Luchtvaartverdrag tussen EU en VS laat nog steeds te wensen over

Het streven naar een trans-Atlantisch Open Skies-verdrag bevindt zich nog steeds ergens tussen realiteit en fictie. De Europese luchtvaartmaatschappijen voelen zich tekortgedaan door de overeenkomst die is gesloten na een nieuwe ronde van onderhandelingen tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten, die vorige week werd afgesloten. Toch is een beetje vooruitgang, gezien de omstandigheden, geen slecht resultaat. De Europese Unie en Amerika vliegen nog niet bepaald gelijk op, maar ze willen nog steeds wel dezelfde richting uit.

De Europeanen willen meer dan 25 procent van de Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen kunnen bezitten en binnen de Verenigde Staten kunnen vliegen. Amerikaanse Congresleden zien echter geen reden om de bestaande situatie te wijzigen, zelfs niet nadat de Amerikaanse onderhandelaars hadden aangegeven dat een nieuwe wet in het nationaal belang was. Daarom zijn de twee partijen niet verder gekomen dan het bevestigen van de overeenkomst uit 2007 over onbeperkte vliegrechten van waar dan ook in Europa naar waar dan ook in de Verenigde Staten – een prestatie die tientallen jaren heeft gekost.

Het akkoord over technische samenwerking op het gebied van de veiligheid, het toezicht, milieu- en sociale vraagstukken gaat niet bepaald door de geluidsbarrière, maar het is beter dan niets. De gecoördineerde aanpak biedt beide zijden een solide basis om op te bouwen. De Verenigde Staten deden zelfs enige concessies op het vlak van de patriottische, maar oneerlijke ‘Fly America’-regels, die alle overheidsfunctionarissen dwingen met Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen te vliegen.

Er schuilt enige ironie in het uitgebreide protectionisme rondom grensoverschrijdende vluchten, een sector die juist baat heeft bij de globalisering. Maar Amerikaanse vakbondsfunctionarissen en managers hebben meer belangstelling voor de bescherming van werkgelegenheid en markten dan voor consequent economisch beleid.

Europese politici en luchtvaartdirecteuren kunnen hun beklag doen over oneerlijkheid, ook al is het nog niet zo lang geleden dat het oude continent leed onder een overschot aan onrendabele nationale luchtvaartmaatschappijen. Maar de rationalisering heeft in de Europese Unie toegeslagen, getuige de fusie tussen Air France en KLM en de voorgenomen samenvoeging van het Spaanse Iberia en British Airways. De wetten van de economie zouden het uiteindelijk wel eens kunnen winnen van de wetgevers in het Amerikaanse Congres.

Alexander Smith