Verdacht door het dna dat je broer voor jou afstond

Binnenkort kan dna van een naaste verwant ook als bewijs dienen. Weigeren om zelf dna af te staan, maakt je zo vooral verdacht. Willen we dit echt, vraagt Jantien Dekker zich af.

Heeft u iets te verbergen? Onafhankelijk van het feit of u inderdaad strafrechtelijk gezien niets te verbergen heeft, kan uw dna-profiel worden aangetroffen op een plaats van een delict. Al uw goede bedoelingen ten spijt heeft u nu wel een strafrechtelijk probleem. Kunt u aantonen dat uw dna op onschuldige wijze op het Hemazakje naast het slachtoffer is aangetroffen? Of dat er een fout moet zijn gemaakt bij de match met uw dna-profiel?

De vrijwillige afgifte van uw dna is een moeilijke keuze waarvan u de gevolgen niet altijd kunt overzien. Toch wil de wetgever het mogelijk maken dat de politie binnenkort aan de deur klopt met een nieuwe dilemma. Geeft u uw eigen dna af als uw zoon, dochter, vader, moeder, broer of dochter eerder weigerde dna af te staan? Met uw dna kunnen zij met een delict worden verbonden.

Technologische ontwikkelingen op het gebied van dna hebben de afgelopen jaren veel ruimte gemaakt voor nieuwe toepassingen van dna-onderzoek in de opsporing. De gevoeligheid van de dna-techniek is nu zo groot dat met één cel al een dna-profiel kan worden opgemaakt. Door simpelweg een deurpost vast te grijpen, tegen iemand aan te lopen of uw vinger te snijden heeft u al celmateriaal en dus dna achtergelaten. Als u zich voorstelt waar uw celmateriaal zich allemaal bevindt, is duidelijk dat uw dna op een plek of voorwerp nabij een (later) plaats delict kan worden aangetroffen. Aan het dna of celmateriaal kan namelijk niet worden afgelezen wanneer het door de persoon is achtergelaten.

Waarschijnlijk zal dit u nog geen grote zorgen baren. U heeft immers niks te verbergen en u schat de kans klein in dat dit u zal overkomen. Het probleem is echter dat dna-onderzoek niet zo onfeilbaar is als het lijkt. Hoewel een match tussen twee volledige dna-profielen bij de opsporing een grote zekerheid biedt, worden op plaatsen delict meestal veel minder zeldzame onvolledige profielen gevonden. Matcht een profiel, dan heeft de nieuwe verdachte alle schijn tegen. In Evidence Law News werd onlangs een geval beschreven van een man met gevorderde Parkinson die op basis van een dna-match werd opgepakt. Hij kon nauwelijks rijden, laat staan zichzelf aankleden, maar het heeft maanden geduurd voordat hij op basis van tegenonderzoek werd vrijgelaten uit de gevangenis. Politie en justitie zijn nog slecht op de hoogte van gebreken die aan een dna-match kunnen kleven.

Het probleem is daarbij dat het nieuwe wetsvoorstel ‘DNA Verwantschapsonderzoek’ niet vraagt deze keuze voor uzelf te maken, maar voor een familielid dat bovendien eerder zelf weigerde dna af te staan. Zelfs u zult het ermee eens zijn dat uw naaste nu de schijn tegen heeft. Met uw dna kan zijn dna-profiel toch worden vergeleken. Is het aan u om te beoordelen of de keuze die uw familielid maakte, terecht was? Mag u gevraagd worden om te gokken naar de gevolgen van uw keuze, terwijl u deze niet kunt overzien? Vrijwillig dna afstaan lijkt een achterhaald begrip als het weigeren personen niet alleen verdacht maakt, maar ook als gevolg heeft dat familieleden worden lastiggevallen met een emotioneel dilemma.

Dna-onderzoek is niet meer een ver-van-uw-bedshow. Afgifte van uw dna om de betrokkenheid van u of een familielid bij een misdrijf vast te stellen is een keuze waarvoor u in de nabije toekomst gesteld kan worden. En het is aan het demissionaire kabinet om u hiertoe wettelijk te verplichten.

Hoe schat u de risico’s van deze nieuwe technieken in? Of wilt u liever dat dit controversiële wetsvoorstel met zulke ingrijpende gevolgen wordt behandeld door de politici van uw keuze in het komende parlement?

Ik wil kunnen stemmen op politici die een principiële keuze kunnen maken: dna sta je vrijwillig af of niet. Familiebanden moet de overheid respecteren. Het geeft geen pas om daartussen te komen en een weigering te omzeilen.

Jantien Dekker is masterstudent criminologie, forensica en rechtspleging aan de Universiteit van Maastricht.