Vulkanisme creëerde ruimte voor de dinosaurussen

Een uitstervingsgolf die 200 miljoen jaar geleden ruimte schiep voor de dinosaurussen was het gevolg van grootschalig vulkanisme bij uiteenvallen van het supercontinent Pangea. Dat concluderen Amerikanen uit onderzoek aan fossielrijke afzettingen, kenmerkende koolstofatomen en vulkanisch gesteente uit die tijd (PNAS online early edition, 22 maart).

De uitstervingsgolf op de grens van de geologische tijdvakken Trias en Jura is één van de grootste ooit. Wereldwijd verdwenen de helft van alle plantensoorten, reptielen die met de dino’s concurreerden en de conodonten: in zee levende wormachtige dieren met kenmerkende tandplaatjes. Na de ramp waren de dinosaurussen 140 miljoen jaar lang de belangrijkste landdieren.

Tot 200 miljoen jaar geleden waren alle continenten verenigd in Pangea. Volgens Jessica Whitesides (Brown University) ging het uiteenvallen van het supercontinent gepaard met grootschalig vulkanisme dat zijn sporen heeft nagelaten in de vorm van vulkanische vlakten, igneous provinces langs de oostkust van Amerika, in Noord-Afrika en het zuiden van Europa. Met 10 miljoen km3 zijn de kenmerkende basaltlagen 20 maal uitgestrekter dan de Deccan Traps, een basaltplateau in India dat 65 miljoen jaar geleden ontstonden, in de tijd dat de dino’s uitstierven.

Whitesides onderzocht drie van deze vlakten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Sedimenten met plantenfossielen die kenmerkend zijn voor het einde van het Trias (230 tot 200 miljoen jaar geleden) zijn in deze afzettingen vermengd met basalten. Bovendien vond Whitesides er koolstofvarianten die erop wijzen dat de atmosfeer rijk was aan CO2 die vulkanen de lucht inbliezen.

In afzettingen in de buurt van Hartford en Newark in het noordoosten van de VS zijn pootafdrukken teruggevonden van een groep dinoverwanten die 200 miljoen jaar geleden grotendeels uitstierf (Crurotarsi), maar wel de krokodillen voortbracht. Afzettingen van na de uitbarstingen bevatten nog uitsluitend afdrukken van op twee poten lopende dino’s die vanaf die tijd het rijk alleen hadden.

Hoe het vrijkomen van de gassen sterfte veroorzaakte is volgens Whitesides nog onduidelijk. “Ons gaat het om de gelijktijdigheid van vulkanisme en uitsterven”, schrijft ze in een e-mail. Misschien zijn sterke temperatuur- en neerslagveranderingen ten koste gegaan van planten en de dieren die ervan leefden. Algen stierven misschien bij gebrek aan zonlicht in een verduisterde atmosfeer. Ook zuurstoftekort in het water zou een sterftegolf kunnen veroorzaken. Michiel van Nieuwstadt