'Prik in zijn oog. En wegwezen'

Hoe te handelen bij agressie? Een cursus zelfverdediging in België. ‘Als je dood bent, is het lastig naar huis rijden, in je dure auto.’

Vijf jongens waren het. Maar geen aardige jongens. Ze zochten op het Amsterdamse Leidseplein ruzie met drie kleinere knulletjes, uit de provincie. Een beetje duwen, stangen. Ach, is de grote stad, toch? Tot de vervelendste een brilletje afpakt en kapot buigt. Wat moet je doen? Ik ren erheen, pak de etter, til hem aan zijn leren jasje omhoog. Of hij dat nóóit meer wil doen. Ze nemen scheldend de benen. Naast me hapt mijn vrouw naar adem. „Hij had een vlindermes op je buik gericht.”

Alain De Preter schudt zijn hoofd. „Je wist niet dat er een mes was, maar had dat eigenlijk wel móéten weten. Je hebt de situatie dus verkeerd ingeschat.” Schreeuwen op armlengte afstand was veel beter geweest. Het voorval is al jaren geleden, maar dient als mooie casus bij een cursus van veiligheidsadviseur De Preter, oprichter van het Centrum voor Geweldpreventie & Zelfverdediging ASMA – ‘agressie stoppen met actie’. Noem het buiten spelen met een scherp randje.

We staan op een doordeweekse avond in een soort gymzaaltje in het lage ASMA-gebouwtje in het lommerrijke Wilrijk, een wijk van Antwerpen. In de hoek: rubberen beukpoppen, aan de wand: kungfu-diploma’s van De Preter, op de grond: vier cursisten, onder wie een zwijgzame bewakingsbeambte en een vriendelijke kolos van een brandweerman.

Het inschatten van situaties, dat is de crux bij het omgaan met agressie en geweld, aldus De Preter, wiens Vlaamse tongval en tengere postuur lastig vallen te rijmen met vechtsport. „Het vermijden van geweld is altijd het beste.” In de meeste gevallen is dat simpel. „Ga niet in een ongure buurt ’s avonds bij de bank geld halen en zo.”

Bij berovingen geldt één regel: afgeven. „Materiële zaken zijn het nooit waard om het leven voor te riskeren.” Dat dit soms tegen eigenwaarde en eergevoel ingaat, doet niet ter zake. „Als iemand met een vuurwapen je dure auto opeist, moet je die gewoon afgeven. Als je dood bent, is het lastig naar huis rijden, in je dure auto.”

De Preter is tegen zijn wil geweldsdeskundige „Een vriendin van me is 17 jaar geleden vermoord.” Toen hij het hoorde, stopte hij „nog diezelfde dag” met school, zocht een baantje om geld te verdienen. Daarmee kocht hij een ticket naar Los Angeles, „omdat dat in de jaren negentig de gevaarlijkste stad was”. Hij huurde daar een kamer in de slechtste buurt die hij kon vinden en begon zijn geweldsstudie. Zijn ervaring leidde tot klussen bij particuliere beveiligingsdiensten. „Ik begeleidde onder andere gevangenen naar Egypte en Marokko.”

Situaties inschatten, afstand houden en in het algemeen voorzichtig zijn kan een hoop ellende voorkomen, zegt De Preter. Maar soms komt geweld op je af. Ik mag op een stoel gaan zitten, zogenaamd in een wachthokje op een treinstation. De Preter stelt zich op tien meter afstand op en komt dan als een wildwaanzinnige gek op me afgestormd. Rollenspel. Zijn hand vliegt zo rap tot een millimeter voor mijn neus dat een bromvlieg nog net „ja, maar” had kunnen stamelen voor hij zijn Maker had ontmoet.

U had moeten opstaan, zegt De Preter. „Dat geeft u meer opties om te reageren.” Licht defensieve pose, de handen paraat, maar niet in de afweerhouding. „Dat kan de situatie extra explosief maken. Je doel blijft: ongeschonden wegkomen.” Het afleiden van de snoodaard is daartoe doorgaans effectief. En simpel. „Prik in zijn oog, mep op zijn adamsappel, schop in zijn kruis of tegen zijn scheen. En wegwezen.” En als iemand je bij de strot grijpt, moet je gewoon hard in zijn onderarm knijpen. Dan treedt een loslaatreflex in werking.

„Sommige mensen vertonen grote terughoudendheid om andere mensen een vingernagel in een blote oogbol te priemen.” Om eventuele blokkades kwijt te raken mag ik los op een van de beukpoppen.

Tijd voor de afsluitende praktijkles. Een private praktijkles, want de cursisten zijn verdwenen. Door de nachtelijke straten van Antwerpen komen we bij de ingang van een parkeergarage. „Ga je auto maar pakken. Eerste gang rechts.” Ik nader de hoek. Daar vanachter duikt opeens een rood klauwend en schreeuwend gevaarte op, in wie wij de goedmoedige brandweerman herkennen. Hij ziet er met zijn felrode been- en armbeschermers, valhelm en bokshandschoenen eerder uit als een omgevormde brandweerauto uit Transformers – robots in disguise.

Geen tijd voor observaties. Ik doe wat ik denk dat de veiligheidsdeskundige me net heeft geleerd: wegwezen. Maar de Rode Duivel blijkt ook vlug ter been en de parkeergaragegang loopt dood. Ik trap tegen schenen, probeer in zijn oog te prikken en zijn adamsappel te raken. Ik kom er niet doorheen. Twee bejaarden rijden stapvoets langs, ogen wijd open bij de aanblik van het gevecht tussen een willekeurige voorbijganger en een Noord-Koreaanse ijshockeykeeper.

Na een paar minuten vind ik het welletjes, bezweet geraakt én wijzer geworden. Les één: ik heb geen remming om hard uit te halen. Les twee: van het rammen op plastic rompbeschermers krijg je beurse handen. En o ja, nog een keer ingrijpen op een Leidseplein? Mij niet gezien.

Alain De Preter publiceerde onlangs een boek met veiligheidstips: Mij zal het niet overkomen, herkenbare situaties en cases met 250 tips, uitgegeven bij Van Halewijck (€18,90). De Preter geeft cursussen en workshops, bijvoorbeeld aan overheidssectoren die met geweld te maken hebben, maar ook aan scholen.

Voor meer info, zie:www.asmavzw.com