Ontstaan van de kransslagader uit ader in embryo ontrafeld

Kransslagaders ontstaan tijdens de embryonale ontwikkeling als cellen van een embryonale ader zich over het hart verspreiden en daarbij transformeren tot cellen die slagaders kunnen vormen. Dat hebben onderzoekers van Stanford University ontdekt. De transformatie van aderlijk naar slagaderlijk, of in vaktermen: van veneus naar arterieel, is uniek en niet alleen interessant voor embryologen. Dit inzicht kan leiden tot betere bypassoperaties van het hart. Vaak worden hiervoor aders gebruikt, terwijl slagaders eigenlijk geschikter zijn. Aders slibben namelijk sneller weer dicht. Als het mogelijk is om in die aders dezelfde transformatie op gang te brengen, kan dat ertoe leiden dat minder bypassoperaties moeten worden overgedaan (Nature, 25 maart).

Lang is gezocht naar een sluitende verklaring voor de embryonale oorsprong van de kransslagaders, aders die de hartspier van zuurstof en voedingsstoffen voorzien. Door het lot van cellen tijdens de embryonale ontwikkeling met moderne technieken te volgen laten de Amerikaanse onderzoekers nu precies zien hoe het zit. De kransslagaders ontstaan uit cellen van de sinus venosus. Dat is een structuur die alleen bij embryonale harten bestaat. Het is een soort superader waarin alle grote aders uitkomen en die het verzamelde bloed naar de (dan nog enkelvoudige) hartboezem voert. De rol van de sinus werd bevestigd toen de onderzoekers hem bij jonge muizenembryo’s weghaalden. Hun harten ontwikkelden zich tamelijk normaal, maar de vorming van kransslagaders bleef uit.

Het verbazingwekkendste aan dit onderzoek is de nooit eerder beschreven overgang van veneuze naar arteriële cellen. Deze vormen beide bloedvaten, maar er bestaan grote verschillen. In slagaders is de druk hoger dan in aders, terwijl ook de stroomsnelheid en samenstelling van het bloed er verschillen. Tijdens de transformatie verliezen over het hartoppervlak migrerende sinuscellen veneuze kenmerken. Een eindje verderop krijgen ze geleidelijk de kenmerken van arteriële cellen. De onderzoekers willen nu uitzoeken welke factoren deze overgang in gang zetten, zodat ze eventueel kunnen worden toegepast op aders die bij bypassoperaties worden geplaatst.

Huup Dassen