan de dingen die ik toen in interviews verkondigde. Uit onzekerheid schreeuwde ik er van alles uit, terwijl ik me zo onvrouwelijk mogelijk presenteerde, zonder make-up en in T-shirts van punkbands. Nu ik mezelf beter heb leren kennen, heeft de muziek een evenwichtiger plaats gekregen in mijn leven.”

Ze kleedt zich tegenwoordig wat conservatiever en haar geblondeerde lokken hebben plaats gemaakt voor een kort donker kapsel. Dat laatste blijkt het gevolg van een ongelukje van Nederlandse origine. „In Den Haag kocht ik een blondeermiddel waar mijn haar blauw van werd. De enige remedie was om het donker te verven. In het algemeen ben ik niet zo imagobewust, behalve dat ik er in het dagelijks leven net zo goed uit wil zien als op het podium. De fase van T-shirts met gaten ben ik voorbij.”

Muziek vertegenwoordigt de meest zuivere vorm van expressie, vindt ze. Daarom snapt ze niet dat er artiesten zijn die hun teksten door anderen laten schrijven of die hun hele carrière ophangen aan andermans songmateriaal. „Op zijn tijd speel ik wel eens een coverversie, maar nooit anders dan als een soort vingeroefening voor mijn eigen materiaal. Ik hecht de grootste waarde aan muziek die oprecht is. Er moeten eerlijke emoties uit spreken. Inspiratie is heilig. Ik kan niet aan een tafel gaan zitten om mezelf te dwingen een song te schrijven. Songs komen me vanzelf aanwaaien, soms op momenten dat ik er eigenlijk helemaal geen zin in heb. Dat is het lot van de liedjesschrijver; altijd open staan voor de inspiratie die in de lucht hangt. Hotelkamers werken goed voor mij, in tegenstelling tot mijn piepkleine appartement in Londen waar ik bij de minste stemverheffing mijn buren wakker maak.”

Als in traditionele folksongs kan ze zich verplaatsen in een personage, waarmee de tijdloze schoonheid van haar muziek nog eens benadrukt wordt. „My husband left me last night”, opent het titelnummer I speak because I can, terwijl duidelijk mag zijn dat Laura Marling in werkelijkheid nog geen gebroken huwelijk achter de rug heeft. „Soms heb ik geen controle over de manier waarop tekstregels zich presenteren. Die openingszin is het beste bewijs van het feit dat ik als liedjesschrijver doe wat het moment mij ingeeft. De vorm is die van een oude folksong, maar het liedje geeft mij het platform om mijn hart te luchten. Mijn diepste, donkere gedachten krijgen er gestalte in. Ik zing omdat het moet; omdat het gezegd moet worden.”

I Speak Because I Can is uitgebracht door Virgin/EMI. Laura Marling treedt 5 april op in Melkweg, Amsterdam.