Het dorp Jantarnyj zit op een wereldmonopolie

Bijna alle barnsteen ter wereld bevindt zich in Kaliningrad. Maar de fabriek die de steen verwerkt, is hopeloos ouderwets. „Het ontbreekt ons aan nieuwe technologie.”

De bewaker bij de hoofdingang heeft een slecht humeur. Zijn houten wachthokje verkeert in deplorabele staat, telefoonkabels zijn uit de scheefhangende lambriseringen gerukt en zijn bureau is bedekt met rottend afval. Daarom zit hij nu achter een klein tafeltje in de vrieskoude hal. Met tegenzin laat hij een enkele arbeider door het tourniquet, nadat hij eerst uitvoerig diens documenten heeft gecontroleerd. En terwijl hij dat doet, veegt de bejaarde Tatjana met een heksenbezem het vuil onder zijn voeten weg. „Ik werk hier al vijftig jaar”, zegt ze. „Eerst in de slijperij, maar sinds een paar jaar bij de schoonmaakdienst. De fabriek is mijn leven.”

De Kaliningradse Barnsteen Fabriek in het dorp Jantarnyj op de westpunt van de Russische exclave Kaliningrad, is een vesting als De Nederlandsche Bank. De strenge veiligheidsmaatregelen hebben een goede reden, want in Kaliningrad bevindt zich 90 procent van de wereldvoorraad aan barnsteen.

In de chaotische jaren negentig, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, werden de fabriek en de nabijgelegen barnsteengroeve systematisch leeggeroofd. Zowel door de fabrieksarbeiders en de directie, die door de nationale privatisering collectief eigenaar waren geworden en een eigen exporthandeltje naar Polen opzetten, als door de overige streekbewoners, die als barnsteenvissers de kust afgraasden.

Op de internationale markt werd toen voor 340 miljoen euro per jaar aan barnsteen verhandeld, terwijl de Kaliningradse Barnsteen Fabriek – toen en nu verantwoordelijk voor 70 procent van de mondiale barnsteenwinning – in die jaren slechts een paar miljoen euro winst maakte. De schade van de diefstal bedroeg zo’n 80 miljoen euro per jaar, oftewel 60 procent van de toenmalige jaaropbrengst.

In 1996 werd de fabriek weer genationaliseerd, zogenaamd omdat de privatisering illegaal zou zijn geweest. Van de 2.600 werknemers, het gehele werkende deel van de lokale bevolking, werden er 2.000 ontslagen. Het was een ramp voor het dorp.

Nu is het stil bij ‘de pijp’, zoals de afvoerbuis wordt genoemd waarmee de fabriek de afgewerkte klei met water en kleine barnsteentjes de Baltische Golf in spoelt. „Dankzij het betere filter in de pijp, dat ervoor zorgt dat er geen barnsteen meer door komt, zijn er geen illegale vissers meer”, zegt Svetlana Kalinina, die sinds twee jaar in de fabriek werkt als rechterhand van de algemeen directeur. Trots: „Wij bezitten het monopolie in de wereld.”

De weg naar de met camera’s bewaakte groeve voert door een Hollands duinlandschap, dat net door een sneeuwstorm is overvallen. Bij een uitkijkpunt staat naast een galg een souvenirkraampje, waar nagemaakte gewaden en zwaarden van de ridders van de Duitse Orde, die het gebied in de dertiende eeuw koloniseerden en de barnsteen begonnen te exploiteren, naast flessen wodka met barnsteenkruimels hangen. „Hiermee vertellen we de geschiedenis van de barnsteenwinning aan de 15.000 toeristen die hier jaarlijks komen”, zegt Tatjana Martinjoek, de directeur van de pr-afdeling, terwijl ze een fles opentrekt die een afstotende geur van in wodka gedrenkte barnsteen laat ontsnappen.

In de uitgestrekte groeve loopt een enkele arbeider rond de twee enorme kranen waarmee de kleibodem wordt afgegraven. „Daarna wordt er zeewater de groeve binnengelaten”, vertelt Tatjana over de winning. „Het zeezout haalt de barnsteen uit de klei naar boven. Die klei wordt dan met de hand gewassen. In iedere meter diepte zit tussen de een en vijf kilo barnsteen. Vandaag gebeurt er even niets, omdat door de sneeuw de arbeiders, die in de klei naar barnsteen moeten zoeken, bijna niets kunnen zien.”

In de slijperij op het fabrieksterrein met zijn Duitse gebouwen, die eraan herinneren dat Kaliningrad vóór 1945 deel uitmaakte van Oost-Pruisen, waakt ingenieur Jelena Kotsjetkova over tientallen bakjes met honingkleurige barnsteentjes. Ze staan op de werktafels van de zeventig slijpers. „De beste barnsteen is zacht en de mooiste, duurste en zeldzaamste is wit als ivoor”, zegt ze, terwijl ze een doorzichtig stuk barnsteen omhoog houdt waarin een mug gevangen zit. „Miljoenen jaren oud”, zegt ze.

In de eerste van de vier werkruimtes worden de stenen op kwaliteit geselecteerd. Anna, een jonge arbeider, zit voor een enorme stapel en gooit de ene steen in een rood, de ander in een blauw bakje. „Ik let op de gelaagdheid”, zegt ze. „En op het landschap dat je in sommige stenen kunt zien.” Ze wijst op een steen waarin drie verschillende reliëfs voorkomen, het één ruw, het tweede golvend glad, het derde helder als spiegelglas. „Kijk, aarde, water en lucht.”

In de belendende zaal worden de ruwe stenen met een waterzaag tot staafjes en ruwe balletjes verwerkt. Er hangt een verstikkende slijpgeur. „En hiernaast worden ze tot gladde balletjes of wiebertjes geslepen, waarna ze worden gewassen en gepolijst en gedroogd”, zegt Kotsjetkova, wijzend naar de honingkleurige schat om haar heen. „Het slijpsel, dat na het wassen van de steentjes als poeder achterblijft, gebruiken we voor cosmetica en voor medicijnen.”

De Kaliningradse Barnsteen Fabriek valt sinds de renationalisatie onder het ministerie van Financiën, dat in Rusland alle natuurlijke grondstoffen beheert. Sinds die tijd is de rust weergekeerd in de fabriek. „Als staatsbedrijf kun je steun krijgen op het gebied van opleidingen, strategische belangen en investeringen”, zegt directieadviseur Svetlana Kalinina. „Zo hebben we de juweliersafdeling, die tijdens de privatisering werd afgestoten, weer terug. Al wordt er niet meer, zoals in de Sovjet-Unie, een onbeperkte voorraad sieraden aangelegd.”

Kalinina leidt het bezoek naar het barnsteenmuseum, in de directievleugel van de fabriek. De gangen in het gebouw zijn oud en ruiken zuur en stoffig. Het is een geur die in de Sovjet-Unie overal was te ruiken. „We zijn aan het verbouwen”, verontschuldigt ze zich voor de troep.

Maar in het barnsteenmuseum is die chaos opgelost. De vitrines glanzen als in een juwelierswinkel. En de bewaarder van oudheden toont trots haar schatten. Zoals een brok barnsteen van enkele kilo’s. „Het is een miljoen jaar oud en er heeft een mensenarm in gezeten”, zegt ze, waarop ze haar eigen arm erin legt als in een mal.

Dan toont ze alle barnstenen prullaria, halskettingen, ringen, oorbellen, doosjes, die ze onder haar hoede heeft. De oudere zijn ontegenzeggelijk mooier van kleur en glans dan de nieuwe. „Witte barnsteen wordt in de loop van de jaren goudkleurig”, zegt ze. Daarop wijst ze naar de muur, waar een van barnstenen kraaltjes geregen portret van Lenin hangt. „Kijk maar”, zegt ze. „Alleen in zijn baardje zitten nog een paar kraaltjes die wit zijn gebleven.”

Een verdieping hoger huist de nieuwe directeur, de energieke, 45-jarige Joeri Moegin, afgestudeerd arts en econoom is. Hij heeft hiervoor als regiodirecteur van een groot Amerikaans bedrijf in Rusland gewerkt. Daar heeft hij performance management geleerd, dat organisaties en hun medewerkers resultaatgerichter laat werken. In Jantarnyj wil hij met die methode de reorganisatie doorvoeren. „Tijdens de Sovjet-Unie werd hier 700 ton barnsteen per jaar geproduceerd”, zegt hij. „Dat is nu nog maar 341 ton, terwijl er in Polen, dat samen met Oekraïne goed is voor de overige 30 procent van de barnsteenwinning in de wereld, 20 ton wordt geproduceerd. Maar als we de techniek hebben gemoderniseerd, kunnen we de fabriek weer 24 uur achtereen later draaien en wordt die productie hoger.”

Net als Svetlana benadrukt ook hij dat tegenwoordig de kwaliteit van de barnsteen vooropstaat. „In de groeve hebben we nu tot op een diepte van 350 meter klei afgegraven”, vertelt hij. „Maar hoe dieper je graaft, hoe ouder en beter de barnsteen is. In onze groeve bevindt zich veel barnsteen van hoge kwaliteit. Maar om nieuwe bodemsegmenten te kunnen bereiken, hebben we nieuwe technologie nodig en die is er nog niet.”

„Van de huidige 341 ton bestaat slechts 20 procent uit grotere stenen. Zo’n 30 procent bestaat uit kleine steentjes waar je niet veel mee kunt doen. Het is nu de vraag wat we daarmee moeten. In de Sovjet-Unie maakte dat niets uit, maar nu moeten we rekening houden met de markt en een grotere hoeveelheid barnsteen van betere kwaliteit zien te winnen, om meer te kunnen verkopen.”

Een ander groot probleem is, net als overal in Rusland, de gemiddelde leeftijd van de werknemers. „Die is 46 jaar en dus te hoog”, zegt de directeur. „We willen een nieuwe generatie binnenhalen, die we zelf kunnen opleiden. Dat moet mogelijk zijn, want het gemiddelde salaris is hier redelijk, zo’n 17.800 roebel (450 euro) per maand. Ook hebben we een goed sociaal plan en een eigen kuuroord.”

Nog veel belangrijker is de staatssteun die hij hoopt te krijgen voor het financieren van de nieuwe technologie. „Het moet lukken” , zegt hij. „We zijn in Rusland tenslotte ook nog eens nummer 1 op het gebied van verf, lak en impregneermiddelen, die we naast de barnsteen produceren. En godzijdank wordt er praktisch geen barnsteen meer gestolen.”

Als hij even later naar een restaurant vertrekt voor de dagelijkse warme lunch, stapt hij in een SUV die begeleid wordt door een zwarte auto met twee lijfwachten. „Dat komt doordat hij in Moskou heeft gewerkt”, zegt Svetlana Kalinina. „Daar is zakendoen levensgevaarlijk.”