De infiltrant die 'onbekend' was

De Duitse douane heeft een cocaïnehandeltje opgezet om kopers te arresteren. De Nederlandse justitie doet mee, maar verzwijgt in de rechtszaal de rol van de douane.

De Zaak. De Nederlandse politie arresteert vier mannen die cocaïne uit Hamburg naar Nederland brengen. Eén van hen, de Duitser S, vertelt dat hij als Vertrauensperson voor het Duitse Zollkriminalamt werkt. Hij smokkelt cocaïne uit Zuid-Amerika, regelt transport en tipt de douanerecherche. Die arresteert de kopers. S. vertelt dat de cocaïne via de corrupte douanier U. aan wal komt. In werkelijkheid geeft deze U. hem instructies hoe kopers te verleiden. S. krijgt van de douane 10 procent van de koopsommen.

Wat is het probleem? Het Openbaar Ministerie (OM) vermeldt van deze voorgeschiedenis niets, tot twee dagen voor de zitting. En het maakt verschil voor de strafbaarheid of iemand op eigen initiatief of uitgelokt door de overheid drugs kocht. De advocaten vinden dat het OM ontlastende informatie met opzet heeft verzwegen. Justitie wist al in maart van deze ‘sting-operatie’ en was door U. ingelicht over de bijzondere status van S. Door dat te verzwijgen, zijn de rechten van de verdediging „op grove wijze veronachtzaamd”. Justitie zou het recht om te vervolgen hebben verspeeld.

Hoe verdedigt het OM deze handelwijze? Justitie ontkent dat S. in opdracht van en met medeweten van de Duitse douanerecherche de drugsdeal organiseerde. De Duitse ‘vertrouwenspersoon’ deed dat juist op eigen initiatief en kan de verantwoordelijkheid dus niet afschuiven op de Duitse douane. Het OM ziet hem als informant, niet als infiltrant. Dat het S.’ werkzaamheden voor de rechter en de advocaten verzweeg, was in diens belang, om „de informant te beschermen”.

Gaat de rechtbank hierin mee? Nee, die maakt er gehakt van. Het OM wist al maanden voor de arrestatie dat een Duitse criminele burgerinfiltrant bezig was cocaïne te importeren. Dat de Duitse justitie hem uitdrukkelijk had opgedragen dat niet te doen, zoals het OM beweerde, is zelfs onwaar. Uit e-mails, teruggevonden op diens computer, blijkt de douane gedetailleerd opdrachten te geven.

Criminele burgerinfiltratie mag in Nederland alleen in uitzonderlijke omstandigheden en voor korte duur, met toepassing van wettelijke normen. Daar heeft het OM zich „op geen enkele manier” aan gehouden. In het dossier zat „geen enkel stuk” waaruit de rechter kon afleiden dat het OM deze informant kende. Alleen omdat de advocaat lont rook en de rechter-commissaris snel per fax wat vragen kon stellen, kwam de zaak uit. En pas toen wilde de officier op de zitting wel erkennen dat men elkaar al maanden eerder op het Amsterdamse parket ontmoet had. En dat van deze bijeenkomst geen verslag was gemaakt.

En de uitslag? Het OM heeft „cruciale ontlastende informatie” verzwegen en daarmee een „ernstige inbreuk” gemaakt op het strafproces, zodat de verdachten geen eerlijk proces konden krijgen. De verdachten gaan vrijuit.

Folkert Jensma