Geo-engineering

Een land dat daar zin in heeft, kan zomaar de aarde een paar graden kouder maken. Wat daar de gevolgen van kunnen zijn, is onbekend. Natuurkundige en wetenschapsfilosoof Arthur Petersen (1970) vindt dat wetenschappers een andere rol tegenover burgers en overheid moeten gaan spelen. Hij werkt onder meer bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

We kunnen wolken witter maken?

„Ja, door er zeewater in te verstuiven. Dat kan ook leiden tot nieuwe wolken. In beide gevallen wordt er meer zonlicht teruggekaatst. We kunnen ook met gemak een vulkaan nabootsen, en net zo’n effect bereiken als bij de uitbarsting van de Krakatau, in 1883, toen de temperatuur over de hele wereld daalde. Dat heet geo-engineering, ingrijpen in het klimaatsysteem. Sommige zijn nog duur, maar die technologieën komen eraan.”

Wat gebeurt er als die gebruikt worden?

„Dat weten we niet precies. Een nachtmerrie is dat één land het kan bedenken en ook doen. Stel China denkt: ammehoela, we hebben genoeg misoogsten gehad en geen zin op te houden met kolen verbranden om zo de CO2 terug te brengen, dus we koelen even de aarde een paar graden af.

De aansturing van dit soort onderzoek moet daarom bij de wereldgemeenschap liggen. Ik kom net terug van een conferentie hierover in Californië. Je wilt niet dat bij geo-engineering hetzelfde gebeurt als bij genetische modificatie. Dat is volstrekt idioot nu. In Amerika heb je al heel veel toepassingen, terwijl de consequenties niet gemonitord worden. In Europa is het omgekeerd: er zijn nauwelijks experimenten, maar alles wordt streng in de gaten gehouden. Ik pleit voor kleinschalig experimenteren, en de mogelijkheid beslissingen ook weer te herzien. Intelligent voortstruikelen dus. Wetenschappers moeten bij dit alles beter hun verantwoordelijkheid nemen.”

Wat doen wetenschappers fout nu?

„Ze moeten onzekere risico’s goed in beeld brengen. Het hele spectrum. Daarbij heb je ook onderzoekers uit de maatschappelijke en de sociale sector nodig: sociologen, economen. Technologen worden vaak kriegel over de angst bij de bevolking voor nieuwe technologieën. Die is irrationeel, vinden ze. Maar dat onderbuikgevoel bij de bevolking is een feit en kan ook een kennisbron zijn.

En angst kan helpen burgers problemen serieus te laten nemen. Zoals bij klimaatverandering gebeurt. Over hoe dat nu gaat, ben ik behoorlijk kritisch. Steeds wordt het ‘ergste-geval-scenario’ naar voren geschoven, óf alles wordt afgedaan als onzin. Feit is dat de onzekerheden tamelijk groot zijn, maar dat het ergste wel degelijk kan gebeuren.”

Kan de politiek dat soort gegevens wel goed interpreteren?

„Dat moet je eisen, vind ik. Daar heb je ook organisaties voor. Oké, ik werk er zelf, maar ik geloof echt in de functie van instituten als het Planbureau voor de Leefomgeving, dat informatie levert aan alle ministeries.”

Liesbeth Koenen

Morgen spreekt prof. dr. Arthur Petersen om 20.00 uur in de aula van het Academiegebouw, Domplein 29 Utrecht. Toegang gratis.