Vale poten dansen niet

Daar sta je dan. De lentezon schijnt boven de Stille Oceaan. De golven slaan tegen de rotsen. Je kijkt naar je poten en ziet ineens: wat zijn ze flets en vaal. Ooit waren ze toch zo helder als de blauwe lentelucht?

Dan heb je een probleem, als je een blauwvoetgent bent en een mannetje. Bij blauwvoetgenten vallen vrouwtjes op blauw. Hoe blauwer de poten van de mannetjes zijn, hoe meer ze in de smaak vallen als ze stampend onder de lentezon voor de vrouwtjes dansen.

Het is niet zomaar een modegril. De vrouwtjes ‘weten’ dat het energie kost om de stofjes aan te maken die poten blauw kleuren. Dat lukt alleen een fit mannetje en zo een zoeken ze. Eentje die 45 dagen lang kan helpen om de twee of drie eieren in hun nest uit te broeden, en die daarna best nog drie of vier maanden af en aan wil vliegen met vis.

Of een man met vale poten dat volhoudt? Vale poten horen bij mannetjes die ouder zijn, en moe. Ze horen bij mannetjes die al vaker nesten hebben verzorgd en jongen hebben gevoed. Dat zagen Spaanse en Mexicaanse biologen toen ze ruim honderd geringde blauwvoetgenten volgden op Isla Isabel bij Mexico.

Toch hoeven mannetjes met vale poten niet allemaal voorgoed achter de rotsen te kruipen. Ze kunnen iets doen wat mensen soms ook doen wanneer zij moe en vaal zijn van jarenlang werken. Even wat anders doen. Een jaartje er tussenuit: een ‘sabbatical’ nemen.

Blauwvoetgenten nemen soms zo’n sabbatical van hun gezinsleven. Even een jaar geen gedans, geen vrouw, geen eieren, geen jongen. Ze zorgen voor zichzelf. Na dat jaar zijn hun poten weer (bijna) lenteluchtblauw, zagen de biologen.

Dan kunnen ze weer dansen, paren, broeden en voeden. Tot ook een sabbatical niet meer helpt tegen vale poten. Margriet van der Heijden