Partijen zoeken personen voor briljante fractie

Kiezers stemmen graag op zichzelf, dus moeten er ook vrouwen en jongeren op de kandidatenlijsten van de politieke partijen. Kwaliteit alleen is niet genoeg.

Het grote gepuzzel is in volle gang. Man, vrouw. Jong, oud. Allochtoon en autochtoon. Randstedeling en provinciaal. Als het even kan juristen en economen voor de moeilijkste portefeuilles. Ervaring én vernieuwing.

Een goede kandidatenlijst voor de Tweede Kamer biedt voor iedere kiezer was wils en levert ook nog eens een briljante fractie in de Kamer op, die alle debatten wint en met onontkoombare initiatiefwetten komt. Makkelijk is de samenstelling dus niet. Zeker nu de verkiezingen door de kabinetsval vervroegd zijn, hebben alle partijen de afgelopen weken nauwelijks genoeg tijd gehad om een goede lijst op te stellen.

De partijcommissies leggen kandidaten nu langs de meetlat van de profielschets. Bij de VVD móét een kandidaat bijvoorbeeld „ruggengraat” en „intelligentie” hebben. „Kritische succesfactoren” zijn „brede ervaring in de BV Nederland” en „publiciteitsgerichtheid”. ‘Nice to have’ is een „marathonloper” met „charisma”. Het CDA is niet minder ambitieus. De partij zoekt authentieke mensen, eerlijk en integer met lef en humor – en nog eens tien van zulke eigenschappen. In het theater van de politiek kan een CDA-Kamerlid kiezen uit acht rollen, van „mensenmens die het typische CDA-gezicht is”, tot „de bruggenbouwer die respect geniet bij alle partijen”.

Fraaie omschrijvingen allemaal, maar in de praktijk is dit soort alleskunners dungezaaid. Bij zowel CDA en PvdA werd er de afgelopen regeringsperiode regelmatig intern gemopperd op de kleurloosheid en onzichtbaarheid van de fractie. Maar waar vind je goede nieuwelingen? Ondanks de altijd maar dalende ledenaantallen bij de meeste partijen is de kwantiteit blijkbaar geen probleem. De PvdA kreeg 600 brieven. Een woordvoerder van het CDA-bestuur houdt het op „enkele honderden” hoopvolle sollicitanten.

Maar voldoende kwaliteit is minder makkelijk te vinden. Het overgrote deel van de sollicitanten hoefde na lezen van de brieven niet meer op gesprek te komen. Lokale en regionale afdelingen houden zelf ook een scherp oog op de ontwikkeling van talenten. Maar ook van het mooiste pareltje dat de partij vindt, is nauwelijks te voorspellen hoe hij het doet als hij tegenover de minister aan de interruptiemicrofoon staat met de wetenschap dat een miljoen mensen zijn woorden op het eerstvolgende Journaal zullen horen. Het is niet voor niets dat enkele onbekende CDA-kandidaten vorige week zaterdag voor een „assessment” langs gingen bij het partijbestuur. Daar moesten zij in schijndebatten laten zien wat ze in huis hadden.

Maar kwaliteit alleen is niet voldoende. De lijst is er niet enkel om na de verkiezingen een goede fractie over te houden, hij moet ook kiezers aanspreken. Partijen hanteren daarbij de regel dat kiezers graag op zichzelf stemmen. Dus moeten er ook vrouwen, allochtonen, jongeren en ‘regionalen’ op de lijst. Bij alle grote partijen bestaan daar regels voor. Op de PvdA-lijst wisselen mannen en vrouwen elkaar met ijzeren regelmaat af. Bij de VVD moeten alle provincies bij de eerste dertig plaatsen zijn vertegenwoordigd. Elke partij heeft natuurlijk ook specifieke eisen. De VVD kan niet zonder ondernemers in de fractie, bij het CDA moeten er boeren in zitten en bij Groenlinks hoort iemand uit de milieubeweging.

En wat doe je met de oudgedienden? Omdat de lijst kiezers moet trekken, is bekendheid van de kandidaten een groot goed. Zo lijken regeringspartijen in het voordeel. Genoeg ministers en staatssecretarissen om de top van de lijst met bekende namen te bevolken. Maar nadelen heeft het ook. Toen de PvdA in 2002 de oppositie inging, waren 10 van de eerste 14 kandidaten ex-bewindslieden. De meesten daarvan hielden het niet lang in de Kamer uit, en lieten de fractie verweesd achter.

Dan zijn er nog de zittende Kamerleden. Sommigen hebben zich zo verdienstelijk gemaakt dat ze achterovergeleund op een goede plaats op de lijst wachten – waarbij de enige zorg is of die plaats wel hoog genoeg is om aan het vaak niet onderontwikkelde gevoel van eigenwaarde te voldoen. Maar er zijn er ook die vrezen het af te leggen tegen terugkerende bewindslieden en vernieuwingsdrift van de partijtop.

Ongewenste bewindslieden en onzichtbare Kamerleden openlijk afwijzen is noch voor de partij, noch voor de kandidaat aantrekkelijk. Het levert onrust op, en het vergroot de reputatie van de persoon in kwestie meestal niet. Om een openlijke afgang te voorkomen, proberen veel politici van tevoren een indruk te krijgen of ze bij de partijtop nog populair zijn. Bedanken voor een voortzetting van de politieke carrière is minder pijnlijk dan een openlijke motie van wantrouwen met een onverkiesbare plaats op de lijst. Proberen met voorkeursstemmen in de Kamer te komen is natuurlijk ook een optie, maar voor de meeste kandidaten onbegonnen werk.

Zo zit het Binnenhof vol wachtende Kamerleden. Een oog op de peilingen, de oren open om de geruchten binnen de partij op te vangen, altijd op zoek naar momenten om zich in de kijker te werken.