Bloedbad stelt VN op de proef

In Congo zijn opnieuw honderden burgers gedood door het LRA. De VN-missie in Congo moet dus niet vertrekken, zeggen mensenrechtenactivisten.

Een overlevende van het bloedbad in december bij het dorp Makombo in Noordoost-Congo moest zestig kilometer op zijn fiets afleggen alvorens hij de gebeurtenissen kon melden aan MONUC, de vredesmacht van de Verenigde Naties in Congo. Vrijwel dagelijks vinden er slachtpartijen door het Verzetsleger van de Heer (LRA) plaats in de naburige Centraal-Afrikaanse Republiek waarvan de buitenwereld weinig tot niets verneemt.

De aanval op Makombo, waarbij ruim driehonderd burgers op uiterst brute wijze werden vermoord, werd dit weekend pas gemeld. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) verrichtte sinds december veldwerk in het gebied. Bij vergelijkbare aanvallen in Noordoost-Congo eind 2008 werden meer dan duizend mensen gedood en raakten honderdduizend burgers ontheemd. De VN waren gewaarschuwd dat het LRA ook eind vorig jaar voor een bloedige Kerst zou zorgen. Maar ze konden er niets tegen doen. Net als in 2008 zeggen VN-vertegenwoordigers nu dat zij niet over de manschappen beschikken om de bevolking te kunnen beschermen. De vredessoldaten van MONUC gaan zich op verzoek van president Joseph Kabila vanaf juli dit jaar uit Congo terugtrekken.

Toch zegt Alan Doss, hoofd van de VN-macht in Congo, dat hij een een nieuwe strategie wil om mobiele strijdgroepen als het LRA te kunnen bestrijden. „Dit vereist betere manieren om inlichtingen in te winnen, het vereist mobiliteit in de lucht en een nauwe samenwerking met de bevolking”, zei hij gisteren als reactie op het nieuws van de aanval op Makombo.

In het licht van het aanstaande vertrek van de VN klinkt zijn opmerking als mosterd na de maaltijd. Voor Anneke Woudenberg van HRW zijn de LRA-activiteiten reden om het vertrek van MONUC aan te vechten. „De bewoners van Noordoost-Congo zijn wanhopig voor meer bescherming, niet minder. De Veiligheidsraad van de VN moet iedere vermindering van MONUC-troepen stopzetten in de gebieden waar het LRA dreigt burgers te doden of te ontvoeren.”

MONUC heeft slechts duizend van zijn ruim 15.000 militairen gelegerd in het gebied waar het LRA actief is. Het LRA werd pas na 2005 een bedreiging in Noordoost-Congo, vijf jaar nadat MONUC van start was gegaan als vredesmissie die vooral bedoeld was om burgers te beschermen in de zuidelijkere Kivu-provincies.

Niemand heeft een passend antwoord op de terreur van het in 1986 door Joseph Kony opgerichte LRA. De meest brute rebellenbeweging van Afrika begon als verzetsbeweging in Noord-Oeganda om de belangen van het plaatselijke volk van de Acholistam te verdedigen. Maar 24 jaar later is het nog louter een terreurorganisatie van niet veel meer dan enkele honderden strijders, met ontvoerde kinderen en seksslaven in haar gelederen. De LRA-strijders werden vier jaar geleden uit Oeganda verdreven en sindsdien achtervolgt het Oegandese leger de enkele honderden strijders in de Centraal-Afrikaanse Republiek, Zuid-Soedan en Congo.

Een veel genoemde optie is om Kony door geheimagenten te laten vermoorden. Eerdere pogingen van elitetroepen van de VN om hem uit te schakelen, mislukten. Volgens onbevestigde berichten zouden Amerikaanse geheime diensten plannen koesteren om hem te vermoorden. De Senaat werkt aan wetgeving waarbij president Obama een strategie moet ontwikkelen om burgers tegen het LRA te beschermen en de leiders van de terreurorganisatie te arresteren.