Ei-vaardigheden oefenen

Nu het is weer gelukt, ze hebben ons weer een uur afgepikt en we moeten maar zien dat we even goed op tijd het eten klaar hebben. Met onze slaperige koppen.

Ik zal maar niet zeggen dat ik een hekel heb aan de zomertijd. En dat ik niemand ken die het wél fijn vindt als je in april al die lange grijze avonden moet uitzitten in dat kille licht en de gordijnen maar niet dicht kunt doen en de lamp maar niet aan.

Je weet ineens niets meer te bedenken als het eindeloos licht blijft ’s avonds – wat moet je eten op klaarlichte dag? Toch zeker niet hetzelfde dat je zou nemen als het donker is geworden.

Enfin, we zouden het er niet over hebben en ik heb het er dan ook niet over. Ik ga gewoon langzaamaan richting Pasen.

Om te oefenen vast een paar keer een heerlijke omelette aux fines herbes gebakken voor het ontbijt omdat de vensterbank vol staat met kruiden in potten en je de ei-vaardigheden bedrijfsklaar moet hebben als de Paasdagen aanbreken. Moet eerlijk zeggen dat ik alweer een beetje vergeten was hoe de volmaakte Franse omelet ook alweer gebakken moest worden. Niet zoals je misschien onnadenkend zou doen: gewoon flink het ei klutsen met een garde en er melk bij doen en dan boter in de pan flink heet laten worden en daar dan dat geslagen ei in gooien en wachten tot de bovenkant droog genoeg is om het ding dubbel te kunnen klappen. Nee! Dat is heel verkeerd! Dat levert in ieder geval geen Franse paasgevoelens op. Het moet, fris ik ieders geheugen nog maar even op, als volgt: eieren kort klutsen met een vork (te veel klutsen geeft lucht in de eieren en vervolgens een droge omelet), boter in de pan verwarmen tot lichtbruin. De eieren erbij doen, even iets laten stollen, fijngehakte kruiden eroverheen strooien en dan met korte rukkende bewegingen de hele omelet aan de achterrand op laten krullen net zo lang (en dat is héél kort) tot-ie opgerold in de pan ligt. Dan meteen opdienen voor er droogte optreedt, het geheel moet een beetje smeuïg blijven. Als fijne kruiden had ik vooral maggi of lavas en bieslook, aangevuld met een paar blaadjes basilicum en een toefje dille. Tamelijk lukraak gekozen, maar die lavas en de bieslook zijn wel allemachtig goed in zo’n voorjaarsachtige paasomelet.

Nog iets voorjaarsachtigs gemaakt en dat is dan meteen geschikt voor meatless monday: Groene asperges met een pittige saus gemaakt van kleine scherpe paprikapepertjes, peppadews, een vervelende naam, ik houd niet van een ingrediënt dat uitsluitend in het Engels aangesproken wenst te worden. Maar de saus was er niet minder om. En als het een keer geen meatless monday is zou je kunnen overwegen om die asperges als voorgerecht te geven met een plakje serranoham erbij en een stukje brood. Maar vandaag moet die serranoham achterwege blijven uiteraard.

Snijd de houtachtige uiteinden van de asperges af en kook ze in gezouten water in tien minuten gaar. Laat uitlekken.

Stamp in een vijzel de knoflook fijn met de tijm. Stamp de ansjovis erbij, maak deze plakkerige pasta los met de wijnazijn. Doe de pepertjes in een mengbeker en maal ze met de ansjovis-knoflookpasta en de olijfolie tot een saus. Laat even staan om de smaken tot elkaar te laten komen en giet over de asperges. (Over kortgebakken lof is het ook lekker trouwens)