Checkpoint Terneuzen

Met pijn en moeite heeft de rechtbank van Middelburg geoordeeld dat de grootste coffeeshop van Nederland, Checkpoint in Terneuzen, strafbaar is. Voornamelijk omdat dit bovengronds opererende bedrijf ook de aanvoer van hasj en hennep ondergronds is gaan organiseren. En daarmee regelgeving overtrad, die alleen beperkte verkoop voor eigen gebruik toestaat. Ook richtte de coffeeshop zich op drugstoeristen en schond zo de gedoogvergunning.

Het vonnis van vorige week komt neer op een schuldigverklaring zonder straf: de vrijheidsstraffen zijn niet langer dan het voorarrest. De eigenaar moet 9,7 miljoen euro financieel voordeel afstaan, maar hij mag ook 4,9 miljoen euro houden. Een veroordeling dus waarvan de rechter zelf weinig overtuigd lijkt en die een eind maakt aan de bestuurlijke polderillusie rond coffeeshops.

Ook de overheid stond in de rechtbank te kijk. Al maakten burgemeester, officier van justitie en korpschef van Terneuzen volgens de rechter geen deel uit van de ‘criminele organisatie’ die de Zeeuwse hasjhandelaren werd verweten te zijn, veel scheelde het niet. De plaatselijke overheid heeft de groei van de coffeeshop mogelijk gemaakt en ook bevorderd, zegt de rechter. Er was jarenlang een verontrustend patroon van toestaan, wegkijken, aanmoedigen, profiteren en feitelijk helpen door de overheid. Zelfs met het overtreden van de eigen vergunningsvoorwaarden.

Hoe kan beleid, bedoeld om overlast te bedwingen, omslaan in industriepolitiek die van Terneuzen de softdrugshoofdstad van Noordwest-Europa maakte? Zoals vroeger de garnalen thuis werden gepeld, bleek het rollen van joints en het bewerken van hennep in Terneuzen een geaccepteerd ambacht geworden. Een provinciale enquête is wel het minste om herhaling van deze bestuurlijke verloedering te voorkomen.

Had het OM nog wel het recht te vervolgen, gezien de voorkennis en betrokkenheid van justitie, politie en plaatselijk bestuur? Ook de rechter verbaasde zich, maar liet zich nog net overtuigen.

Of dat oordeel in hoger beroep standhoudt is de vraag. Een burger mag immers afgaan op vertrouwen dat de overheid wekt. Het is een hoeksteen van behoorlijk bestuur. De lokale overheid leek gebrand op de continuïteit van deze internationale drugswinkel. Het enige probleem dat ze ermee had was de omvang. Vervolgens verzuimde ze om dat bestuurlijk op te lossen.

Ergens is er een omslagpunt in het denken bij het OM geweest. Maar de rechter heeft niet kunnen ontdekken wanneer dat was.

Zelden is het vertrouwensbeginsel zo ver opgerekt om een veroordeling mogelijk te maken. Het is tevens de meest beschadigende passage in het vonnis, waarin het spiegelpaleis van leugen en zelfbedrog dat de overheid in stand hield staat beschreven. Hoe moet de maandelijkse 1.000 euro die de gemeente jarenlang kreeg voor drugspreventieprojecten worden begrepen? Als smeergeld? De kwalificatie ‘heling en witwassen’ vond de rechter „niet geheel onbegrijpelijk”.

Slechts een deel van de verantwoordelijken voor de kwestie Checkpoint zijn gestraft.