Europese Commissie moet snel een stuk kleiner

Elk EU-lid wil een eigen commissaris. Dat zijn er nu 27. Met straks nog meer landen erbij, groeit dat aantal. Een onwerkbare situatie, vindt Frits Bolkestein.

Onder de kop ‘Nederland moet poot stijf houden’ heb ik in mei 2003 ervoor gepleit dat iedere lidstaat van de Europese Unie zijn eigen commissaris zou houden. Ik ben er sindsdien anders over gaan denken. Dat komt door de voorstellen die de Europese Commissie doet. Zo heeft zij bedacht dat de uitkomst van een marktproces niet zomaar mag worden aanvaard. Die uitkomst moet „sociaal aanvaardbaar” zijn, ook al gaat dit ten koste van de economische doelmatigheid. Door middel van enquêtes wil zij te weten komen of consumenten tevreden zijn. Zo niet, dan wil zij ingrijpen. Dit is een krankzinnig voorstel.

Het is helaas niet het enige waarmee de Europese Commissie zich belachelijk maakt. Een ander is het voorstel zelfstandige vrouwen aanspraak op zwangerschapsverlof te geven. In Nederland en in Bulgarije. Kunnen wij daar niet zelf over besluiten?

De Europese Commissie heeft klaarblijkelijk niets geleerd van de daverende ‘nee’s’ die zij in Frankrijk en Nederland heeft geïncasseerd. Met deze voorstellen bereidt zij zich voor om weer met het hoofd tegen een muur te lopen. Zij leert het nooit. Hoe komt dat?

De Commissie-Prodi die van 1999 tot 2004 in het zadel zat, bestond (voor 90 procent van de tijd) uit twintig commissarissen. Romano Prodi handelde als een premier. Zeker, hij was de baas maar er waren ook commissarissen van formaat: Fischler voor Landbouw, Monti voor Mededinging, Lamy voor Handel. Een reële discussie had plaats in de Commissie en lang niet altijd haalde een voorstel de eindstreep van elf stemmen (van de twintig ).

Onder Barroso is dit verworden tot een presidentieel stelsel. Er zijn nu 27 commissarissen. De macht ligt bij de president en zijn kabinet. Zijn kabinetschef heeft meer macht dan menige commissaris. De discussies in de Commissie stellen weinig meer voor.

Wat willen commissarissen? Zij willen bekend worden door op te vallen met initiatieven, onbekookt of niet. Wie zal het hen kwalijk nemen? De enige manier om die stroom van onnutte initiatieven te stoppen is het aantal commissarissen te verminderen tot wat nodig is om de EU te besturen. Mij dunkt dat een Commissie van twaalf capabele mensen groot genoeg is om dat te doen. Die zullen het wel zo druk hebben dat zij het uit hun hoofd zullen halen onzinnige ideeën te lanceren.

In het verleden is wel voorgesteld een geringer aantal commissarissen dan lidstaten te hebben, maar daar werd dan altijd bij gezegd dat dit bij toerbeurt zou gebeuren. Dit heeft een belangrijk nadeel waarover onvoldoende is nagedacht.

Een vermindering bij toerbeurt betekent dat er een tijd moet komen waarop een commissie zonder Frankrijk, Duitsland of Engeland moet functioneren. Een dergelijke commissie is ongeloofwaardig. Bovendien zullen deze grote lidstaten zich willen indekken tegen de tijd dat zij aan de beurt komen door met alle macht te ijveren voor een zo groot mogelijk aantal directeuren-generaal van de eigen nationaliteit. Reductie per toerbeurt zal dus leiden tot verdere politisering van het ambtenarenapparaat (dan nu toch al het geval is ).

Wat dan? De internationale politiek biedt verschillende voorbeelden. De Veiligheidsraad kent vijf permanente leden (de VS, Rusland, China, Engeland en Frankrijk ) plus een aantal leden die daar bij tourbeurt voor twee jaar zitten. Het Internationaal Monetair Fonds kent een constructie waarbij één lid de zaken van een aantal andere lidstaten behartigt. Zo vertegenwoordigt Nederland onder andere Moldova, Oekraïne en Kazachstan. De Europese Investeringsbank heeft één directeur voor de Benelux. Die post wordt als volgt verdeeld: vijf jaar een Nederlander, vijf jaar een Belg, twee jaar een Luxemburger.

Welke van deze modellen verdient navolging? De Europese Unie kent grote en kleine lidstaten. De grote lidstaten zijn: Frankrijk, Duitsland en Engeland; op enige afstand gevolgd door Italië, Spanje en Polen. De andere lidstaten zijn klein. Nederland is de grootste der kleinen, wat wij ook bij voortduring naar voren brengen – zonder dat het veel indruk maakt.

Nu heeft Polen meer in te brengen dan Litouwen, Italië meer dan Griekenland en Frankrijk meer dan België. Men kan als Calimero zeggen dat dit onrechtvaardig is, maar het blijft een feit. De werkelijkheid niet willen zien, is geen recept voor goed bestuur.

Deze gedachtegang zou er toe moeten leiden dat – analoog aan de Veiligheidsraad – de zes grote lidstaten ieder een vaste commissarispost krijgen. Er blijven dan zes posten voor de kleine lidstaten over. Hoe die te verdelen is open voor discussie.

Een mogelijkheid is een geografische indeling: een commissaris voor Scandinavië plus het Balticum, een voor de Benelux, enzovoort. Die zouden dan onderling moeten rouleren zoals de directeur bij de Europese Investering Bank (EIB). Een andere mogelijkheid is te kijken naar het economische gewicht.

Ik hoor mensen al mopperen dat dit lijkt op het verfoeide directorium der groten. Dat zal niet noodzakelijk het geval zijn. Naar een capabel persoon die overtuigend voor zijn zaak staat, zal altijd worden geluisterd. Bovendien zijn de groten het niet per definitie met elkaar eens.

Dit voorstel zal op veel verzet stuiten. Veel kleine lidstaten zullen aan hun eigen commissaris willen vasthouden. Dat komt tegemoet aan nationalistische gevoelens. Maar men mag het werkelijke belang daarvan toch ook niet overschatten. Een commissaris kan het zich niet veroorloven zijn oren te zeer naar zijn hoofdstad te laten hangen.

Slovenië is nu lid. Kroatië en Servië zijn in aantocht. Bosnië en Macedonië zullen volgen. Vijf commissarissen die dezelfde taal spreken. Plus Albanië. Allemaal een eigen commissaris? Het is beter nu te handelen dan straks met een onwerkbare Commissie te zitten.

Frits Bolkestein is oud-eurocommissaris Interne Markt.