Torn juist liever wel aan de hypotheekrenteaftrek

De heer Van Soelen betoogt dat de hypotheekrenteaftrek niet afgeschaft moet worden (Opiniepagina, 23 maart). Een belangrijk probleem dat hij terecht signaleert is dat het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek in één keer zowel huizenbezitters als banken in het nauw zal brengen. Echter, door de hypotheekrenteaftrek in stapjes af te bouwen voor alleen nieuwe hypotheken is dit probleem te ondervangen, en de pijn te verdelen. Van Soelen noemt verder het feit dat degenen die de schade zullen ondervinden van het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek niet degenen zijn die ervan geprofiteerd hebben. Dit kan echter geen argument zijn om een slechte regeling in stand te houden waarvan velen, nu en in de toekomst, schade ondervinden. De redenen om de hypotheekrenteaftrek af te schaffen zijn legio: het kost de staat 11,5 miljard euro per jaar en is een verstorende factor op de woningmarkt. Door de opgedreven prijzen kunnen starters moeilijk een woning kopen, en spaargeld heeft minder invloed op de mogelijkheid een huis te kopen (om dezelfde reductie in netto maandlasten te realiseren is 60 procent meer spaargeld nodig). Door de hypotheekrenteaftrek zit er nu al 200 miljard euro extra vast in huizen die ook in de economie had kunnen zitten. Dit bedrag wordt alleen maar groter.

Om de doorstroming te bevorderen is het van belang de overdrachtsbelasting af te schaffen. Als deze afschaffing wordt gecompenseerd door een beperking van de hypotheekrenteaftrek voor nieuwe hypotheken kan het effect op de huizenprijs nihil zijn, en wordt het effect op de begroting ook verzacht. Als uiteindelijk de overdrachtsbelasting en de hypotheekrenteaftrek volledig afgeschaft zijn scheelt dat de overheid ca. 7 miljard per jaar. Die kunnen dan aan nuttiger doelen besteed worden.

G. Halkes

Delft