Hoofdbotsingen en ongemakkelijke lachjes

Ik weet niet precies wanneer het gebeurd is, maar op een gegeven moment heeft iemand bedacht dat wij in Nederland elkaar ter begroeting drie zoenen geven. Deze persoon was overduidelijk geen mensenvriend. Vanaf dat moment is het begin van elke verjaardag een kwartier van kwelling. Je stapt binnen en treft daar een kring vol vage kennissen, semibekenden en vergeten familie, die allemaal als een stel stokstaartjes opkijken. Een moment overweeg je een lafhartig zwaaitje om je daarna snel met taart en meegegriste Schnapps in een kast te verstoppen, maar je weet dat iedereen je heeft gezien en dat de Billy-boekenkast in de huiskamer geen deurtjes heeft. Dus je gaat de hele kring langs, half gebukt, je hoofd onhandig zwaaiend.

Het zou nog niet eens zo vervelend zijn als ik het idee had dat ik mensen er een plezier mee deed. Dat behalve ik de rest van Nederland uit fervente wangfetisjisten bestaat, die ik dolgelukkig maak door ze gul op mijn wangen te trakteren. Maar het zoenen lijkt meer op het voor de honderdste keer aanhoren van je nichtjes vioolvertolking van Drie Blinde Muizen: het is niet prettig, maar het moet nou eenmaal.

Hoe komt het dat wij de mensen die we het minst goed kennen begroeten met de meeste zoenen? Het is voornamelijk die derde zoen die het zo intiem maakt. Die derde zoen zegt niets anders dan: ‘ik kan het niet laten, ook al heb ik deze wang al een keer gehad, ik ga hem gewoon nóg een keer platzoenen!’ Ik ken heel weinig mensen tegen wie ik dat wil zeggen. De ex-buurjongen van mijn beste vriend hoort daar bijvoorbeeld niet bij. Hij ruikt naar oude bloemen in een vaasje.

Want de mensen die het dichtst bij me staan zoen ik één keer. Maar hoe stap je over van drie zoenen naar één? Na de eerste kus snel je hoofd terugtrekken, om vervolgens een luchtig verhaal te beginnen over de voedingspatronen van de geelgerande watertor? Juist je dierbaren wil je de vernedering besparen om in het luchtledige kussen. Ik heb een keer met iemand de expliciete afspraak gemaakt: wij zoenen één keer. Altijd als we elkaar zien is er toch een weifeling, die er steeds voor zorgt dat we uiteindelijk drie keer zoenen, met hoofdbotsingen en ongemakkelijke lachjes vandien. Ik denk dat we de volgende keer uit pure zenuwen een tong in elkaars oor steken.

En daarom is het zo fijn om jullie te mogen begroeten vanaf deze plek. Een welgemeend HALLO! is voldoende. Dus ik zeg: HALLO! En tot heel veel ziens.

Dit is de eerste column van Renske de Greef. Lees het Zin-interview met Renske op nrcnext.nl/columnisten