'We hebben na 2000 en 2008 nog niets geleerd'

De beurs had best nog wat harder onderuit mogen gaan, vindt Jeremy Grantham. Maar overheden en centrale bankiers hebben de spelregels veranderd. „Er komt tegenwind.”

De geboren Brit Jeremy Grantham (1938, Hertfordshire) is de grand old man van Grantham Mayo Van Otterloo, een in Boston gevestigde investeringsbedrijf met een beheerd vermogen van meer dan honderd miljard dollar. Grantham was deze week even in Nederland.

De grijsharige Brit verwierf internationale faam door de accuratesse waarmee hij al sinds 1987 crises wist te voorspellen. Zijn grootste wapenfeit was de aankondiging van Zwarte Maandag in 1987. Sindsdien wordt Grantham in één adem genoemd met beleggingsgoeroes als Warren Buffett en Bill Gross. Zijn kwartaalbrief wordt veel gelezen en gevolgd door beleggers en kenmerkt zich door een jongensachtige bravoure in het taalgebruik. De hey, Presto’s en Wow!’s worden afgewisseld met scherpe analyses over aandelenmarkten en beleidsmakers. Grantham wordt in beleggingsland vaak een ‘beer’ genoemd, omdat hij zeepbellen identificeert en benoemt voordat ze uiteen spatten.

Welke risico’s ziet u nu?

„Het worden zeven jaren van tegenwind. En het erge is dat er niets ergs meer hoeft te gebeuren om toch die zeven magere jaren in te gaan. De afgelopen vijftien jaren hebben we buitengewoon veel geluk gehad met zijn allen. Mijn inschatting is dat het tweede decennium van deze eeuw grote overeenkomsten gaat vertonen met de jaren 70 van de vorige eeuw. Die voelden niet als rampzalig; sterker nog, economisch gezien lijken ze op de jaren negentig. Het punt is alleen dat de problemen groter zullen lijken dan destijds. Er komt grote opwaartse druk op de inflatie, onder meer omdat er in de westerse landen minder werknemers en meer ouderen zullen komen en er problemen zullen ontstaan op het gebied van grondstoffen.

„We hebben de afgelopen jaren ongelooflijk veel schijnbare welvaart verloren, dat maakt dat het hele systeem doortrokken is van soberheid. De grootste problemen die moeten worden opgelost zijn het terugdringen van de enorme schulden van overheden, bedrijven én burgers. De Amerikaanse overheid heeft een tekort alsof ze net de Derde Wereldoorlog achter de rug heeft. En daarbij moet China leren consumeren en moeten de VS en het Verenigd Koninkrijk leren sparen.”

U noemt uzelf naïef, omdat u had verwacht dat uit deze crisis wel lessen getrokken zouden worden.

„Je mag toch verwachten dat mensen die in 2000 het schip in zijn gegaan met de internetbubbel en in 2008 het schip in zijn gegaan met de kredietcrisis wat geleerd zouden hebben. Op de korte termijn leren mensen meestal veel van een crisis, op de lange termijn vrijwel niets. We hebben net de grootste risico-rally gehad sinds de jaren dertig van de vorige eeuw. Het meest risicovolle deel van de beurs steeg met 110 procent, gemiddeld steeg de beurs met 65 procent.”

Dat geldt voor beleggers, maar ook voor beleidsmakers?

„Zeker. Ben Bernanke (de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, red.) leek het begrepen te hebben, maar inmiddels is hij weer op zijn oude standpunt beland dat je bubbels op beleggingsmarkten ongemoeid moet laten. Dat is een moral hazard van het ergste soort als je net op deze manier voor miljarden de financiële sector hebt gered. Zo leert de financiële sector het nooit.”

U bent vorig jaar grootvader geworden. Heeft dat uw blik veranderd?

„Nee, totaal niet. Ik zat toch altijd al aan de extreme kant met mijn standpunten op het gebied van de uitputting van olie en klimaat. Ik vind het onbestaanbaar dat mensen het risico van de klimaatverandering niet serieus nemen. Juist het feit dat de toekomst met onzekerheden is omgeven maakt dat gevaarlijk.”

Heeft deze crisis uw blik op de financiële markten veranderd?

„Nee. Markten zijn imperfect en dat komt mij als belegger goed uit, omdat ik van die imperfecties kan profiteren. De beurs had wat mij betreft nog wel harder onderuit mogen gaan. Nu bleef de S&P 500-index steken op 666 omdat centralebankiers en overheden ingrepen. Zij hebben ons feestje verstoord en de spelregels veranderd door banken te redden die dat niet verdienden. Onze studies laten zien dat deze crisis erger was dan voorheen. Toch was het dieptepunt minder laag dan verwacht. Als de banken niet gered waren, was de beurs wellicht wel gezakt tot 540 punten. Dan hadden we extra aandelen ingekocht.”

Luistert men niet naar u?

Lachend: „Nee, niet echt.”

U vindt het eigenlijk wel fijn dat u genegeerd wordt?

„Dat is een hele goede samenvatting. Alles wat ik schrijf moet worden gelezen en dan genegeerd.”

Omdat u profiteert van de fouten van anderen?

„Zolang het legaal is.”

Zou u niet een tijdje minister van Financiën willen zijn?

„Ik ben daar niet geschikt voor. Ik zit graag met de benen op tafel, ik graaf graag in de geschiedenis en schrijf daarover. Om een grote organisatie te leiden zoals een bank of ministerie, moet je snel beslissen, knopen doorhakken, snel succes nastreven. Van die types lopen er veel rond in de financiële sector, maar ik zit anders in elkaar. Ik ben er van overtuigd dat mensen die de markten wel doorzien totaal ongeschikt zijn om grote bureaucratische bedrijven te leiden.”

En de toekomst van uw kleinkinderen dan?

„Ach, economieën blijken steeds weer weerbaarder te zijn dan doemdenkers als ik denken.”