Kater in Irak

Premier Nouri al-Maliki van Irak is niet van plan zijn post op te geven nu hij de parlementsverkiezingen van 7 maart op het nippertje verloren blijkt te hebben.

De uitslag lijkt op een redelijk overzichtelijke machtsconstellatie te wijzen: het parlement kent vier blokken die tussen de 13 en 28 procent van de stemmen hebben gehaald.

Maar deze partijpolitieke helderheid is grotendeels schijn. Het electorale blok rond de Dawa-partij van Maliki haalde 89 zetels. De alliantie Iraqiya van ex-premier Allawi verwierf 91 zetels. De Iraakse Nationale Alliantie rond de rechtzinnige en anti-Amerikaanse shi’itische geestelijke Muqtada Sadr kan bogen op 70 en de Koerdische Alliantie op 43 zetels.

Geen van de politieke blokken heeft een meerderheid in het 325 leden tellende parlement. Een regeringscoalitie zal daarom niet buiten de steun kunnen van een van de Koerdische partijen of de sektarische shi’itische groep rond Sadr.

Die kleine verschillen vragen om moeilijkheden. En die gaat premier Maliki ook veroorzaken. Vrijdag heeft hij het Hooggerechtshof gevraagd om te definiëren hoe een fractie er uit moet zien en of de grootste het initiatief krijgt bij de vorming van een nieuwe regering. Het hof stelde razendsnel vast dat de grootste fractie inderdaad de premier moet kunnen leveren. Die uitspraak biedt een herkansing voor Maliki. Hij heeft verschillende ijzers in het vuur om de uitslag van de parlementsverkiezingen alsnog te wijzigen of aanhangers van Allawi te bewegen alsnog over te lopen.

Om de druk op te voeren heeft Maliki allereerst de uitslag van de verkiezingen aangevochten. Er zou fraude zijn gepleegd. De Verenigde Naties hadden dus moeten ingrijpen. Maliki nam VN-gezant Melkert, die de verkiezingsuitslag „geloofwaardig” noemde, op de korrel. De positie van de Nederlander om straks effectief te bemiddelen, heeft Maliki zodoende nu reeds ondermijnd.

Ten tweede betwist de premier de rechtmatigheid van maar liefst 52 nieuwe parlementariërs die actief zouden zijn geweest in de Ba’ath-partij van Saddam Hoessein. De meesten zijn gekozen via Iraqiya, waarbij twee soennitische partijen zich hebben aangesloten. Collaborateurs hebben in Irak geen passief kiesrecht. De strijd tussen Maliki en Allawi spitst zich toe op de vraag of uitgesloten Ba’athisten moeten worden vervangen door kandidaten van dezelfde lijst.

Dat conflict wordt weer zout in de wonden van het land dat de afgelopen jaren tussen shi’iten en soennieten is verscheurd. Voeg daaraan toe dat ook de Koerdische leiders zich niet hebben neergelegd bij de uitslag en een nieuwe ronde van geweld ligt voor de hand. De bomaanslag van afgelopen vrijdag in Bagdad was daarvan een voorbode. Want politieke machtsvorming gaat in Irak, ondanks de vooruitgang die er wel degelijk is geboekt met het houden van de verkiezingen, nog altijd hand in hand met geweld.

De vorming van een regering wordt daardoor extra belast. Door de controverse tussen Maliki en Allawi dreigt Irak helaas weer terug in de tijd te worden geworpen.