'En het praten ging maar door'

Rond Uruzgan ontbrak volgens Arie Slob (CU) regie van premier Balkenende. „Hij had zijn knopen moeten tellen en knopen moeten doorhakken.”

Uiteindelijk ging dus alles mis bij de Haagse besluitvorming over de toekomst van de Nederlandse militaire aanwezigheid in Uruzgan. Nederland trekt zich eind dit jaar volledig terug uit de zuidelijke Afghaanse provincie en het kabinet is over de kwestie gevallen. Niemand die iets deed om de dreigende frontale botsing in de coalitie te voorkomen.

Voor Arie Slob, fractievoorzitter van de ChristenUnie, de kleinste partij in de coalitie die samen met CDA en PvdA het vierde kabinet Balkenende vormde, is duidelijk wie in een eerder stadium had moeten optreden: minister-president Balkenende. „Je ziet lichtjaren van tevoren aankomen dat er een probleem ontstaat. Dan moet je als minister-president regie voeren en ingrijpen. Door te zeggen: jongens, om te voorkomen dat er echt problemen ontstaan, moeten we er nu op tijd uitkomen.”

Wanneer had hij dat volgens u moeten doen?

„Dat had in september van het afgelopen jaar gekund. Toen stond de kwestie-Uruzgan voor de tweede keer dat jaar op scherp en raakte ook erg gepolariseerd.’’

Hoe kwam dat?

„Dat kwam door uitlatingen van minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) in het openbaar over het eventueel voortzetten van de missie in Uruzgan. Daardoor kwamen de coalitieverhoudingen op scherp te staan. Dat je als betrokken ministers met elkaar nadenkt over wat we moesten doen na 2010 als de huidige missie zou zijn afgelopen, is niet meer dan logisch. Maar door hierover publieke uitlatingen te doen, wordt de discussie onnodig belast.’’

En wat had Balkenende moeten doen?

„Hij had zijn knopen moeten tellen en knopen moeten doorhakken. Dat moet je als minister-president doen als duidelijk wordt dat er verschillende opvattingen in het kabinet zijn, en er ook in de Tweede Kamer heel weinig draagvlak bestaat voor een vervolg in Uruzgan. Dan moet je een rol spelen als minister-president. We zagen nu dat het praten maar doorging en de klok doortikte. Daardoor belandden we in een situatie waarbij alles op scherp stond en is gebeurd wat er is gebeurd.”

Had hij dan koppen tegen elkaar moeten slaan?

„Als je ziet hoe bepaalde discussies zich ontwikkelen, moet je op een gegeven moment de conclusie trekken: of we het nu leuk vinden of niet, Uruzgan is echt afgelopen. We houden ons aan de verplichtingen die we tot eind 2010 zijn aangegaan, maar daarna moet er echt iets anders komen.”

De politieke werkelijkheid is onderschat?

„Het was duidelijk hoe er in de Tweede Kamer over werd gedacht. En dan denk ik niet alleen aan de coalitiepartijen, maar ook aan de VVD. Die partij heeft zich in 2009 meerdere malen uitgesproken tegen verlenging van de missie. Bij militaire uitzendingen kan je niet alleen werken met draagvlak in de coalitie, maar heb je brede steun nodig.”

Was de PvdA voor u duidelijk?

„Fractieleider Hamer was dat wel, maar de bewindspersonen niet. Die zijn door blijven praten over allerlei opties, ook in Uruzgan. Men sprak weliswaar zonder zich te committeren, maar dat doet niemand. Praten doe je niet vrijblijvend. Dan wek je toch bij anderen de indruk dat het bespreekbaar is. Daar heeft het CDA een punt.”

Had de gang van zaken misschien ook te maken met botsende karakters bij de hoofdrolspelers?

„Dat is lastig voor mij om te analyseren, maar het hoort er wel bij. De conflicterende karakters hebben soms niet bevorderend gewerkt.”

Die van CDA-minister Verhagen en PvdA-minister Koenders?

„Dat zijn de namen die daar bij horen. Maar vergeet ook niet dat de politieke dynamiek de laatste maanden ook wel erg groot was. Het kabinet was net een heel pittige discussie over de commissie-Davids doorgekomen. Die had ook wonden achtergelaten. Je kunt bij de val van het kabinet niet alleen naar Uruzgan kijken. Tussen CDA en PvdA was ook sprake van een zekere metaalmoeheid.”

Is het voor u nu duidelijk wie de ware schuldige is?

„Op het moment dat dingen fout gaan, ben je ook samen verantwoordelijk. Ik vind dat niemand zich achter een ander kan verschuilen. Ook de ChristenUnie niet. Het is al te gemakkelijk met een vinger naar een ander te wijzen. Maar ik heb altijd geleerd dat als je dat doet je ook met drie vingers naar jezelf wijst.”