Vastgoedjongens helpen elkaar

Justitie ziet Jan Dirk Paarlberg als de witwasser van Willem Holleeder. Paarlberg hoopt dat de getuigenis van vastgoedcollega Richard Homburg hem ontlast.

In een lange donkerblauwe wollen jas staat vastgoedondernemer Richard Homburg in het souterrain van de Amsterdamse rechtbank. Het is er druk, veel journalisten en advocaten. Verrast kijkt Homburg om zich heen. Die mensen staan toch niet op hem te wachten? „Komt u ook voor de zaak-Palm Invest”, vraagt de bode. „Eh, nee, ik kom voor de zaak-Paarlberg.” Verkeerde afdeling.

Homburg meldde zich vorige week maandag op verzoek van collega vastgoedhandelaar Jan Dirk Paarlberg bij de rechtbank. Paarlberg hoopt dat Homburg hem als getuige kan helpen. Want Paarlberg heeft een probleem. Justitie ziet hem als witwasser van Willem Holleeder. Hij zou ongeveer 17 miljoen euro hebben witgewassen, geld dat Holleeder van vastgoedhandelaar Willem Endstra had afgeperst. Daarnaast wordt hij verdacht van oplichting, valsheid in geschrifte en belastingfraude. Maandag begint zijn strafzaak.

Maar wat heeft Richard Homburg daarmee te maken? Was hij betrokken bij de deals tussen Endstra en Paarlberg? Nee. Maar volgens Paarlberg heeft hij wel uitgebreid gesproken met Homburg over zijn problemen met de later vermoorde Endstra. De getuigenis van Homburg maakt volgens Paarlberg duidelijk dat hij helemaal niet betrokken is geweest bij het wegsluizen van afpersingsgeld, zoals justitie stelt.

Paarlberg ontkent niet dat die 17 miljoen euro van Endstra bij hem terecht is gekomen. Maar volgens hem waren het normale betalingen voor schulden die Endstra nog bij hem had. Afrekeningen voor vastgoeddeals die jaren eerder al waren beklonken. Jaren had hij al lopen zeuren bij Endstra om zijn geld. Maar Endstra betaalde niet, zo stelt Paarlberg. Dat gaf af en toe problemen als hij weer eens een deal wilde doen. Zoals bij de overname van vastgoedfonds Uni-Invest, in de zomer van 2002.

Op 2 juli 2002 kondigt Paarlberg aan dat hij samen met de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers vastgoedfonds Uni-Invest van de beurs wil halen. Het is de grootste stunt uit zijn zakelijke loopbaan. Een deal waar bijna een miljard euro mee gemoeid is. Dat is zelfs voor de puissant rijke Paarlberg een ongekend groot bedrag.

Hier begint de rol van Richard Homburg. Die is op dat moment aandeelhouder en bestuursvoorzitter van beursfonds Uni-Invest. Maar dat is niet het enige. Naast zijn gewone aandelen heeft Homburg ook zogeheten prioriteitsaandelen die nog stammen uit de tijd dat Homburg Uni-Invest van de ondergang redde, in de jaren negentig. Die aandelen geven Homburg grote zeggenschap over het beursfonds. Wie Uni-Invest wil kopen, moet daarom eerst overeenstemming bereiken met Homburg. En daar slagen Paarlberg en Lehman Brothers in.

Ze kopen de vijftig prioriteitsaandelen van Homburg voor 55 miljoen euro. Voor de rest van de aandelen betalen ze 884 miljoen euro. Daarvan krijgt Homburg nog eens 70 miljoen euro.

Paarlberg straalde toen hij het nieuws over de overname tijdens een persconferentie mocht aankondigen. Het was een huzarenstukje voor deze selfmade ondernemer. Die reputatie dateert van 1990, het jaar dat hij het buitenreclamebedrijf Mediamax van de ondergang redde. Tien jaar later verkocht hij Mediamax voor een onbekend bedrag aan het Amerikaanse bedrijf Viacom.

Hij hield aan deze deal bijna 150 miljoen euro over, zo beaamt Paarlberg, die Mediamax voor 1 gulden had gekocht. De opbrengst investeerde Paarlberg met name in vastgoed. Uni-Invest was de nieuwe parel op de kroon van de onomstreden Nederlandse vastgoedtycoon.

In de zomer van 2002, toen de beroemde foto van Endstra en Holleeder op het bankje werd gepubliceerd en Endstra in De Telegraaf werd neergezet als de „bankier van de onderwereld”, wist bijna niemand nog van de problemen die Paarlberg had met Endstra.

Richard Homburg wist het wel. En dat had alles te maken met de manier waarop Paarlberg de overname van Uni-Invest financierde. Naar nu blijkt, had hij eigenlijk helemaal geen geld om zijn aandeel in Uni-Invest te betalen. Gelukkig hoestte Lehman Brothers het grootste gedeelte van de koopsom op: circa 234 miljoen euro. Nog eens 684 miljoen euro werd geleend van andere financiers. En voor Paarlberg blijft volgens betrokkenen het bedrag van 21 miljoen euro over, al wil hij dat zelf niet bevestigen. Maar dat geld heeft hij zelf niet beschikbaar op dat moment. En dus moet hij nog geld lenen. Van wie? Het antwoord op die vraag is opmerkelijk. Het geld dat Paarlberg nodig heeft om Richard Homburg en zijn aandeelhouders uit te kopen, komt van Richard Homburg zelf. Paarlberg leent hem, zo bevestigen Paarlberg en Homburg, 11 miljoen euro.

„Ik had op dat moment net niet genoeg contanten en dus ben ik naar Homburg gestapt”, zegt Paarlberg nu. „Het was een soort overbruggingskrediet dat ik met rente snel weer heb afgelost.” Jan-Maarten Slagter, voorzitter van de Vereniging van Effectenbezitters, noemt het een opmerkelijke transactie. „Het is natuurlijk curieus dat de overnemer geld leent van degene die hij uitkoopt”, aldus Slagter. „Dit lijkt me informatie die op zijn minst gedeeld had moeten worden met beleggers.”

Vaststaat dat dat niet is gebeurd. Sterker nog, ook Lehman Brothers was niets verteld. Paarlberg vond dat niet nodig. „Dit was een transactie tussen twee privépersonen. Ik zie niet in waarom dat openbaar moet worden gemaakt.” Paarlberg deed in de zomer van 2002 een zijns inziens gewone transactie. „Ik kreeg nog geld van Endstra, maar die betaalde niet.” En dus leende hij bij Homburg. „Dat is niks bijzonders. Die lening is terugbetaald. Daarmee is de kous af.”

Tenminste, dat vindt Paarlberg. Maar in de rechtzaak die maandag begint speelt het geld dat Paarlberg tegoed meende te hebben van Endstra een cruciale rol. Volgens het Openbaar Ministerie kan er geen sprake zijn geweest van het afronden van oude vastgoeddeals. Het is een visie die door rechters in de zaak tegen Willem Holleeder is overgenomen.

De komende weken moet duidelijk worden of de verklaringen van Richard Homburg daar iets aan zullen veranderen.