De nachtmerrie van Przemek S.

Onder het communisme heerste rechteloosheid, maar ook twintig jaar na zijn val is het geloof van de Polen in hun rechtsstaat zwak.

Dat hij opnieuw schuldig wordt bevonden, staat vast voor Przemek S. „Ik maak me geen enkele illusie”, zegt de verdachte in een van de langstlopende rechtszaken van Polen. „Aan mijn proces komt nooit een eind.” Met hangende schouders sjokt hij naar de rechtszaal, de nachtmerrie in.

In augustus 1998 wordt in het vissersdorp Wladyslawowo een jongen doodgeslagen tijdens een uit de hand gelopen ruzie. Een van de daders wijst Przemek aan als medeplichtige. Hoewel ooggetuigen anders beweren en hard bewijs ontbreekt, krijgt Przemek acht jaar celstraf. En hoewel die ene belastende verklaring al snel wordt ingetrokken, wordt het vonnis ook later tot tweemaal toe gehandhaafd. Przemek stapt uiteindelijk naar de Hoge Raad, die een nieuw proces beveelt – en zo zijn we twaalf jaar verder.

Precieze gegevens ontbreken, maar naar schatting tweeduizend Polen verdwijnen jaarlijks achter de tralies op basis van enkelvoudige of dubieuze getuigenissen. „Het is de omgekeerde wereld”, zegt juriste Maria Ejchart van het Poolse Helsinki Comité voor de Mensenrechten. „Vonnissen worden overhaast geveld, met zwak bewijs, en de burger zit daarna jarenlang met de brokken. Hij is als het ware schuldig totdat het tegendeel is bewezen. In een modern land is dat onacceptabel.”

Onder het communisme heerste rechteloosheid, maar ook twintig jaar na de val daarvan is het geloof van de Polen in hun rechtsstaat zwak. In een vorig jaar op verzoek van de regering uitgevoerde peiling bleek het overgrote deel van de bevolking geen vertrouwen te hebben in het eigen juridische systeem. Grootste klachten: ellenlange rechtszaken, Kafkaiaanse procedures, hoge proceskosten, oneerlijke vonnissen, onverschillige rechters. De angst om als Przemek te eindigen is groot.

Het grootste probleem, zeggen juristen, is dat de rechtspraak zich na 1989 niet heeft weten te ontworstelen aan de invloed van politici. Het Poolse Openbaar Ministerie is nog steeds onderdeel van het ministerie van Justitie en de minister is tevens hoofdaanklager. Op de politieke stoelendans na parlementsverkiezingen volgt doorgaans ook een juridische. Aanklagers zouden daardoor niet worden gedreven door hun gevoel voor gerechtigheid, maar door de vrees hun baan te verliezen.

„Het OM wordt geregeerd door statistieken”, zegt Wojciech Cieslak, hoogleraar aan de Universiteit van Gdansk. „Het verliezen van een zaak betekent gezichtsverlies. Daarom wordt er stug doorgeprocedeerd, ook tegen beter weten in.” Cieslak heeft zelf ook net een spectaculair lang proces achter de rug, als advocaat van kunstenares Dorota Nieznalska. Zij werd acht jaar lang vervolgd voor een kunstwerk: een foto van een penis op een crucifix. Nieznalska werd onlangs vrijgesproken, maar het OM overweegt volgende stappen.

Maria Ejchart van het Helsinki Comité is vandaag naar Gdansk gekomen als onafhankelijk waarnemer in het proces van Przemek. Ze volgt op dit moment ongeveer veertig soortgelijke zaken. „Ik moet me helaas beperken”, zegt ze tijdens een pauze. „Mijn belangrijkste criterium is dat er uitzicht is op een goede afloop.” Van Przemeks onschuld is ze overtuigd. „Er zijn zoveel rare fouten gemaakt in deze zaak.”

Om te beginnen door de politie. Die deed op de onheilsplek in Wladyslawowo geen gedegen forensisch onderzoek en volstond met het meenemen van het bebloede shirt van het slachtoffer. „Het is niet zo raar dat een rechter daarna alleen afgaat op wat getuigen zeggen”, zegt Ejchart. „Er is niets anders. Het is in veel zaken die ik volg een terugkerend patroon.”

Ze is niettemin geschokt door de onverzettelijkheid van de rechter, die keer op keer celstraf oplegde, hoewel hogere instanties grote twijfels uitten over de bewijslast. Een beroepsrechter sprak Przemek, die vier jaar in voorarrest zat, zelfs een keer vrij. „De redelijkheid is zoek”, zegt Ejchart. „Na twaalf jaar zijn de getuigen in de zaak lamgeslagen, ze herinneren zich steeds minder. En Przemek kan geen normaal leven opbouwen. Hij leeft in constante angst.”

Het vertrouwen van de Polen in hun rechtsstaat bereikte een dieptepunt tussen 2005 en 2007, toen het land werd geregeerd door Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Deze partij wilde hard optreden tegen corruptie en criminaliteit, een boodschap die kiezers aanvankelijk aansprak. Maar al snel werden burgerrechten met voeten getreden.

Vooral toenmalig minister van Justitie Zbigniew Ziobro maakte het bont. Publiekelijk veroordeelde hij verdachten, nog voor rechters dit hadden gedaan. Rechters die onwelgevallige vonnissen velden, werden verbaal aangevallen en zo onder druk gezet. Corruptiebestrijders werden ingezet tegen politieke vijanden. In 2007 verloor PiS de verkiezingen. Ziobro werd zelf aangeklaagd, wegens ambtsmisbruik.

De huidige regering heeft hervormingen beloofd. Binnenkort wordt het OM alsnog verzelfstandigd, er komt een onafhankelijke hoofdaanklager. Het afluisteren van verdachten, dat op grote schaal plaatsvindt, ook als er geen concrete verdenkingen zijn, wordt sterk aan banden gelegd. En op het ministerie van Justitie zelf is een speciaal comité ingesteld, dat moet waken over burgerrechten.

Voor Przemek komt dit allemaal te laat. Hij is schuldig totdat het tegendeel is bewezen. „Zijn proces duurt zeker nog twee jaar”, zegt Ejchart. „Misschien wel langer.”