Romano Drom roffelt op waterkan

Wereldmuziek Romano Drom. Gezien 27/3 in Rasa, Utrecht. *****

Nog niet eens zo lang geleden ontdekten Hongaren een tot dan toe onbekende muziekstijl van Roma in hun land. Geen smachtende violen, geen virtuoos aangeslagen cimbalom, maar de eenvoudigst denkbare middelen om te musiceren. Zanglijnen geschraagd door heftig syncoperend gescandeerde ritmes. Hooguit een metalen waterkan als slagwerk. Roffelen en tikken op de zijkant en basklanken slaan op het schenkgat.

Romano Drom, afkomstig uit die Roma-gemeenschappen, bouwt voort op die traditie, maar heeft aan het elementaire instrumentarium gitaren, basgitaar en drums toegevoegd. Tijdens hun concert in het Utrechtse Rasa klonken hun liederen dan ook niet zo rauw en uitgebeend als de oorspronkelijke versies. Ze bouwden veel nummers op volgens een simpel stramien: als aanhef een langzaam gezongen lied dat via een tussentijdse versnelling uitmondde in wervelende dansmuziek.

Grote troef was zangeres Matild Dobi. Met haar stem, waarin een snik steeds om de hoek lag, sloeg ze gemakkelijk een brug naar het publiek. Geen overbodige luxe aangezien de groep alles in de eigen taal zong en aankondigde.

Maar het waren de dansen waarmee de groep de zaal voor zich won. Zsigmond Rafael legde de basis door zijn handen te laten dansen en roffelen op de waterkan en er tegenritmes doorheen te scanderen. Drummer Antal Kovács volgde hem nauwgezet, nam de kan over wanneer Rafael naar voren kwam om acrobatische dansen uit te voeren, met zijn stampende voeten en slagen op bovenbenen en kuiten als extra percussie.

De overgave waarmee Romano Drom speelde was bewonderenswaardig, te meer daar de groep pas een uur voor aanvang aankwam uit Marseille. De vonk sloeg over naar bezoekers die de ruimte voor het podium enthousiast benutten.