De vergeefse roep om volgende TomToms

Het is een oude, maar ware klacht. Nederland heeft te weinig innovatieve bedrijven die doorbreken. Tijd voor een moderne industriepolitiek? Maar wie hakt de knoop door?

Unaniem nam de Tweede Kamer zes maanden geleden een tamelijk gratuite motie aan van PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer. Nederland moet een topvijf kennissamenleving worden.

Nu presenteert het Innovatieplatform, een gezelschap ministers, ondernemers en wetenschappers onder leiding van (demissionair) minister-president Jan Peter Balkenende, het prijskaartje. Zes miljard euro. Jaarlijks. Uit de publieke kas in een decennium van bezuinigingsdwang.

Het Innovatieplatform voegde gisteren zijn derde ‘foto’ van het lerend vermogen van Nederland toe aan een stapeltje alarmerende rapporten en steeds somberder observaties over kennis, innovatie en de concurrentiepositie van Nederland. Nederland zakt op meerdere terreinen internationaal weg in de middelmaat. Of nog dieper.

Komt de boodschap in Den Haag niet aan? De successen van het platform zijn bescheiden, al slaagde het idee dat (dreigend) werkloze kenniswerkers in het bedrijfsleven tijdelijk onderdak kunnen komen, met geld van het ministerie van Economische Zaken, bij universiteiten en kennisinstituten. Het was een vorm van industriepolitiek, maar viel in het niet bij de tientallen miljarden euro die op tafel kwamen voor financiële industriepolitiek: de redding van banken en verzekeraars.

Het Innovatieplatform pleit nog maar eens voor moderne industriepolitiek, met langetermijnsteun voor een beperkt aantal kansrijke activiteiten. Een rapport van adviesbureau Boston Consulting Group dat een vergelijkbare aanpak propageerde, verdween twee jaar geleden in een bureaula.

De meeste zorgen maakt het Innovatieplatform zich nu over ondernemerschap. Te weinig nieuwe innovatieve bedrijven, te weinig snelle groeiers die naar wereldschaal doorbreken, te weinig innovatie bij bestaande bedrijven.

Het is een klacht met historie. In 1980 schreef een commissie onder leiding van econoom Arie van der Zwan voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport Plaats en toekomst van de Nederlandse industrie dat een veelvoud aan falen en knelpunten van de economie aansneed. Het rapport en de daaropvolgende industriecommissies zetten de toon voor een optimistischer elan op een moment dat de zwaarste klappen van de economische teruggang begin jaren tachtig nog moesten komen. Kennelijk zijn sommige knelpunten – zoals onderzoek en ontwikkeling en de financiering van nieuwe bedrijven – een hardnekkige Nederlandse handicap. Waar zijn de nieuwe TomToms?

Een verschuiving in de economie waarover Van der Zwan zich in 1980 nauwelijks druk hoefde te maken zijn de grensoverschrijdende investeringsstromen. Het Innovatieplatform worstelt, evenals (demissionair) minister Van der Hoeven van Economische Zaken, met de rol van nationaal beleid in een internationale economie. De verkoop van kennis- en technologiebedrijven als NXP in Nijmegen (halfgeleider) aan private-equityfinanciers en Océ (kopieermachines) aan het Japanse bedrijf Canon confronteert Nederland met de vraag of de nieuwe eigenaren op langere termijn dezelfde inzet tonen als nu gebruikelijk is. De aandeelhouders van NXP snoeien in de activiteiten en dat zie je terug in de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling: 1,3 miljard dollar in 2007, 1,2 miljard dollar in 2008, in 2009: 777 miljoen. Philips, toonaangevend in onderzoek en ontwikkeling, verschuift zijn uitgaven deels naar het Verre Oosten.

Het Innovatieplatform conformeert zich aan onbelemmerde economische grenzen, maar moet met spijt constateren dat Nederland onvoldoende slaagt in het aantrekken van buitenlandse bedrijven die hier juist in onderzoek en ontwikkeling gaan investeren. Het blijft in het rapport onbesproken, maar het zou kunnen dat politieke polarisatie in Nederland de personeels- en locatiemanagers van expanderende bedrijven in China en India niet zo aanspreekt. Keuze genoeg in Europa.

De groeiende achterstand van Nederland ten opzichte van de koplopers „noopt tot scherpere keuzes voor een middelgroot land als Nederland om mondiaal zichtbaar en relevant te blijven”. Nederland moet zich concentreren op datgene waar het goed in is, een bekende frase, maar wie hakt de knopen door en wie stuurt het investeringskapitaal, zoals de opbrengst van de aardgasbaten, naar het meest renderende potentieel? Het Innovatieplatform stipt even aan dat Nederland bijvoorbeeld „ver achter” blijft in de omzet van duurzame energietechnologie bij koploper Denemarken.

Het voorbeeld herinnert aan het lot van het Econcern, het Nederlands paradepaardje van de duurzame energie. Een nationale kampioen. Het ambitieuze bedrijf ging vorig jaar failliet, niemand kon een reddingsactie of een doorstart ondernemen. Is het onvermogen? Is het de alle-macht-aan-de-markt ideologie? Is het angst voor de concurrentiewaakhonden in Brussel?

Opkopers sloegen hun slag. Het Rotterdamse energiebedrijf Eneco kocht voor een habbekrats de rompactiviteiten uit de Econcern-boedel. Een Vlaamse investeerder kocht Duracar, producent van elektrische auto’s. Een Chinees bedrijf ontfermde zich over Belwind, een ontwikkelaar van turbines voor windmolens.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In De vergeefse roep om de volgende TomToms (30 maart, pagina 13) staat dat een Chinees bedrijf Belwind heeft overgenomen. Dat moet zijn Darwind.