Hij zocht waarheid, schoonheid en harmonie

Necrologie

Vrijdagnacht stierf Vasili Vasiljevitsj Smyslov (89) in een ziekenhuis in Moskou. Hij was wereldkampioen van 1957 tot 1958 en een van de grootste schakers.

Dat Smyslov maar een jaar wereldkampioen was, doet geen recht aan zijn verdiensten, want veel langer werd hij als de sterkste schaker van de wereld beschouwd en zijn loopbaan op het hoogste niveau duurde zo’n veertig jaar.

In 1948 speelde hij voor het eerst om het wereldkampioenschap en nog in 1983 bereikte hij, 62 jaar oud, de finale van de kandidatenmatches, waarin hij werd verslagen door Gari Kasparov.

De successen van Smyslov tijdens de Tweede Wereldoorlog vielen door de oorlogsomstandigheden nog niet erg op buiten de Sovjet-Unie, maar dat werd anders toen hij in 1945 in de radiomatch tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten met 2-0 van de Amerikaan Samuel Reshevsky won. Door die match, waarin de Amerikanen verpletterend verslagen werden, werd het duidelijk dat de Sovjet-Unie het schaakland bij uitstek was geworden en Smyslov een van de sterkste spelers van de wereld.

Een jaar later werd hij in het Stauntontoernooi in Groningen derde achter Botwinnik en Euwe en in het toernooi om het wereldkampioenschap in 1948 in Den Haag en Moskou werd hij tweede achter Botwinnik.

Zijn grote gevecht met Michail Botwinnik, dat al tijdens de oorlog was begonnen, werd onderbroken doordat in 1951 David Bronstein de uitdager van de wereldkampioen was, maar in 1954 was Smyslov weer aan de beurt.

Hij speelde drie matches tegen zijn aartsrivaal. In 1954 werd het gelijk en Botwinnik bleef daardoor wereldkampioen. In 1957 won Smyslov, maar een jaar later won Botwinnik zijn titel weer terug in de revanchematch waar hij volgens de – grotendeels door hemzelf opgestelde – regels recht op had. In die drie matches speelden ze 72 partijen. Smyslov won er één meer dan Botwinnik. Na de derde match zei hij dat hij het gevoel had dat hij zijn hele leven alleen maar tegen Botwinnik had gespeeld.

Hij zou daarna nog veel grote toernooien winnen, maar dicht bij het wereldkampioenschap kwam hij pas weer in het begin van de jaren tachtig. Toen schakelde hij in de kandidatenmatches eerst de Duitser Robert Hübner uit, op een wonderlijke manier. Hun match in het casino van het Oostenrijkse stadje Velden eindigde gelijk, en toen moest de beslissing aan de roulettetafel vallen. Rood was voor Smyslov, zwart voor Hübner. Het balletje kwam op de nul, waardoor er opnieuw gegooid moest worden. Toen viel het op rood, Smyslov won.

Zijn volgende match, tegen de Hongaar Zoltan Ribli, won de veteraan Smyslov overtuigend. In de finale was de 42 jaar jongeren Kasparov te sterk voor hem.

Smyslov bleef nog bijna twintig jaar een actief toernooispeler, maar zijn slechte ogen werden een steeds grotere handicap. In 2001, toen hij al bijna blind was, speelde hij in Amsterdam zijn laatste toernooi. Hij kwam nog als eregast bij Russische toernooien en dan fluisterde zijn vrouw hem de zetten in die hij zelf op de computerschermen niet kon zien.

De altijd gelijkmoedige Smyslov noemde zijn blindheid eens „een zegen in vermomming”, omdat hij daardoor meer tijd ging besteden aan het componeren van eindspelstudies. Ook als eindspelstudiecomponist heeft Smyslov kunstwerkjes geschapen.

Een van zijn boeken heeft in het Russisch de titel ‘Op zoek naar harmonie’. Het grove geweld, kenmerkend voor het moderne schaak, ging Smyslov niet uit de weg als het nodig was, maar hij zocht het niet op. Hij zocht waarheid, schoonheid en harmonie, en hij zei eens dat voor hem het model voor een schaker een Indiase wijze was die in majestueus zwijgen over het bord was gebogen.

Boris Spassky, een andere oud-wereldkampioen, noemde Smyslov ‘de Hand’. De hand die buiten het brein om zelf weet waar de stukken heen willen, staat voor de intuïtie.

Kort na zijn 89ste verjaardag, vorige week woensdag, werd Smyslov met hartklachten in een ziekenhuis opgenomen. Hij was een religieus mens, overtuigd dat hij door God pas geroepen zou worden als zijn aardse taak voltooid was.