Nieuw debat over verjaring misbruik

Vervolging van seksueel misbruik van kinderen moet niet langer verjaren, vindt Hirsch Ballin. Eerder is afgezien van de kans om de wet daarvoor aan te passen.

Verjaring van seksueel misbruik van kinderen moet worden afgeschaft. Dat bepleitte demissionair Hirsch Ballin (Justitie, CDA) zaterdag in reactie op de recente onthullingen over misbruik van jongens door katholieke geestelijken. Vorige week had de minister in de Tweede Kamer al aangegeven dat hij vindt dat ook na decennia het strafrecht nog een rol zou moeten spelen bij seksueel misbruik.

Oud-staatssecretaris Timmermans (Europese Zaken, PvdA) deed daar gisteren in het tv-programma Buitenhof nog een schepje bovenop. De schuldigen die nu in beeld komen, mogen hun gerechtelijke straf niet ontlopen, aldus Timmermans. De katholieke kerk mag onderzoek naar seksueel misbruik ook niet zelf verrichten, maar moet het overlaten aan anderen. Waarheidsvinding, genoegdoening voor de slachtoffers en bestraffing van de schuldigen zouden daarbij voorop moeten staan. Timmermans noemt dat een ‘waarheidscommissie’ naar Zuid-Afrikaans model uit de periode na de apartheid.

Het voorstel van Hirsch Ballin zal daaraan niet bijdragen. Vervolging van seksueel misbruik is nu gebonden aan verjaringstermijnen. Als de minister zijn voorstellen in toekomstige wetgeving vastlegt, kan dat alleen om nieuwe affaires gaan, zo bevestigt een woordvoerder van het ministerie. Het is ook nog onduidelijk wanneer Hirsch Ballin met wetsvoorstellen richting de Tweede Kamer komt.

Vijf jaar geleden hadden Tweede Kamer en toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) de kans om verjaring bij seksueel misbruik af te schaffen, toen besloten werd over de Wet opheffing verjaringstermijnen bij zeer ernstige delicten, destijds een initiatief van de Tweede Kamerleden Dittrich (D66) en Van Haersma Buma (CDA). Een initiatief waar jaren aan discussie aan was voorafgegaan. Maar afschaffing van verjaring beperkte zich toen tot alle misdrijven waar levenslang voor gegeven wordt. Voor andere zware misdrijven, waarop meer dan tien jaar cel staat, werd de verjaringstermijn verhoogd naar twintig jaar. Donner gaf indertijd nog aan dat vervolging gericht moet zijn op bestraffing „die zinvol moet zijn of anders achterwege moet blijven”.

Het Openbaar Ministerie had daarvoor nog wel de mogelijkheid om die verjaringstermijn op te rekken. Op het moment dat, ook jaren na dato, vervolging werd ingesteld, werd de verjaring wettelijk gestuit. In principe kon het OM daarmee verjaring van álle delicten voorkomen. De termijnen van stuiting werden in 2006 begrensd. Vervolging moest sindsdien plaatsvinden binnen een periode die gelijk is aan twee maal de voor dat delict geldende verjaringstermijn: twaalf jaar voor misdrijven waarvoor meer dan drie jaar staat, twintig jaar voor misdrijven met een maximale straf van tien jaar.

Seksueel misbruik speelde destijds in de parlementaire debatten nauwelijks een rol. Donner wierp de vraag nog op of ernstig seksueel misbruik een specifiek misdrijf zou kunnen zijn waarvoor verjaring zou moeten worden afgeschaft, of zou moeten worden verlengd tot veertig jaar. Maar dat zou volgens hem kunnen leiden tot een selectieve zoektocht en dus in strijd met zijn verantwoordelijkheid om „goede, evenwichtige en inzichtelijke keuzes te maken. Dat is de eerste eis die aan de wetgever mag worden gesteld.”

Commentaar: pagina 7