Dubai moet transparant blijven bij sanering miljardenschulden

Dubai heeft een eerste stap gezet op weg naar het herstel van zijn reputatie op de internationale markten. Het emiraat heeft op een redelijk heldere manier een plan gepresenteerd om ongeveer 24 miljard dollar aan schulden te saneren bij investeringsmaatschappij Dubai World en zijn vastgoeddochter Nakheel, dat voorziet in volledige schadeloosstelling van crediteuren. Maar om zijn geloofwaardigheid weer op te bouwen moet Dubai méér doen.

Het emiraat is een heel eind gekomen. De jongste bekendmaking was goed georkestreerd en werd door beleggers positief ontvangen. Dat is een groot contrast met november vorig jaar, toen Dubai de mondiale markten een mokerslag toebracht met de aankondiging dat het zijn schulden moest saneren. Die mededeling werd gedaan aan de vooravond van een lange religieuze feestperiode. Destijds leken functionarissen slecht georganiseerd en niet goed op hun taak voorbereid.

Om de vaart van de hervormingen erin te houden, moet Dubai zich nu richten op een doortastende uitvoering van het schuldenplan. Het land moet zowel efficiënt als transparant te werk gaan.

Adviseurs van buitenaf hebben het traditioneel gesloten emiraat al geholpen professioneler te worden bij de aanpak van zijn schuldenproblematiek. Deloitte heeft financieel advies geboden, en de voormalige Britse minister Shriti Vadera, nu adviseur van de voorzitter van de G20, heeft haar expertise ingebracht. Dubai moet open blijven staan voor degelijke strategische adviezen.

Op de langere termijn moet Dubai een samenhangende faillissementsprocedure ontwikkelen. Vorig jaar moest het land overhaast een raamwerk bedenken voor een eventueel bankroet van Dubai World als een sanering in goed overleg onmogelijk zou blijken. Het was niet duidelijk of de bredere faillissementswet van het emiraat van toepassing zou zijn. Er is nog steeds onzekerheid over de vraag hoe andere staatsbedrijven in geval van een faillissement zouden worden behandeld.

Dubai moet het internationale vertrouwen herwinnen. Omdat het emiraat minder dan 10 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp) verdient aan olie en gas, zijn internationale handel en financiering van cruciaal belang. De sterke infrastructuur en toerismesector van het emiraat bieden buitenlanders iets om in te beleggen. Het land mag er met reden op hopen de gedroomde vestigingsplek te worden van internationale beleggers, die een graantje willen meepikken van de rijkdom van de Golfstaten.

Maar de reputatie van Dubai is ernstig geschaad door het verhaal van zijn snelle opkomst en ondergang. Beleggers zullen niet snel terugkeren, tenzij het emiraat de vaart van de saneringen erin houdt.

Una Galani

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com