Nederlandse krijgsmacht als een Zwitsers zakmes

Twee jaar is er vergaderd over de verre toekomst van de Nederlandse krijgsmacht. De belangrijkste vragen zijn niet beantwoord.

Nog een paar maanden en dan trekken de Nederlandse militairen zich terug uit Uruzgan. De soldaten die straks weer in de kazerne zitten, maken deel uit van een leger dat de laatste jaren gericht is op Uruzgan-achtige missies: de expeditionaire krijgsmacht. Veel uitzendingen, met een krap bemeten organisatie.

Kan dat nog langer zo, vroeg minister Van Middelkoop (Defensie, CU) zich twee jaar geleden af. Hij stelde een onderzoekscommissie in onder leiding van oud-minister Zalm. Er werden existentiële vragen gesteld. Waarvoor dient de krijgsmacht? Wat voor krijgsmacht heeft Nederland de komende jaren precies nodig? Uit welke hoek komt de dreiging in de toekomst? Wat voor opties zijn er om daarmee om te gaan?

Hoogleraren, onderzoekers, denktanks, ambtenaren en (oud)militairen hebben twee jaar naar antwoorden gezocht. Vandaag publiceren zij hun conclusies in Verkenningen, Houvast voor de krijgsmacht van de toekomst. Het rapport, opgesteld voor vijf departementen, richt zich op de periode 2020-2030.

Nu de missie in Uruzgan stopt, vreest Defensie de ‘kortetermijndenkers’, die snel het mes in de organisatie willen zetten. Komende donderdag komen ambtelijke commissies met voorstellen om 29 miljard euro te bezuinigen. „De economische crisis noopt de komende jaren [...] onvermijdelijk tot pijnlijke financiële maatregelen, die de krijgsmacht hoogstwaarschijnlijk niet ongemoeid laten”, voorspelt het rapport. „Onder deze omstandigheden is het belang van een langetermijnperspectief als houvast voor de krijgsmacht nog verder toegenomen.”

Een panklare oplossing voor de lange termijn bieden de rapporteurs niet. Wel zijn vier scenario’s (beleidsopties) uitgewerkt. Het eerste gaat uit van de bescherming van het eigen grondgebied, het tweede op handhaving van de internationale rechtsorde met korte operaties, maximaal een jaar. Een derde scenario behelst deelname aan (langdurige) stabiliteitsoperaties. Als laatste wordt een krijgsmacht als een Zwitsers zakmes voorgesteld: multifunctioneel in binnen- en buitenland, met uiteenlopende wapensystemen en missies. Die laatste optie lijkt sterk op de krijgsmacht van nu.

Alle opties zijn berekend met drie budgetten: de huidige Defensiebegroting van ruim 8 miljard euro, 1,5 miljard eraf en 1,5 miljard erbij. Zo is de multifunctionele krijgsmacht in principe toekomstbestendig.

Bij de overhandiging van het rapport door oud-minister Zalm zei Van Middelkoop vanochtend te willen vasthouden aan de multi-inzetbare krijgsmacht. „De Verkenningen maken duidelijk dat een combinatie het meeste effect sorteert.”

De Verkenningen waarschuwen in ieder geval voor al te rigoureuze maatregelen. „De analyse van de mondiale, Europese en nationale veiligheidssituatie geeft de komende jaren vooralsnog geen aanleiding tot een vermindering van de defensie-inspanning.” De onderzoekers voorzien een wereld, waarin de positie van het Westen door de opkomst van China „minder dominant” zal worden. De toekomstige stabiliteit van Rusland is „in hoge mate onzeker”. Migratie zal de druk op de grenzen van Europa doen toenemen. Het klimaat verandert en natuurlijke hulpbronnen worden schaarser. De wereldbevolking blijft groeien, maar de bevolking van Europa vergrijst.

Demissionair minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) legde vanochtend het accent op mogelijke toekomstige dreigingen uit de strook van de Perzische Golf tot aan Afghanistan. „De veiligheid om ons heen is kwetsbaarder dan we denken.” Nederland heeft belang bij een expeditionaire krijgsmacht, zei hij. „Veiligheid ver weg is veiligheid dichtbij.”

Deze oplopende dreiging wordt niet weerspiegeld in de slagkracht van westerse krijgsmachten, analyseert het rapport. Door de kredietcrisis verlagen NAVO- en EU-lidstaten de komende jaren hun defensie-uitgaven (tijdelijk), „terwijl de militaire uitgaven in de wereld als geheel blijven stijgen”.

De onderzoekers hebben Defensie financieel doorgelicht. Dat leverde geen grote gebreken op. Als het departement op de ingeslagen weg voortgaat, komt het jaarlijks 100 á 150 miljoen euro tekort. Het ministerie moet het kunnen redden met zijn jaarbudget, vinden de onderzoekers.

In de toekomst lijkt het evenmin noodzakelijk meer geld in de krijgsmacht te stoppen, stelt het eindrapport. Als Defensie in de toekomst 1,5 miljard euro extra zou krijgen, zou dat de financiële „knelpunten” verlichten. Van levensbelang is het echter niet.

En wat gebeurt er als er 1,5 miljard euro van de begroting wordt afgehaald? De Verkenningen waarschuwen: „Een vergaande verkleining van de krijgsmacht en een dienovereenkomstige verlaging van het ambitie- en activiteitenniveau.”

De echte existentiële vragen die de rapporteurs twee jaar geleden opriepen, beantwoorden ze overigens niet. Wat wil de Nederlandse krijgsmacht nu betekenen? Voor welke belangen en waarden staat ze?

Het is aan de politici het vaandel over te nemen. De keuzemogelijkheden zijn uitvoerig beschreven. De plaats van Nederland in de wereld is daarbij in deze tijd wellicht minder snel aan de orde dan de praktische vraag: wat kost het?