Hypotheekrenteaftrek 2

Voor- en tegenstanders van afschaffing of beperking van de hypotheekrenteaftrek roeren zich weer hevig. Volgens de een moet de overheid van iedere vorm van beperking afzien, volgens de ander moet er tot snelle afschaffing worden besloten. De economische voors en tegens kan ik onvoldoende beoordelen, maar in de rest van de wereld blijkt men toch ook zonder ons stelsel te kunnen. Ik heb geen principiële bezwaren tegen hypotheekrenteaftrek, maar ons stelsel heeft inmiddels wel perverse trekken die geliquideerd moeten worden. De aftrek is voor zover mij bekend ooit bedacht om het eigenwoningbezit en de woningbouw te stimuleren. In de aflopen decennia is dit doel veranderd in zolang mogelijk zoveel mogelijk rente aftrekken. Dat moet veranderen en dat staat voor mij los van de huidige financiële situatie. Die is hooguit een goede aanleiding. Een aantal jaren geleden is daartoe een eerste stap gezet door de aftrektermijn tot dertig jaar te beperken, maar dat vermindert, zolang binnen die termijn geen aflossingsplicht is, de perversiteit niet noemenswaardig. Vroeger was het jaarlijks gedeeltelijk aflossen volstrekt normaal. Laat mensen bij een nieuwe hypotheek kiezen voor een lineaire hypotheek (maandelijkse betaling van een vast aflossingsbedrag en een daarmee afnemende rente) of een annuïteitenhypotheek (maandelijkse betaling van een vast bedrag, waarbij de renteaftrek in de loop der jaren geleidelijk daalt en de aflossing stijgt), dit met een looptijd van dertig jaar. Ik vermoed dat hiermee de woningmarkt niet of niet ernstig wordt benadeeld, en de aftrek wordt weer bedoeld waarvoor deze bedoeld hoort te zijn. En de schatkist wordt er beter van.

A.W. Dijk

Den Haag