Is de Linkse Lente altijd gedoemd te mislukken?

Net als nu werd in het verleden wel gedroomd van een puur linkse coalitie.

Dat het er nooit echt van kwam, heeft te maken met ons ‘historisch krachtenveld’.

Het leek op een beginnende liefde die in de knop werd gebroken. Zij wilde meer van hem. Of het niet leuk zou zijn eens samen uit eten te gaan, vroeg ze. Hij zag dat niet zitten maar hij wilde haar ook niet helemaal afwijzen, want wie weet, misschien had hij haar later nog nodig. Dus hij stelde voor om koffie te drinken. Dat deden ze dus, spreekwoordelijke koffie drinken, maar echte liefde is het nooit geworden.

He’s just not that into you Femke, zou je nu zeggen, maar in 2006 was het vlak voor de Kamerverkiezingen van november dat jaar een serieuze gedachte van GroenLinks-leider Femke Halsema om samen met Wouter Bos van de PvdA een ‘Linkse Lente’ te beginnen. Ze schreef er zelfs een boek over onder de gelijknamige titel.

En, o ja, er was ook nog een derde in het spel. Uiteraard. SP-leider Jan Marijnissen. Die mocht ook meedoen, en deed dat ook. Maar daar gingen de lonkende blikken toen niet naar uit: hij wilde al te graag.

In de geschiedenis van de Nederlandse politiek duiken om de zoveel jaar plannen op voor een linkse coalitie, een progressieve samenwerking tussen linkse partijen, als alternatief voor de conservatieve ‘rechtse winter’.

Ook nu weer.

Dit keer komt het initiatief niet van Halsema, maar van de nieuwe SP-leider Emile Roemer. Hij sprak herhaaldelijk zijn hoop uit op een progressieve coalitie nu Job Cohen de PvdA-lijst voor de Kamerverkiezingen gaat aanvoeren, in plaats van Wouter Bos. Roemer wil een „zo progressief mogelijk kabinet”. Daarop antwoordde Cohen: „Hoe progressiever, hoe liever”, al sloot hij duidelijk het CDA of andere partijen niet uit.

Is zo’n Linkse Lente realistisch? Nee, zegt Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden en auteur van het onlangs verschenen boek Van regentenmentaliteit tot populisme. „Sterker nog, we hebben nog nooit een écht links kabinet gehad. Er was wel een linkse meerderheid in het kabinet-Den Uyl, maar je kunt die coalitie ook zien als een minderheidskabinet dat gedoogd werd door de confessionelen.”

Het kabinet Den Uyl, van 1973 tot 1977, was wel het meest linkse kabinet dat Nederland heeft gekend. De drie progressieve partijen, PvdA, D’66 (toen nog met apostrof) en PPR (later opgegaan in GroenLinks) hadden in 1972 een gezamenlijk verkiezingsprogramma gepresenteerd: Keerpunt ’72.

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 hadden de drie partijen een ‘schaduwkabinet’ gevormd. Ze verbonden zich aan elkaar en stelden: als u ons uw stem geeft dan zijn dit uw ministers. Allemaal met als doel om de kiezer een grotere keuze te bieden. Maar het linkse blok won uiteindelijk niet meer dan 56 zetels en had hulp van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en Katholieke Volkspartij (KVP) nodig om een coalitie te kunnen vormen.

Een linkse coalitie is vooral voor de PvdA een lastige keuze, legt Ruud Koole uit. Hij is oud-voorzitter van de PvdA en nu hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden. „Om een linkse meerderheid te bereiken moeten de linkse partijen ook stemmen uit het midden zien te winnen”, zegt Koole.

„Als de PvdA de indruk wekt zich te sterk te verbinden met bijvoorbeeld de SP, zou zij kiezers uit het midden van zich weg kunnen jagen. Bovendien zullen in dat geval kiezers die twijfelen tussen SP en PvdA niet om strategische redenen voor de PvdA stemmen. Dat was de situatie in 2006.”

Bovendien, benadrukt Koole, heeft Cohen gesproken van een ‘zo progressief mogelijke’ coalitie, niet van een ‘linkse’ coalitie. „Cohen houdt bewust de deur naar het CDA open. Hij wil zich niet vastketenen aan een puur links blok, dat is ook de les van het begin van de jaren zeventig.”

De situatie voor de PvdA is nu anders dan in 2006. Koole: „Toen was er grote concurrentie op links. De PvdA had een slechte campagne gevoerd en de SP had stemmentrekker Marijnissen. Nu heeft SP een nieuwe leider die zich nog moet bewijzen. Bovendien heeft de PvdA nu net gebroken met het CDA. Door die veranderingen ligt een pleidooi voor een zo progressief mogelijk kabinet meer voor de hand, maar dat is iets anders dan een pleidooi voor een links blok.”

Een Linkse Lente was „altijd meer een illusie dan een werkelijkheid”, stelt Remieg Aerts, hoogleraar Politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. „Ook nu levert een combinatie van SP, GroenLinks en PvdA geen meerderheid op als je kijkt naar de huidige peilingen. Ze hebben D66 nodig en dan nog is het geen overtuigende meerderheid.”

Dat past in het beeld van het historische krachtenveld, legt Aerts uit. „Links heeft sinds de vorige eeuw nog nooit meer dan 35 tot 40 procent van de stemmen gekregen. Linkse partijen zijn onderling communicerende vaten. Dat is altijd al zo geweest. Door het ‘Cohen-effect’ krijgt de PvdA nu meer stemmen volgens de peilingen, maar dit gaat ten koste van SP en GroenLinks.” 1998 was het hoogtepunt voor links: toen hadden PvdA, SP, GroenLinks en D66 bij elkaar 75 Kamerzetels. Meer dan het ooit geweest was.

Daar komt bij „dat zowel in Nederland, maar ook internationaal, links het vooral vaak onderling oneens is. Zo kunnen de socialisten eigenlijk nooit door een deur met de communisten”.

Waarom speelt dan de linkse droom toch telkens weer op? Aerts: „Het is een manier voor links om zich te wapenen tegen rechts. Maar nog meer dan dat is het eigen aan de linkse partijen om idealen te hebben. Je had voor de Tweede Wereldoorlog ook verschillende volksfrontregeringen in verschillende landen, waarbij communisten en socialisten hun onenigheden opzijzetten om tegen Hitler op te komen. Links wil de wereld mooier en beter maken. Dat zie je bij rechts niet. Rechts is vooral tegen dingen die links wil.”

Volgens hoogleraar vaderlandse geschiedenis Te Velde is de huidige oproep voor een progressief kabinet vooral een poging om een antwoord te formuleren op Wilders. Hij ziet het als teken dat de partijen zelfstandig hun positie willen bepalen. „Met de roep om een Linkse Lente wil links zichzelf aan de haren uit het moeras omhoog trekken. Je zag tot nu toe dat behalve D66 ook de PvdA zich erg tegen Wilders heeft afgezet en moeite had een eigen geluid te laten horen.”

Toch lijkt de oproep van Roemer van de SP een serieuze poging tot linkse samenwerking. „Al is de campagnestrijd nog maar net begonnen”, waarschuwt Remieg Aerts. „Iedereen is nu nog vrolijk, maar straks komen de verschillen duidelijker naar voren.” Bovendien is het volgens hem ook nog maar de vraag of je ook echt een linkse coalitie nodig hebt om ‘linkse maatregelen’ gedaan te krijgen.

„Het kabinet Den Uyl is zeker geen onverdeeld succes geweest”, zegt Aerts. „Er was veel turbulentie, zonder dat er veel bereikt is. Het grote elan voor sociale hervormingen was toen al wel voorbij.” Alle grote sociale wetgeving is tot stand gekomen met behulp van confessionelen, in de jaren vijftig en zestig, stelt Aerts. „Altijd zat de KVP erbij. Bij de AOW, Kinderbijslag, WAO, AWBZ.”

Te Velde is het met hem eens. „Na de Tweede Wereldoorlog had je de rooms-rode coalitie met de socialist Drees als premier. En Drees was weliswaar een socialist in hart en nieren, maar dat betekende niet dat er ineens een linkse wind waaide. Het was vooral toch een kwestie van kleine stapjes. Het was de politiek van toen, voorzichtigheid. Men wilde opbouwen na de oorlog en ook herhaling van de crisis uit de jaren dertig voorkomen. De PvdA helde in feite meer naar het centrum over.”

Aerts: „Meer dan een links of rechts blok, is er in Nederland altijd behoefte aan een soort kleurloze vluchtheuvel, een redelijk alternatief.”

En het lijkt erop dat de PvdA deze rol deze keer met Cohen goed kan spelen.