De mooiste straat

In de Eerste Leliedwarsstraat in de Amsterdamse Jordaan staat een piepklein museum: het Theo Thijssen Museum, gevestigd in het herbouwde geboortehuis van Thijssen. Er loopt nu een piepkleine tentoonstelling: ‘de Jordaan in de literatuur’.

Of ze het erom gedaan hebben, weet ik niet, maar toen ik weer buiten stond dacht ik: de Jordaan in de literatuur is vooral Theo Thijssen. Het is een indruk die bijna niet te vermijden is. Van de dode schrijvers die veel over de Jordaan hebben geschreven, is hij met Multatuli de meest springlevende, vooral dankzij zijn nuchtere stijl. Jan Mens, Theun de Vries, Jan Ligthart, Justus van Maurik, Israël Querido, Sal Santen, G.P. Smis – wie leest ze nog?

In het bij de tentoonstelling horende boekje staat een aantal prozafragmenten van schrijvers over de Jordaan afgedrukt. Daarbij viel mij een citaat van Charlotte Mutsaers uit Koetsier Herfst op. Zij noemt daarin niet Nescio’s Sarphatistraat, maar de Nieuwe Leliestraat in de Jordaan „de mooiste straat van de wereld”.

„Op het eerste gezicht doet het daar als een grauwe bedoening aan, als een vermoeide aaneenschakeling van antieke poppenhuisjes, her en der gestut door sociale woningbouw. Maar dat is slechts schijn. Het is een straat met charme en sex-appeal. Loop er anders eens doorheen, bij voorkeur op een zomerse namiddag tegen halfzes als alles in een roodgouden gloed wordt gezet. Dan lijkt het te gaan kronkelen, dat stuk asfalt. Dan begint alles te tintelen en op te bloeien en ontstaat er een stimulerende bedrijvigheid.”

Laten we nu eens kijken wat Theo Thijssen over de Nieuwe Leliestraat schreef in zijn dagboek van 13 augustus 1921.

„’k Loop door de Nieuwe Leliestraat in Amsterdam. Een oude Jordaanstraat. Dichtbij het eind is een schoolpoort die ik me uit mijn jongenstijd nog herinner. ‘St. Vincentius Armen-School’ stond er indertijd boven die poort, in stenen letters. En de kinderen die ik door die poort zag gaan, waren voor mij toppunten van schooierachtigheid. Ik raak aan ’t nadenken: wat ’n brutale wreedheid toch, wat ’n ongeneerdheid , om het zo in stenen letters te zetten: Armen-school. Om hele geslachten kinderen dát aan te doen, ze onder die letters elke dag te laten doorgaan…Daar is de poort; daar zijn weer de stenen letters…Maar wat zie ik? Het woordje ‘Armen’ is weggehakt. De open plek is er nog en daarop staat nog de ‘moet’ en heel flauw is zo nog te zien wat er vroeger zo brutaal stond. Een klein beetje schijnt de wereld toch wel vooruit te gaan, denk ik onder ’t verder lopen: men gaat zich schamen voor sommige ongerechtigheden tegenover het kind.’’

’k Loop met mijn lichaam van 1,92 lang (precies dezelfde lengte als Thijssen) bijna 90 jaar later ook door de Nieuwe Leliestraat, zie niet meer die poort, maar op nummer 169 nog wel een antiek blauwgeel tegeltableau met daarop de naam St. Vincentiusschool.

De straat ontbeert op deze grauwe maartdag helaas het door Charlotte Mutsaers aanbevolen zonlicht, waardoor me een ernstiger gemis opvalt: het uitzicht op de Westertoren. Dat is wel te zien aan het einde van de nabijgelegen Bloemstraat.

Een combinatie van die twee straten – Nieuwe Leliestraat en Bloemstraat – is daarom voor mij „de mooiste straat van de wereld”.