Sandwich

Even aarzelt Gana wanneer hij het Marlboro-sigaretje aanneemt. Het pakje waar het in zit is namelijk fake en Gana wantrouwt de zuiderburen, de Chinezen. ,,Je kunt er nooit helemaal zeker van zijn’’, zegt hij, terwijl hij het eerste trekje test op zijn tong.

Zo doen er wel meer in Mongolië. De argwaan jegens China is groot. De gevoelens tegenover de noorderbuur zijn trouwens niet veel beter. Maar de Russen spuiten tenminste geen gif in hun producten. Want daarvan is voormalig geheim agent Gana zeker: voor de Chinezen is het leven van een Mongool geen stuiver waard. Bewijzen heeft hij niet, maar elke Mongool weet dat het Binnen-Mongolië niet anders is vergaan voordat het van het moederland werd losgerukt.

Het is niet gemakkelijk om omsingeld te zijn door twee repressieve grootmachten. De één een hortende en stotende democratie, de ander een uitbundig kapitalistische dictatuur. En in de twintig jaar dat Mongolië nu democratisch en onafhankelijk is, is het vooral áfhankelijk geworden van ongevraagde hulp uit het buitenland. De bemoeienissen van Rusland en China zijn voorbij, maar daarvoor in de plaats zijn de troepen van de westerse hulpindustrie teruggekomen. Horden ngo’s, kerken, buitenlandse overheden en goedbedoelende individuen: allemaal hebben ze hun weg naar Mongolië gevonden.

Maar na twee decennia van aanmodderen zijn de Mongolen er hoe langer hoe meer van overtuigd dat ze het best zelf kunnen – of het nu terecht is of niet. En dus waart er een nieuw bewustzijn door het Mongoolse steppeland. De toon is bombastisch, het beleid nationalistisch. Aangewakkerd door het groeiend zelfvertrouwen van de gehate zuiderbuur en de tanende invloed van de Verenigde Staten. Visa van de missionarissenkudde worden niet meer verlengd, en in de krochten van de hoofdstad spuiten Mongoolse neonazi’s hakenkruizen op de muren om vervolgens zo af en toe een Chinees restaurant aan diggelen te slaan.

Nee, Mongolië laat zich niet langer ringeloren. Het is de onschuld voorbij: globaliserend, zelfbewust en altijd op zijn hoede – testend op de tong.

Floris-Jan van Luyn