Zware straffen in Rio Tinto-zaak China

In ruil voor een bekentenis eiste de Chinese openbaar aanklager milde straffen tegen vier werknemers van Rio Tinto. Maar de rechter legt onverwacht toch zware gevangenisstraffen op.

Na een ondoorzichtig, grotendeels geheim proces zijn vier medewerkers van het Australische mijnbedrijf Rio Tinto in China vandaag veroordeeld tot gevangenisstraffen van zeven tot veertien jaar.

De openbaar aanklager in het proces tegen de vier directeuren – drie Chinezen en een Australiër – van het Australische mijnbedrijf Rio Tinto had vorige week nog om milde straffen gevraagd, omdat de vier hadden bekend steekpenningen te hebben aangenomen en commerciële bedrijfsgeheimen hadden gestolen.

De verwachting dat de Shanghaise Volksrechtbank Nummer 1 de vier slechts een tik op de vingers zou geven werd gelogenstraft. De Shanghaise rechters deelden in plaats daarvan zware straffen uit. Straffen die passen in het patroon van de permanente campagne van de Chinese staat tegen corruptie. Chinese staatsmedia spraken over een duidelijk signaal aan de internationale en nationale grondstoffensector in China corrupte praktijken te staken.

De in Australië genaturaliseerde Stephen Hu, die jarenlang namens Rio Tinto de onderhandelingen voerde over de ijzerertsprijzen, gaat eerst voor zeven jaar de cel in wegens het aannemen van steekpenningen en vervolgens nog eens vijf jaar voor het kopen van bedrijfsgeheimen.

Hu en de andere verdachten hebben bekend van Chinese staalbedrijven geld te hebben aangenomen. Zijn collega’s Ge Minqiang en Liu Caikui kregen straffen van zeven en acht jaar.

De hoogste straf – veertien jaar – ging naar de Chinese Rio Tinto-manager Wang Yong. Hij werd ervan beschuldigd ruim 7 miljoen euro te hebben aangenomen van Du Shuanghua, de eigenaar-oprichter van het staalbedrijf Rizhao. Du is een openlijke tegenstander van de prijsafspraken tussen de Chinese staat en de drie grootste mijnbedrijven ter wereld, waaronder Rio Tinto.

Het twee dagen durende proces tegen de vier Rio Tinto-medewerkers was vorige week niet toegankelijk voor de buitenlandse media. De exacte aanklachten en de pleidooien van de advocaten zijn ook niet na afloop gepubliceerd. Alleen de Australische consul-generaal in Shanghai mocht een deel van de zitting bijwonen en de advocaten hadden een zwijgplicht opgelegd gekregen.

Het is daardoor niet duidelijk of en wanneer de directies van de Chinese bedrijven die steekpenningen hebben betaald zullen worden vervolgd. Evenmin kan worden vastgesteld om welke „vitale bedrijfsgeheimen” het precies ging en of partijfunctionarissen bij de zaak betrokken zijn geweest.

Het ontbreken van dergelijke informatie en het besloten karakter van de zittingen is overigens kenmerkend voor het Chinese juridische systeem dat wordt bestuurd door de Chinese Communistische Partij.

De vier Rio Tinto-managers werden negen maanden geleden gearresteerd op verdenking van het stelen van Chinese staatsgeheimen. Als deze aanklacht niet was afgezwakt waren de vier waarschijnlijk ter dood veroordeeld, maar na tussenkomst van de Australische regering werd de aanklacht veranderd in het aannemen van steekpenningen en het stelen van bedrijfsgeheimen.

China heeft er vanaf de eerste dag voor gewaarschuwd de zaak niet te politiseren en niet te beschouwen als een wraakactie voor het feit dat het Chinese Chinalco Rio Tinto niet mocht overnemen of voor de in Chinese ogen torenhoge ijzerertsprijzen.

De hele zaak lijkt weinig invloed uit te oefenen op de verhoudingen tussen China en Australië en op de ijzerertsonderhandelingen. Voor zover bekend heeft de topman van Rio Tinto, Tom Albanese, geen actie ondernomen ten faveure van zijn medewerkers.

Tijdens een ontmoeting, vorige week, met de Chinese premier Wen Jiabao sprak Albanese met geen woord over de vier en benadrukte „de langlopende samenwerking van Rio Tinto met China”. En, zei Albanese: „Zaken gaan voor.”

China is de grootste klant van de Australische onderneming. Land en bedrijf zijn op het ogenblik verwikkeld in zoals altijd moeizame onderhandelingen over de ijzerertsprijs. China voelt zich in deze onderhandelingen de vragende, dus zwakke partij.

De Rio Tinto-zaak heeft tot een golf aan speculaties over het Chinese ondernemersklimaat gezorgd. Onder de 660.000 buitenlandse bedrijven zou grote onrust zijn ontstaan over het Chinese rechtsysteem. Geen buitenlandse ondernemer wilde daarover in het openbaar commentaar leveren.

Op de komst van nieuwe bedrijven naar China had de zaak geen invloed. Wel maken bedrijven zich in toenemende mate zorgen over nieuwe overheidsregels, die buitenlandse ondernemingen ten opzichte van Chinese bedrijven lijken te benadelen.

De Amerikaanse Kamer van Koophandel in Shanghai publiceert deze week een rapport waaruit blijkt dat Amerikaanse en Europese ondernemers in 2009 vonden dat het zakendoen in China steeds moeizamer verloopt door nieuwe overheidsregels. Volgens de Amerikanen denken internationale ondernemers dat de liberalisering van de Chinese economie stagneert en dat staatsbedrijven worden bevoordeeld ten opzichte van private ondernemingen, waaronder de Chinese joint ventures met buitenlandse bedrijven.

Vooral bij aanbestedingen in de financiële en ICT-sector zijn de barrières hoger geworden. In de verzekeringssector is slechts 4,7 procent van de bedrijven in buitenlandse handen. Buitenlandse ondernemers in de auto- en luxegoederensectoren zijn daarentegen zeer enthousiast over China, zo blijkt uit het onderzoek.