Homo's moeten dit kunnen incasseren

Nederland reageerde terecht fel op uitspraken in de VS over homo’s in het leger.

Maar daarbij moet het blijven. Een rechtzaak is tot mislukking gedoemd.

De Amerikaanse oud-generaal John Sheehan heeft zich in een hoorzitting voor de Amerikaanse Senaat denigrerend uitgelaten over homo’s in het Nederlandse leger en daar was Nederland niet blij mee. De suggestie dat de Bosnische enclave Srebrenica in 1995 gevallen is omdat de Nederlandse soldaten een tekortschietend mannelijk profiel zouden hebben vertoond, was niet alleen bizar, maar krabde ook nog eens een nog altijd schrijnende nationale wond open.

Het was allemaal te gek voor woorden en het Nederlandse kabinet liet niet na dat prompt te onderstrepen. De minister-president noemde Sheehans uitlatingen „beneden alle peil” en de voor het leger verantwoordelijke minister van Middelkoop betitelde ze als „militair onwaardig”. Dat zijn heftige woorden voor protestantse lieden, en daar kwamen de betuigingen van afkeer van andere (oud-)politici en vanuit de (voormalige) legertop nog eens bovenop. De Nederlandse generaal b.d. Van den Breemen, die door Sheehan in zijn bizarre meningen leek te worden betrokken, werd boven alle verdenking verheven.

Inmiddels heeft de stichting Pink Army, gesteund door de Stichting Homosexualiteit en Krijgsmacht, besloten de Amerikaanse oud-generaal aan te klagen wegens smaad. Zij eist volgens haar website een ondubbelzinnige rectificatie van Sheehan in de VS en Nederland, inclusief een door hem te beleggen persconferentie, een verplichte sensitivitytraining voor de omgang met seksueel anders geaarden, en de vergoeding van de proces- en advocatenkosten. Dat laatste is geen nodeloze toevoeging, want het benodigde bedrag wordt op 200.000 dollar geschat.

Men vraagt zich af wat Pink Army met dit initiatief meent te kunnen bereiken. De kans dat zij de rechtszaak wint, lijkt minimaal in een land dat de vrijheid van meningsuiting nog net iets hoger aanslaat dan Nederland zelf. Dat kan dus een dure aangelegenheid worden. Maar los daarvan rijst de meer principiële vraag of dit soort discussies wel via de rechter moet worden uitgevochten.

Wat in de actie van Pink Army opvalt, is de grote lichtgeraaktheid in een tijdperk waarin de burger nu juist geacht wordt in alles wat hem dierbaar en heilig is een maximale dosis tolerantie en incasseringsvermogen aan de dag te leggen. Voor de afschaffing van het godslasteringsverbod is inmiddels ruime steun in politiek én samenleving. De vrijheid ‘te zeggen wat je denkt’, door sommigen uitgebreid tot een ‘recht op belediging’, wordt met de regelmaat van de klok aangevoerd ter legitimatie van de grofste uitingen. Een maand geleden schroomden homo-organisaties zelf niet een kerkdienst op stelten te zetten om het gelijk te halen dat hun toekwam – onder warme steunbetuiging van sommige politieke partijen.

Wellicht zijn zulke extreme reacties begrijpelijk bij een groep die zich nog maar net heeft geëmancipeerd. De verleiding de zojuist behaalde erkenning alom bedreigd te zien, kan groot zijn en het triomfalisme van de nieuwe status kan licht doorslaan naar de sfeer van bijltjesdag. De ijver waarmee homobelangenorganisatie COC enkele jaren geleden de laatst overgebleven homo-onwillige trouwambtenaar trachtte uit te roken, stond in schril contrast met de gedooggeest waarop Nederland zich tegelijkertijd beriep. Hoe begrijpelijk dit radicalisme wellicht ook is, verstandig is het niet.

Van wie niet direct door deze emoties wordt bewogen, mag dan ook een grotere evenwichtigheid worden verwacht. Een Kamermeerderheid heeft die niet getoond. Alle fracties in het spectrum tussen VVD en SP hebben verklaard de actie van Pink Army te steunen, ook zij die bij de commotie rond de Reuselse Prins Carnaval niet schroomden de religieuze gevoeligheid van anderen te schofferen.

De toon in het publieke debat is de afgelopen jaren onmiskenbaar harder geworden. Dat is deels het gevolg van de emancipatie van de burger, die zich minder bevoogd en beschermd wil weten door zijn overheden. Als tegenprestatie moet hij daarvoor wel een groter incasseringsvermogen weten op te brengen. Men kan die ontwikkeling betreuren, maar dat verandert weinig aan de zaak.

Wat men echter niet kan doen, is het recht van een bijna ongelimiteerde vrijheid van meningsuiting opeisen, en vervolgens bij de minste onwelgevallige uiting van anderen de kat de bel aanbinden bij de rechter. Ook in dat geval moet de burger – van welke overtuiging, afkomst of aard ook – de volwassenheid tonen die hij van anderen eist.

De voormalige generaal Sheehan moest worden tegengesproken, en dat is door de Nederlandse regering, met velen in haar voetspoor, overtuigend gedaan. Pink Army zou in dat opzicht beter haar zegeningen kunnen tellen dan een tot mislukking gedoemde rechtszaak aan te spannen waarmee zij voornamelijk haar eigen gebrek aan tolerantie verraadt.

Eén dwaas kan meer onzin verkopen dan honderd wijzen kunnen weerleggen: dat is de harde wet van een publieke sfeer die haar eigen uitingsvrijheid hoog wil houden. Dat geldt ook in het geval van een voormalige bevelhebber van de NAVO die zich, eenmaal buiten dienst, ontpopt heeft als een gekke henkie.

De Nederlandse reactie was voorbeeldig. Elke gerechtelijke actie die hieraan wordt toegevoegd, doet afbreuk aan dat bewijs van civiele en politieke weerbaarheid.

Ger Groot is filosoof en medewerker van NRC Handelsblad.