Het leven gaat gewoon door

P1000453Gisterochtend rende ik naar de Loebjanka om verslag te doen van de bomaanslag. Op weg naar de plaats des onheils, op zo’n twintig minuten lopen van mijn huis, werd ik ingehaald door tal van loeiende ambulances. Ze zaten vast in de ochtendfile, wat het drama nog luguberder maakte. Ik was blij dat ik de metro niet had genomen, want onderweg hoorde ik van een tweede bomexplosie op een andere halte. En in zo’n geval weet je nooit welke kant het opgaat. Bij de Loebjanka werd ik eerst niet toegelaten tot het plein, waar een meute televisiejournalisten zich als een stelletje gretige mieren stond te verdringen voor de procureur-generaal van Moskou, die het aantal slachtoffers kwam melden. Omdat er nog geen lijken naar boven waren gebracht, werd iedere gewonde die uit de klapdeuren van de metrohalte kwam door hen bestormd. P1000454 Daarom zocht ik mijn heil tussen de gewone Russen aan de overkant, die langs de politieafzetting stonden te wachten op hun dierbaren of aan het bijkomen waren  van wat ze ondergronds hadden meegemaakt. Zo waren er twee meisjes die voor een cosmeticabedrijf gratis shampoo uitdeelden. Ze stonden net op de roltrap naar boven toen de bom ontplofte. Ze hadden het gegil gehoord  en mensen langs zich heen naar boven zien rennen. En nu stonden ze daar in de ochtendkou met hun shampoo. Want van hun baas moesten ze gewoon doorwerken. P1000455

Ook de mensen die aan de aanslag waren ontsnapt en niet gewond waren geraakt, gingen gewoon weer aan het werk. ,,Zo is het leven nu eenmaal, als het je tijd is dan ga je” zei een vrouw. ,,En ik moet toch naar mijn werk.” Hoe vaak heb ik die reactie gisteren niet gehoord. P1000452

Tegen elf uur leek er zelfs niets aan de hand bij Loebjanka. Er stonden een paar ambulances en een leger politieauto’s, maar voor de gewone Rus ging het leven door. Wat moet je anders.

‘s Avonds was ik naar een toneelstuk gebaseerd op de verhalen van Sjoeksjin, in het Malaja Bronnaja-theater. Ik moest er over schrijven voor de kunstredactie (het stuk komt naar het Holland Festival!) en had een afspraak met de dramaturg, die alleen gisteren in Moskou was. In het theater zat jong en oud, gestudeerd en niet, arm en rijk, beroemd en onbekend  naast elkaar. Iedereen genoot en in de pauze had niemand het over de aanslagen. Naast me zat een vrouw te huilen over de boerendrama’s die ze op het podium zag. ,,Zo is het in mijn familie ook”, zei ze door haar tranen heen. Een man, die een paar stoelen verderop zat, riep voortdurend ‘bravo’ als steracteur Jevgeni Mironov weer eens iets briljants deed en klapte met zijn enorme handen een heel leger bij elkaar. Voor het eerst in Rusland maakte ik een staande ovatie mee, wat niet gewoon is, omdat er hier andere, veel indrukwekkender danktradities bestaan.

De directrice van het theater zei na afloop: ,,Na zo’n ramp is het extra belangrijk dat mensen wat plezier hebben en dat is ons zeker gelukt.”