Commotie over enquête seksleven van RIVM

De Tweede Kamer wil vandaag opheldering van minister Klink (Volksgezondheid, CDA) over het onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) naar baarmoederhalskanker.

Het RIVM heeft een grote groep meisjes benaderd om via internet een vragenlijst over hun seksleven in te vullen en een uitstrijkje op te sturen. Het RIVM wil zo het HPV-virus onderzoeken dat kan leiden tot baarmoederhalskanker, en onderzoeken wat de invloed is van vaccinaties, pilgebruik, roken en seksueel gedrag.

Tweede Kamerlid Joël Voordewind (CU) wil opheldering over het lichaamsmateriaal, dat DNA bevat. Onderzoekers kunnen de vragenlijst koppelen aan de monsters. Voordewind: „Het lichaamsmateriaal wordt dus niet anoniem opgeslagen.”

RIVM-arts Marina Conyn vindt dat argument „er een beetje bij gehaald.” „Als je naar de dokter gaat voor een keeluitstrijkje, vraag je je toch ook niet af of hij dat in een DNA-bank zet. We willen niet en kunnen niet naar het DNA kijken.”

Voordewind vindt het ook bezwaarlijk dat ouders niet precies weten waarvoor ze toestemming geven. „Ze weten niet welke vragen over seksleven gesteld worden.” RIVM meent dat ouders genoeg betrokken zijn. „Wij kunnen niet eisen: ga met je kind achter de computer zitten.”

Op de vraag of de commotie over het onderzoek kan leiden tot een nog lagere opkomst bij de vaccinatieronde die gisteren begon, antwoordt Conyn: „Sommige groepen zeggen: we weten niks over de vaccins. Wij willen nu extra gegevens verzamelen. We kunnen niet een onderzoek niet doen, omdat het gevoelig ligt.” Bij de eerste ronde kwam de helft van de doelgroep opdagen. (NRC)