Ruzie om rundgas

De veeteelt draagt heus bij aan de uitstoot van broeikasgassen.

De veeteelt draagt veel minder bij aan het broeikaseffect dan een FAO-rapport in 2006 berekende. Het is ook onzin dat de veelteelt meer broeikasgassen zou produceren dan de transportsector. En vaststaat dat een beperking of afschaffing van de veeteelt alleen maar armoe en honger in de ontwikkelingslanden zou brengen.

Dat, of ongevéér dat, moet landbouwingenieur Frank Mitloehner van de University of California, Davis afgelopen maandag beweerd hebben op het congres van de American Chemical Society in San Francisco. Hij heeft ook beweerd dat het FAO-rapport, ‘Livestock’s Long Shadow’, wezenlijke tekortkomingen kent. In ieder geval is dat wat de media begrepen hebben: weer een VN-klimaatrapport met fouten. ‘Don’t blame the cows for climate change’ concludeerde CNN op zijn website. De FAO-auteurs hebben zelfs al een fout toegegeven. De Food and Agriculture Organisation is onderdeel van de VN.

Afgelopen week openbaarde zich aldus een schandaal in wording. Maar is het terecht?

MILIEUBELASTING

Het rapport Livestock’s Long Shadow (LLS), met de Duitse landbouweconoom Henning Steinfeld als eerste auteur, werd in Nederland eind 2007 bekend door de film Meat the truth van Marianne Thieme. Het is een lijvig, goed gedocumenteerd rapport dat voor de wereld-als-geheel de milieubelasting door de vleessector berekent. Dus: de aantasting van de natuur, de belasting van water en bodem en de uitstoot van de broeikasgassen CO2, CH4 (methaan) en N2O (lachgas). In essentie werd de mondiale vleessector onderworpen aan een Life Cycle Assessment. Bij zo’n LCA wordt ook de milieubelasting van alle toeleverende sectoren naar rato ten laste gelegd van de onderzochte sector. Voor de veeteelt is dat in de eerste plaats de productie van veevoer.

De uitkomst van de bureaustudie was dat de mondiale veeteelt voor zo’n 18 procent bijdroeg aan de totale antropogene uitstoot aan broeikasgassen. De grootste post was de hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij de ongekend zware ontbossing in Latijns-Amerika waar veel oerwoud plaatsmaakt voor weiden en akkers. Post twee komt van de methaan die herkauwers (runderen, geiten, schapen) oprispen. De rest komt in hoofdzaak van de gassen CH4 en N20 die bij verwerking en verspreiding van mest vrijkomen.

Steinfeld c.s. heeft er aardigheid in gehad die uitstoot van zo’n 6 gigaton CO2-equivalenten af te zetten tegen de uitstoot van een andere sector die ook goed beschreven is: de transportsector. Dat was niet alleen een zinloze exercitie, zoals deze krant al in 2008 noteerde, hij werd ook onjuist uitgevoerd. Op zijn minst had dan ook van de transportsector een complete LCA moeten worden opgesteld.

De lezing die Frank Mitloehner maandag hield was een verkorte, en misschien wat gedramatiseerde versie van een artikel dat afgelopen najaar verscheen in Advances in Agronomy waaraan hij had bijgedragen. Eerste auteur was Maurice E. Pitesky.

ONJUISTE VERGELIJKING Dit artikel zet zich op bijna alle 40 pagina’s af tegen LLS maar kan eigenlijk niets uit het rapport weerleggen. Zelfs komt men tot de expliciete uitspraak dat de door LLS berekende emissies overeenstemmen met andere berekeningen en dat daarover praktisch consensus bestaat. Maar men zet de zinloze, onjuiste vergelijking met de transportsector zwaar aan en filosofeert wat over de waarde van de Life Cycle Assessment als zodanig.

Moet bijvoorbeeld de energie worden meegeteld die nodig is om de steenkool te winnen die wordt gebruikt voor de productie van de kunstmest waarmee de groei wordt bevorderd van het gewas dat later veevoer wordt? Het meest essentiële dat Pitesky c.s. aantoont is dat de conclusies waartoe een mondiale analyse van de veeteeltsector leidt niet per se regionaal of lokaal geldig hoeven te zijn. Zo is de vleessector binnen de VS grotendeels selfsupporting. Hij steunt niet op import uit Brazilië of ander buitenland en het grondbeslag van de sector neemt dankzij intensivering af. Bovendien breidt het Amerikaanse bos zich uit. Anderzijds is de transportsector in de VS ongekend vervuilend. In de VS is transport wel de grote boosdoener.

AANTASTING

Maar Pitesky c.s. erkent dat het in ontwikkelingslanden, en in Brazilië en Argentinië, weer heel anders ligt: naar verhouding weinig transport en een zware aantasting van natuurgebieden waarin meestal veel koolstof ligt opgeslagen. In die landen komt de veeteelt er naar verhouding slechter af.

Hun artikel eindigt met de dooddoener dat totale afschaffing van de veeteelt natuurlijk nooit 18 procent zal besparen op de antropogene broeikasemissies omdat veeboeren heus wel wat anders zullen gaan doen als ze geen vee telen. In heel droge landen, waar praktisch gesproken alleen dor gras en doornig gewas groeit en landbouw onmogelijk is, is veeteelt de enige kans op voedselproductie.

Tot slot geeft Pitesky c.s. de landen in Latijns-Amerika het welgemeende advies gewoon al het bos te kappen om er landbouwgrond van te maken. De ontwikkelde landen hebben dat immers al een paar eeuwen geleden gedaan.