Nu is de tijd voor grote, slimme vernieuwingen

Bruto Nationaal Geluk. In plaats van Bruto Nationaal Product. Een nieuwe rekenmaat der dingen. Het voorstel zal niet iedereen aanspreken, maar waarschijnlijk meer mensen dan alleen degenen die overwegen Groen Links te gaan stemmen op 9 juni. Het is een idee in het deze week gepubliceerde Ontwerp Verkiezingsprogramma van Femke Halsema en de haren. Het

Bruto Nationaal Geluk. In plaats van Bruto Nationaal Product. Een nieuwe rekenmaat der dingen. Het voorstel zal niet iedereen aanspreken, maar waarschijnlijk meer mensen dan alleen degenen die overwegen Groen Links te gaan stemmen op 9 juni. Het is een idee in het deze week gepubliceerde Ontwerp Verkiezingsprogramma van Femke Halsema en de haren.

Het zal wel een nieuw Centraal Geluksplanbureau vergen voordat de norm helemaal is doorgerekend en toepasbaar is. Maar in het behoorlijk serieuze programma misstaat zo’n idee niet. Als iedere partij de komende weken zulke programma’s uitbrengt, met principes én praktische toepassingen, dan kán het een vruchtbare tijd worden voor nationaal nadenken.

Na de opwinding over alle vertrekkers uit de nationale politiek en de komst van Job Cohen, is een schijnbare rust neergedaald op het slagveld. Als het aan veel tv-makers ligt wordt na de feestdagen het grote Lijsttrekkers Idols hervat. Het moet niet te lang duren en zeker niet te ingewikkeld worden. Met zo veel namen is het al lastig genoeg daar achter de afstandsbediening.

Bij  de partijen wordt gezwoegd om tijdig lijsten en ideeën te kunnen presenteren. Alexander Pechtold twitterde gisteren: ,,Laatste hand aan kandidatenlijst. Leuke verrassingen… Maandag presentatie in Pulchri Studio.” Nieuwsluwe dag meestal, dus hoop op aandacht meer passend bij enquête-status dan de huidige drie zetels.

Zo hoopt ieder zijn slag te slaan tegen zo gunstige mogelijke kosten. Iedere stem telt, ongeacht op welk misverstand of deeltijdovertuiging gebaseerd. Maar het is ook de tijd in het Nederlandse politieke bestel waarin iets kan gebeuren. Programma’s vormen vaak de basis van wat partijen voor elkaar proberen te krijgen in kabinetsformaties, die op hun beurt het moment zijn waarop compromissen worden gezocht. Met de kans op iets nieuws.

Eén zo’n nieuwe weg zou kunnen zijn dat er geen gedetailleerd regeerakkoord komt. Maar daarvoor is een minimale basis van vertrouwen nodig. Tussen partners, die al of niet met een meerderheid in de Kamer gaan regeren. En tussen kabinet en het parlement in ruime zin, dat zich weliswaar niet heeft gebonden maar het gevormde kabinet wel een serieuze kans wil geven.

Toevallig is vertrouwen de laatste tijd weer in tel als onmisbaar ingrediënt in het openbaar bestuur. De Nationale Ombudsman wijdde er zijn jaarlijkse algemene beschouwing gedeeltelijk aan. ‘Voorbij het Conflict’ noemde hij zijn analyse van de huidige stand van polarisatie en conflict in een land waar het overigens niet zo vreselijk slecht toeven is.

Geen Griekse, Afghaanse of Haïtiaanse toestanden hier. Maar toch een klimaat dat grimmig aandoet en als zodanig buitenlandse pers aantrekt. Het is te makkelijk daar alleen Wilders en de PVV de schuld te geven. Met hun taal en toon drukken zij iets uit dat zo wordt beleefd.

,,Nederland staat laag op de economische misèreschaal, de integratie verloopt boven verwachting. Toch is er een mineurstemming in de samenleving en vooral tussen overheid en burgers”, aldus Ombudsman Brenninkmeijer. Zonder op de aanhang voor welke partij dan ook in te gaan schetst hij knap hoe zowel overheid als burger in barse termen zijn gaan denken over graaiers en oproerkraaiers. Schrillere beelden vragen om hardere maatregelen.

Gister nog ging het kabinet akkoord met een wetsontwerp dat rechters in staat stelt ,,een gebiedsverbod, meldplicht of contactverbod als zelfstandige maatregel op te leggen voor strafbare feiten die veelvuldig worden gepleegd en een inbreuk maken op de leefbaarheid van de omgeving waarin mensen wonen en werken”. Brenninkmeijer schrijft in zijn jaarverslag over ‘het misverstand Zero Tolerance’; hij pleit voor de-juridisering en de-escalatie.

Partijen die broeden op aansprekende voorstellen staan voor de niet geringe taak de mentaliteit van het moment te vertalen in uitvoerbare verbeteringen van het bestel. Zelfs de Tweede Kamer wijdde daar deze week een debatje aan. Al wat oudere voorstellen van Groen Links, PvdA en D66 voor een correctief, respectievelijk een raadplegend referendum kwamen weer aan bod. Maar de Grondwet wijzigen kan pas na het volgende kabinet, rekende minister Hirsch Ballin voor. Stabiliteit versus oneindige traagheid.

De CDA-bestuurdersvereniging deed deze week een duit in het zakje door uitgaand van de noodzaak tot bezuiniging de bestaande bestuurlijke lappendeken tegen het licht te houden. De recepten blijven vrij algemeen - slagvaardiger en kleiner bestuur wil iedereen wel - en je voelt tussen de regels de zorg in het eigen netwerk te snijden.

Maar toch is er een lentesfeer waarin dingen mogelijk lijken. Bij het CDA. En als donderdag de heroverwegingsrapporten van die 20+ ambtelijke commissies worden gepresenteerd, barst ongetwijfeld een bindingsoorlog los over wie het stoerste snijdt. Het CDA biedt een reductie tot negen departementen (nu veertien, als ik me niet vergis in al die ministers zonder eigen kantoor). Groen Links biedt al scherper: acht departementen is genoeg. Wie gaat lager? Een Tweede Kamer van honderd leden? Wie biedt lager?

Nu is de tijd om zaken te doen in Den Haag. Het zou mooi zijn als dat af en toe buiten de achterkamertjes kon. Maar het wordt voor alle serieuze spelers een hele toer de essentie vast te houden. Het aantal ministeries bijvoorbeeld doet er niet zo veel toe. Het gaat er om of ambtenaren competent mogen zijn en op hoofdlijnen worden gestuurd door politieke ambtsdragers die door een hoofdlijnbewust parlement worden gecontroleerd. In een sfeer van vertrouwen. Gewoon doen.