Hoogleraren: OM oneerlijk

Drie vooraanstaande hoogleraren strafrecht zijn ontsteld over het gebrek aan eerlijkheid bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie in een cocaïnezaak. De rechtbank liet op 4 maart vier verdachten vrij omdat het parket had verzwegen dat één van hen een infiltrant van de Duitse douanerecherche was.

Uit het vonnis blijkt dat het parket deze cruciale ontlastende informatie met opzet uit het dossier had gelaten. De rechter noemt dit „niet te begrijpen”.

Justitie mag alleen bij hoge uitzondering met infiltranten werken, en volgens strenge regels. Volgens de rechter heeft justitie die regels „op geen enkele wijze” gevolgd en zelfs verzwegen dat het van infiltratie op de hoogte was. Justitie beweerde dat de man alleen maar informatie gaf.

De Tilburgse hoogleraar strafrecht Theo de Roos zegt dat dit soort praktijken „gewoon niet kan”. Hij vraagt zich af waarom het OM zich de IRT-enquête uit 1994 naar dit type riskante opsporingsmethoden niet meer herinnert. Als mogelijke oorzaken somt hij laksheid, onbenulligheid, scoringsdrift, gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef of ervaring op.

Volgens de Maastrichtse hoogleraar Taru Spronken is een „geijkte truc” toegepast. De zaaksofficier werd in het ongewisse gelaten „zodat deze ook niet bewust de kluit zou kunnen belazeren”. Daar heeft de rechtbank volgens haar doorheen geprikt. Die constateerde dat de Duitse douane de cocaïnedeal helemaal regisseerde. Het OM verzweeg dit. Hoogleraar Ybo Buruma uit Nijmegen vindt dat de officier een „spel van ‘bewust niet willen weten’” heeft gespeeld.

Pagina 2: Rubriek De uitspraak

Pagina 4: De rechtsstaat in Europa

Meer over de zaak en reacties op nrc.nl/recht-en-bestuur