Aanslag raakt Rusland in hart

Het Kremlin geeft de schuld van de zelfmoordaanslagen, vanochtend, aan rebellen uit Tsjetsjenië. Moskouse burgers speculeren over andere daders en motieven.

Tientallen sirenes loeien om half negen ’s ochtends in het centrum van Moskou. De ambulances racen door de ochtendfiles naar het Loebjankaplein, waar in het spitsuur, even voor achten, een bom is ontploft in een metrotrein. Er zijn op dat moment al negentien doden.

„Lief zoontje, neem alsjeblieft je telefoon op”, smeekt een moeder door haar mobieltje. Ze komt zelf net uit metrostation Kitaj Gorod, driehonderd meter van het Loebjankaplein. Als ze beet heeft, vervolgt ze: „Thuisblijven vandaag! Niet met de metro gaan. Er zijn bomaanslagen.”

Van haar zoon hoort ze dat er zojuist ook een bom is ontploft op halte Park Koeltoery, op dezelfde ‘rode’ metrolijn, maar dan drie haltes verderop. „O lieve god”, zegt de moeder. „Net als zes jaar geleden.” Ze doelt op een zelfmoordaanslag in 2004 door Tsjetsjeense terroristen bij een metrohalte buiten het centrum, waarbij 39 mensen omkwamen. Terwijl het Kremlin zegt dat de rust op de Kaukasus na twee oorlogen is hersteld, heerst in Moskou bij sommigen nu de angst dat de rebellen weer terug zijn. In 1999 gijzelden Tsjetsjeense rebellen 700 mensen in een theater. Drie jaar later kwamen meer dan 200 mensen om bij aanslagen op appartementen, die werden geweten aan Tsjetsjenen. Een rebellenleider waarschuwde recentelijk voor nieuwe aanslagen in Moskou.

Bij het Loebjankaplein, voor het dreigende hoofdkwartier van veiligheidsdienst FSB, stroomt het drukke verkeer inmiddels als vanouds. Behalve op de rode lijn, rijden alle andere metrotreinen alsof er niets aan de hand is.

Toch is Rusland door de aanslagen in zijn hart geraakt, daar is iedereen het over eens. Dat ze in de ochtendspits zijn gepleegd, maakt het alleen nog maar beangstigender. Want op dat uur maken zeven miljoen reizigers gebruik van het uitgebreide metronet met zijn 180 stations. Maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten, zijn de meeste Russen die uit de diepte van de lange roltrappen van andere metrohaltes naar boven komen doodkalm. „Als het je tijd is, ga je”, zegt een vrouw, die zich naar haar werk spoedt. „Dit is Rusland.”

Ljoedmilla, die voor de ingang van halte Loebjanka kranten verkoopt, zegt dat de passagiers beheerst naar buiten kwamen. „Maar ze waren wel aangeslagen.”

Maar voordat ze boven waren, heerste er grote paniek. Passagiers renden over elkaar heen over de roltrap. Asja en Nastja, twee jonge vrouwen die shampoo van een cosmeticabedrijf op het plein uitdelen, staan er nog van te bibberen „We waren net uit die trein gestapt en stonden al op de roltrap toen we een enorme knal hoorden”, zegt Nastja. „We hoorden een verschrikkelijk gegil beneden. Iedereen begon naar boven te rennen. Er was enorme paniek.”

Midden op het plein zijn mobiele commandocentra van de politie en de rampbestrijdingsdienst opgericht. Gewonden krijgen hulp. Twee hulpverleners dragen een lijkenzak weg. „Het is slechts een half lijk”, zegt een van hen. Aan de overkant wacht leraar Aleksandr ongerust op zijn leerlingen, die uit het metrostation moeten komen. Hij denkt niet dat Tsjetsjeense terroristen achter de aanslagen zitten, zoals de autoriteiten nu al roepen. „Niet voor niets zijn de bommen op twee belangrijke plekken in het centrum ontploft”, zegt hij. „Metrohalte Loebjanka ligt precies tussen het hoofdkwartier van de FSB en het gebouw van de staf van president Medvedev. Metrohalte Park Koeltoery ligt vlak bij een kazerne van de presidentiële veiligheidsdienst. Volgens mij zitten er geen moslimrebellen achter, maar is er sprake van een interne machtstrijd tussen aanhangers van Medvedev en Poetin.”

Zijn complottheorie, die ook door andere omstanders wordt gehuldigd, wordt iets later onderuit gehaald, als de Moskouse Hoofdofficier van Justitie een persconferentie geeft. „Er zijn op metrohaltes Loebjanka en Park Koeltoery zelfmoordaanslagen gepleegd met explosievengordels.”

Vervolg Moskou: pagina 5

Zwarte Weduwen uit Kaukasus meteen als daders aangewezen

De Moskouse hoofdofficier van Justitie zegt: „De kracht van de explosie had op Loebjanka een equivalent van drie kilogram TNT en bij Park Koeltoery van 1,5 kilo. Tot nog toe zijn er hier negentien doden en elf gewonden. We trekken nog geen conclusies, eerst moeten we mensenlevens zien te redden.”

Het onderzoek naar de daders is dan al in volle gang. De Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov geeft bij Park Koeltoery een persconferentie en meldt dat de FSB lichaamsdelen, waaronder een hoofd met zwart haar, heeft gevonden van twee vrouwelijke zelfmoordterroristen, die waarschijnlijk afkomstig zijn van de Noord-Kaukasus. Ze stapten in de treinen kort voordat die vertrokken. Hun explosieven zijn door hun handlangers met een mobiele telefoon tot ontploffing gebracht.

Meteen wordt gedoeld op de Zwarte Weduwen, zoals de bijnaam luid van de Tsjetsjeense zelfmoordvrouwen die hun man of broer in de Tsjetsjeense oorlogen hebben verloren en nu wraak nemen. In 2002 gijzelden ze het publiek van een Moskous theater. Bij iedere aanslag in Rusland wordt meteen naar hen en hun mannelijke strijdmakkers gewezen.

Aan het begin van de middag komt Medvedev met een eerste verklaring, waarin hij zegt dat het terrorisme zonder compromis moet worden uitgeroeid. Het is bijna een bevestiging van de machteloosheid van het Kremlin, dat zijn greep op de noordelijke Kaukasus geheel kwijt lijkt te zijn, omdat de bomaanslagen in dat gebied onafgebroken doorgaan en de chaos mede veroorzaakt lijkt te worden door corrupte bestuurders.

Het aantal slachtoffers loopt de komende uren verder op. Tegen drie uur zijn er 37 doden en 102 gewonden, van wie velen er slecht aan toe zijn. De gewonden zijn naar ziekenhuizen in het centrum gebracht, sommigen per helikopter. De doden liggen nog altijd beneden, op de perrons van de rode lijn.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Aanslag raakt Rusland in hart (29 maart, pagina 1) zijn twee jaartallen omgedraaid. De aanslagen op appartementen in Moskou vonden plaats in 1999. De gijzeling in een theater in 2002.