Franse eurocommissaris weet dat hij moet oppassen

Eurocommissaris Barnier ziet niets in zelfregulering van de financiële sector. Britten vinden hem „de gevaarlijkste man van Europa”.

De nieuwe eurocommissaris van Interne Markt en Financiële Dienstverlening, Michel Barnier, is de eerste Fransman ooit in deze functie – en dat merk je meteen. Ineens ligt de Franse krant Le Figaro bij de receptie, naast The Wall Street Journal. Anders dan zijn voorgangers, die meer Angelsaksisch dachten, gelooft Barnier niet dat je financiële markten hun gang moet laten gaan. In zelfregulering ziet hij niets. Hij gaat voor overheidsregulering en meer toezicht.

„Als wij de financiële sector niet goed reguleren, roepen we een tweede bankencrisis over ons af die erger kan zijn dan de eerste”, zegt Barnier tijdens een gesprek met enkele journalisten. „Dat kan leiden tot protectionisme van Europese landen. Het eerste slachtoffer daarvan is de Europese interne markt.”

Zelfs toen de kredietcrisis in 2008 de Europese banken trof, was er zware politieke druk nodig om Barniers voorganger Charley McCreevy zover te krijgen Europese wetgeving op te stellen voor hefboomfondsen en kredietbeoordelaars. Toen McCreevy die presenteerde, kon hij het niet laten te zeggen dat „hedgefondsen de crisis niet hebben veroorzaakt”.

Barnier (Grenoble, 1951), een vertrouweling van de Franse president Sarkozy die afgelopen jaren meerdere ministersposten bekleedde en van 1999 tot 2004 al eurocommissaris was voor Regionale Ontwikkeling, is McCreevy’s tegenpool. Hij vertegenwoordigt de nu dominante continentale school die de crisis ziet als bewijs dat het Angelsaksische vrije-marktkapitalisme heeft gefaald.

Barnier: „Waarom vragen we van banken wel transparantie en van hedgefondsen niet?” Hij wil deze zomer voorstellen doen om de derivatenhandel in Europa aan banden te leggen. Hij onderzoekt of een verbod op naked short selling haalbaar is, zoals in de VS. Hij pleit voor een Europees reddingsfonds om banken in moeilijkheden te helpen. Hij wil dat banken dat zélf spekken.

„Sommigen willen een belasting op transacties, anderen speciale belasting op banken. Wat het ook wordt, we moeten dit wereldwijd doen, niet alleen in Europa. Het uitgangspunt is simpel: waarom zouden alleen burgers betalen voor de uitwassen en ondoordachte risico’s van de financiële sector?”

Maar Barnier weet: hij moet oppassen. In hét financiële centrum van Europa, Londen, wordt hij gewantrouwd. De Britten hebben zijn benoeming geprobeerd te verhinderen (ze slaagden er alleen in een Brit te krijgen als Barniers topambtenaar). De Sunday Telegraph noemt hem ‘the most dangerous man in Europe’ omdat hij de City de nek om zou willen draaien, ten gunste van Parijs.

Barnier, die slecht Engels spreekt, is al driemaal naar Londen geweest om bankiers en beleggers te kalmeren. „Ik wil niet méér regulering, alleen betere regulering”, sust hij. „Daar is de sector bij gebaat. Denkt u heus dat ik financiële instellingen uit Europa wil jagen? U heeft een redelijk, verantwoordelijk man voor u, al is het een Fransman.”

De Britten steunen Barnier in zijn streven om de interne markt on-line en voor niet-financiële dienstverlening te verbeteren. Maar qua financiële dienstverlening tarten zij hem. Laatst wilden de 27 EU-ministers van Financiën stemmen over McCreevy’s voorstel tot registratie van hedgefondsen. Het was 26 tegen één: Groot-Brittannië.

Toen belde premier Brown de EU-voorzitter, Spaanse premier Zapatero – eveneens socialist – en vroeg hem de stemming te verdagen tot na de Britse verkiezingen in mei. Dat deed Zapatero. Barnier zegt koeltjes: „Regeringen kunnen veranderen, maar de crisis en de noodzaak tot regulering blijven. Ik ga er vanuit dat de richtlijn er in juni doorkomt.”

Maar als Europa niet eensgezind reguleert, herhaalt hij, kan het „wereldwijd geen vuist maken, geen kritische massa vormen. Dan worden we onderaannemer van China,” betoogt hij. „Excuse my French: Europese samenwerking is geen keus, maar bittere noodzaak.”