Griekenland geeft obligaties uit

De Griekse regering heeft vanmorgen vijf banken aangewezen om een nieuwe staatslening te begeleiden. Het slagen van deze lening en de voorwaarden waaronder de Griekse regering het kapitaal ophaalt, worden gezien als een belangrijke test voor de afspraken die vorige week in Europees verband zijn gemaakt over de Griekse schuldencrisis.

Griekenland zal op 20 april de lening met een looptijd van zeven jaar in de markt zetten. In totaal loopt er voor eind mei 23 miljard euro aan staatsschuld af, die opnieuw moet worden gefinancierd. Van de vanmorgen aangekondigde lening werd niet bekendgemaakt wat het beoogde bedrag is dat Griekenland ermee wil ophalen. Wel liet het ministerie van Financiën weten dat de lening de omvang moet krijgen van een zogenoemde ‘benchmark’. Dat impliceert gewoonlijk een omvang van rond 5 miljard euro. Een Griekse tienjaarslening van begin deze maand, die hetzelfde predicaat kreeg, bracht 5 miljard euro binnen.

De vanmorgen aangekondigde lening is daarmee slechts een eerste stap om aan de Griekse financieringsbehoefte op de korte termijn te voldoen. De Griekse staatsschuld bedraagt rond de 300 miljard euro.

Tot de vijf banken die de Griekse regering heeft aangewezen om de introductie van de nieuwe staatslening te begeleiden is het Nederlandse ING. De Amerikaanse Bank of America Merrill Lynch en de Franse Société Générale doen ook mee, evenals twee Griekse banken.

In het compromis dat vorige week op de Europese top werd afgesproken, neemt het Internationale Monetaire Fonds het voortouw bij het verstrekken van kredieten aan Griekenland, mocht dat nodig zijn. De eurolanden zullen dan volgen met kredieten tegen marktrentes die in omvang groter zijn dan het kapitaal dat het IMF beschikbaar stelt. Directeur Strauss-Kahn van het IMF zei vanmorgen dat Griekenland nog niet om hulp heeft gevraagd.

De reactie van de financiële markten op de aankondiging van de Griekse staatslening was vanmorgen lauw. Het renteverschil tussen Duitse en Griekse obligaties met een looptijd van tien jaar, een belangrijke maatstaf voor het vertrouwen van beleggers, stond vrijwel onveranderd op 3,11 procentpunt.

De koers van de euro steeg met 0,5 procent tot 1,3486 dollar per euro. Vorige week zakte de euro nog tot 1,3267 dollar.