'Parc des Princes stadion voor masochisten'

De Franse voetbalclub Paris Saint Germain speelt morgen een duel zonder publiek. Na de dood van een fan staat de toekomst van de club op het spel.

De voorzitter van de amateurclub Quevilly bibbert. Morgen kan zijn club, die is doorgedrongen tot de halve finales van de Coupe de France, loten tegen het beruchte Paris Saint Germain. „We willen hen niet”, zei hij deze week. „Voetbal hoort een feest te zijn.”

In Parijs is voetbal allang geen feest meer. De enige profclub van de Franse hoofdstad, twaalfde in de competitie, speelt morgen tegen Boulogne-sur-Mer voor de derde keer in een week een wedstrijd zonder publiek.

Paris Saint Germain, dat veertig jaar bestaat, hoopt verder maar dat zijn supporters wegblijven bij de wedstrijd tussen Olympique Marseille en Bordeaux. Die clubs spelen vandaag in Parijs de finale van de andere Franse bekerstrijd, de Coupe de la Ligue. „We houden ons hart vast”, zegt een woordvoerder van de Parijse politie.

De supporters van Paris Saint Germain hebben een slechte naam, maar zo dramatisch als nu was de situatie nog niet vaak. Volgens de staatssecretaris van Sport, Rama Yade, staat het „overleven van de club op het spel” nadat een supporter van PSG vorige week overleed. De 37-jarige Yann Lorence werd het slachtoffer van de aanhoudende gevechten tussen rivaliserende supportersgroepen van de voetbalclub. Hij lag al enkele weken in coma.

Het lid van de historische harde kern van de tribune Kop Boulogne werd eind februari in Parijs gelynched door een dertigtal leden van de rivaliserende Auteuil-tribune tijdens de wedstrijd tegen Olympique Marseille.

Spanningen tussen verschillende supportergroepen zijn bij PSG harder en dieper dan elders, zegt supportersocioloog Nicolas Hourcade uit Lyon. „In Parijs gaat het om een sociaal en politiek gevecht om de suprematie tussen ‘blanke’ en ‘kosmopolitische’ groepen.

Op de Boulogne-tribune van het Parc des Princes, zit de blanke aanhang. „Lang niet iedereen, maar wel een dominante minderheid daar is nationalistisch en racistisch”, zegt Hourcade. Op de Auteuil-tribune zit de ‘kosmopolitische’ etnisch diverse aanhang.

Waarom lopen de spanningen in Parijs zo hoog op? „Omdat er maar één profclub in zo’n groot gebied huist”, meent Hourcade. „In andere grote Europese steden heb je rivaliserende clubs met een aanhang uit verschillende sociale klassen. In Parijs komen de groepen elkaar elke week tegen en vechten om één territorium.”

De Boulogne Boys vormen de historische aanhang van de voormalige topclub (één keer Europa Cup 2, twee keer Frans kampioen, tien nationale bekers). In de jaren tachtig rukte het rechtse extremisme op. Begin jaren negentig wilde de toenmalige eigenaar van de club, tv-zender Canal+, op de Auteuil-tribune een nieuwe, betere aanhang creëren.

In de tien jaar die volgden boekte PSG niet alleen zijn grootste successen, maar groeide ook de aanhang in de multi-etnische voorsteden rond Parijs. Spelers als de Brazilianen Raï en Ronaldinho maakten de club ook daar populair. „Vroeger was iedereen voor Marseille. Nu is de aanhang van PSG daar ook aanzienlijk.” Internationale vergelijking werpt een opvallend licht op de Franse supportersspanningen, vertelt Hourcade. „Toen we Britse sociologen eens vertelden over ons ongemak met een geheel blanke tribune, zeiden ze: jullie hebben drie multiculturele tribunes in Parijs, dat is een luxe! Bij ons zijn de stadions bijna helemaal blank.”

In Parijs ging de ‘blanke’ Boulogne-groep het Parc des Princes meer en meer zien „als hun laatste territorium in de stad”.

Vooral sinds 2003 leidde dat tot agressieve reacties van de Auteuil-aanhang, die een eigen harde kern kreeg, de Tigris Mystics. De groep ontbond zichzelf in 2006, om verdere escalatie te voorkomen. In datzelfde jaar overleed een lid van de Boulogne Boys na een Europese wedstrijd tegen Hapoel Tel Aviv. Hij werd doodgeschoten door een agent die in zijn eentje tegen een overmacht van Parijse hooligans een Israëlische supporter beschermde.

In 2008 werden de Boulogne Boys ontbonden nadat zij in de finale van de Coupe de Ligue de aanhangers van Lens onthaalden op een spandoek met beledigende teksten over inteelt onder de Noord-Franse Ch’tis. President Sarkozy, die op de tribune zat, eiste scherp optreden.

Sindsdien vechten naar schatting 250 hooligans gewoon door, maar nu zonder officiële woordvoerders en telefoonnummers. Soms komen spelers in opstand tegen de grimmige sfeer. De geblesseerde doelman Grégory Coupet zei onlangs dat het Parc des Princes geen plek is om nog kinderen mee naar toe te nemen. „Dit gaat niet over sport of PSG, maar over bendes die elkaar zonder codes en waardigheid bestrijden”.

Ondertussen maakt PSG ook sportief een vrije val door. Vorig jaar ontsnapte de club net aan degradatie, dit jaar is PSG weer ver weggezakt in het rechterrijtje. Ouder wordende voormalige topspelers als Claude Makélélé of Coupet kunnen daar niets aan veranderen. „PSG verkeert in een kritieke fase”, meent socioloog Hourcade. „De teleurstellende prestaties en de slechte reputatie van de club jagen mensen weg. Je moet wel masochistisch zijn om naar het Parc des Princes te gaan.”

Clubvoorzitter Robin Leproux heeft intussen besloten alle PSG-fans voor de rest van dit seizoen te weren bij uitwedstrijden. Alle banden met de supportersclubs zijn voorlopig doorgesneden. Minister Hortefeux van Binnenlandse Zaken studeert ondertussen op strengere stadionverboden. De Franse voetbalbond FFF heeft laten weten zich grote zorgen te maken nu PSG in het bekertoernooi de halve finale heeft gehaald.